Teksten

Vrijheid is niet vanzelfsprekend: wie uit het communistische paradijs wilde ontsnappen, werd neergeschoten

Vrijheid is niet vanzelfsprekend: wie uit het communistische paradijs wilde ontsnappen, werd neergeschoten

De geest van Europa vat je het beste met de fiets. Daarom reed journalist David Van Turnhout deze zomer op twee wielen en spierkracht van Schengen in Luxemburg naar de Pools-Russische grens. Op weg naar het einde van de democratie ontmoette hij mensen met verschillende meningen, de ene al wat extremer dan de andere. Hij fietste ook over oude grenzen die doen beseffen dat onze vrijheid niet altijd vanzelfsprekend was.

Lees ook deel 1. Fietsen naar het einde van de democratie: van Schengen naar Kaliningrad

Lees ook deel 2. Jongeren uit Boetsja getuigen over de oorlog: “Het is een deel van ons leven”

Lees ook deel 3. Gutenberg en de sharia

Ik heb pijn en het is mijn eigen schuld. Voor mijn vertrek heb ik niet naar het aantal hoogtemeters van mijn route gekeken en dat blijken er in totaal meer dan 10.000 te zijn. Die wreken zich nu genadeloos. Door een lichte pijn in mijn enkel heb ik de hoogte van mijn zadel wat aangepast. Die ene pijn maakte daardoor plaats voor een zeurende knie. Met amper tweehonderd van de zestienhonderd kilometer in de benen vrees ik dat het bereiken van de Russische grens misschien helemaal niet meer zo realistisch is. Als de pijn verergert overweeg ik grote stukken met de trein af te leggen of de tocht zelfs te moeten staken. Ik gooi het eerst over een andere boeg en besluit mijn dagelijkse kilometers in te korten van honderd naar zestig. Grindwegen door de eindeloze Duitse wouden ruil ik in voor asfalt. Gelukkig lopen in Duitsland veel fietspaden door het groen.

Achilleshiel

Twee dagen later dan voorzien rijd ik door het Duitse stadje Fulda, waar een sympathieke Duitser me aanraadt een kijkje te gaan nemen bij Point Alpha, een oude Amerikaanse legerbasis op de oude grens tussen Oost- en West-Duitsland. Fulda was tijdens de koude oorlog een kwetsbare militaire hotspot. In de regio ligt immers een vlakte die een corridor vormen tussen het Vogelsberg- en het Knull-gebergte. Dat was een zwakke plek die de Sovjets hadden kunnen gebruiken als ze het Westen via het land hadden willen aanvallen. De vlakte was decennialang de Achilleshiel en een grote bezorgdheid van de Navo. Daarom bouwden de Amerikanen er een basis, pal op de grens met de voormalige DDR (Deutsche Demokratische Republik).

Na een uurtje trappen en vloeken op de steile hellingen kom ik er toe. De Amerikaanse basis is tegenwoordig een museum dat herinnert aan de dreiging van de voormalige Sovjet-Unie. Met een overvloed aan Amerikaanse vlaggen en zelfs een Amerikaans ingerichte ‘diner’ waar je hamburgers en hotdogs kan verorberen, lijkt dit wel een klein stukje Verenigde Staten. Vanuit hun wachttoren keken de soldaten recht in de ogen van hun Oost-Duitse vijanden. Die zaten in een gelijkaardige toren aan de overkant. Op een foto is zelfs te zien hoe de Westerse soldaten de vijand met een spandoek een vrolijke Kerst toewensen.

De wachttoren gaf uitzicht over een van de zwakste plekken van de Navo tijdens de koude oorlog: de Fulda-corridor.

Communistisch paradijs

Tussen de twee torens ligt een grenspost. Ook deze is intussen omgevormd tot een klein museum. Na een deugddoende, ijskoude, alcoholvrije pint en een babbel met enkele Amerikaanse bezoekers spring ik weer op de fiets en rijd ik er naartoe. Bij enkele oude stukken van de Berlijnse muur verzamelen jongeren en hun leerkrachten voor een rondleiding. We slaan een praatje. De leerkrachten benadrukken bij de jongeren dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. De herinnering aan tijden van grenzen en onderdrukking is daarom essentieel, en daar is dit museum prachtig in geslaagd. De onderdrukking is er bijna nog te ruiken. Aan de muren hangen machinegeweren en landmijnen die de Oost-Duitse staat inzette om vluchten te verhinderen. Aanvankelijk was de grens niet ommuurd, maar naarmate meer burgers naar het westen trokken, weg van het verstikkende regime, bouwden de machthebbers in 1961 een muur rond hun communistische ‘paradijs’. Wie zonder toelating de grens overstak en niet de lucht invloog door de vele landmijnen, werd alsnog neergeschoten. Het indrukwekkende aan dit museum is dat de originele grensweg met slagboom door het gebouw loopt en je levendig terug in de tijd katapulteert. Na het bezoek trek ik als een vrij man de grens over, maar sta toch even stil bij de ironie van de DDR. Het was er zo goed dat mensen neergeschoten werden als ze weg wilden.

Aan de muren hangen machinegeweren en landmijnen die vluchters moesten tegenhouden.

Nur Deutsch, kein English

Ik merk meteen dat ik in het oosten ben. In tegenstelling tot de huizen in West-Duitsland, met hun houten skeletten langs de buitenkant, zijn hier alle gevels bepleisterd. Dat maakt het allemaal wat minder pittoresk. Eerder vertelde iemand op een camping me dat de gevels vroeger grijs waren en geen afwijkende kleur mochten hebben, wat het geheel nog eentoniger maakte. Geen wonder dat mensen op zoek gingen naar vrijheid. Eveneens opvallend is het enorme verschil in mentaliteit. In het westen groetten tegenliggers me voortdurend op de fietspaden en voelde ik me bijna schuldig wanneer ik niet als eerste goeiedag zei. Hier over de grens zeg ik altijd als eerste goeiedag, maar krijg ik amper een blik terug. Mensen kijken me aan alsof ik van een andere planeet ben.

De plotse aanpassing vergt enige moeite, zeker wanneer ik op een camping toekom. Zoals gewoonlijk probeer ik de eigenaar eerst in het Engels aan te spreken en als dat niet lukt schakel ik over op keuterduits. Meestal vindt men dat grappig en is het ijs snel gebroken. “Nur Deutsch, kein English”, snauwt de eigenaar me echter toe vanop zijn hoger gelegen terras. Ik heb al geen zin meer om bij deze bullebak mijn campingbudget te besteden, maar heb te veel kilometers in de benen om nog een andere slaapplek te gaan zoeken. Ik zal het met deze camping moeten doen. Op het middenplein staat een mastodont van een gerestaureerde legertruck met daarop een Duitse driekleur met een hamer en een passer. Het is de vlag van de oude DDR. De campingeigenaar lijkt er een statement mee te willen maken, alsof het in de DDR allemaal beter was. Hopelijk laat hij me vannacht gerust. Ik heb al cash betaald voor mijn verblijf. Van bankkaarten wilde hij niets weten. Dat kost hem teveel aan commissies en vermoedelijk ook belastingen. Misschien vindt hij de vrije markt dan toch niet zo slecht.

Met relikwieën uit de oude DDR lijkt de campinguitbater vast te houden aan het communistische verleden.

Print Friendly and PDF
De rattenlijn – Philippe Sands

De rattenlijn – Philippe Sands

Wat liberalisme wél zou moeten zijn – Ilja Leonard Pfeijffer

Wat liberalisme wél zou moeten zijn – Ilja Leonard Pfeijffer