Liefde in tijden van haat 1929-1939 - Florian Illies

Liefde in tijden van haat 1929-1939 - Florian Illies

Van deze schrijver las ik 1913, het laatste gouden jaar van de twintigste eeuw en het vervolg daarop dat in het Nederlands (nogal verwarrend) Het laatste gouden jaar was getiteld. De kennis die Illies van dit tijdperk heeft is ronduit encyclopedisch. En dat laat hij ook in zijn jongste publicatie zien. Hij moet onnoemlijk veel archieven, brieven en processtukken hebben bestudeerd om al deze details uit persoonlijke levens op te kunnen dissen. Je voelt je soms een voyeur maar de geschiedenissen en anekdotes die Illies beschrijft overstijgen het genre roddelrubriek in meer dan ruime mate. We verkeren in de Weimarrepubliek en de schrijver laat ons zien hoe de culturele elite van die jaren zich voelde, zich gedroeg. De boeken van Illies laten zich lezen zoals dat tijdsgewricht zich leek te voltrekken: als een wervelwind, een moveable feast zoals Hemingway het uitdrukte. En voortdurend wierp de catastrofe die aanstaande was haar schaduwen al vooruit. Bedenk daarbij dat het leven van het gewone volk er in die jaren totaal anders uitzag. Armoe, werkloosheid, uitzichtloosheid en een nationaalsocialistische beweging die een heus en nieuw perspectief leek te bieden.

Nooit geweten dat Alma Mahler antisemitische neigingen had, of gaf ze daar alleen in onredelijke woede-uitbarstingen uiting aan? En waarom trouwde ze dan tweemaal een Joodse man? Toch komen haar antisemitisme en haar eigen Arische komaf telkens weer terug. Het komt mij toch voor dat zij een gecompliceerde figuur was.

Dit tijdperk leek vooral de vrouw te verlossen van de man. De man leek wel overbodig geworden. De vrouwen werkten, maakten hun eigen carrière, reden zelf hun eigen auto, zelfs voor seks waren ze niet enkel meer op mannen aangewezen. Maar deze nieuwe vrijheden golden toch vooral voor de culturele elite, lijkt mij toch. Het was bepaald niet zo dat het hele land zich overgaf aan overspel en promiscue gedrag.

De liaisons en affaires lijken elkaar in ieder huis in een waanzinnig tempo op te volgen maar wat moeder en dochter Sternheim met Pamela Wedekind, Gottfried Benn, Rudolph von Ripper en Carl Sternheim overkomt, is met geen pen te beschrijven. Zelden zo’n onvoorstelbare puinhoop meegemaakt. Illies schreef het op als een slapstick, in droogst mogelijke taal.

Hoe het ook zij, je krijgt bij lezing van dit boek van Illies toch sterk de indruk dat alle mannen in de culturele elite van die jaren zich tien slagen in de rondte neukten en dat ook de vrouwen zich niet onbetuigd lieten. Het was een erotomaan tijdperk! Dat zelfs “onze” prins Bernard op dit tableau figureert kan niemand echt verbazen. Dan lees ik hoe Hermann Hesse zijn maîtresse Ninon Boldin behandelt en ik realiseer me: hier dondert iemand van zijn sokkel af.

Het vreemde is dat je door al die beschrijvingen van liefdesbeslommeringen en verwikkelingen, van die mateloze erotomanie de donkere lucht voelt opzwellen die zich al geruime tijd aandiende. Veel joden voelden die bui al aankomen, ze waren al van meet af aan de beoogde slachtoffers van het donkerbruine reveil dat steeds meer parlementaire macht verwierf en zich van onweersproken geweld bediende.

Het is alsof die culturele elite - maar Illies maakt die analyse niet - zich met de grootst mogelijke gretigheid overgeeft aan genotzucht omdat ze al dan niet bewust aanvoelt dat het spoedig afgelopen zal zijn, dat het niet lang meer zal duren dat er in het leven helemaal geen ruimte meer zal zijn voor vrolijkheid, ambitie en toekomst. Genotzucht als een vlucht in de vergetelheid. Maar zoals gezegd, de schrijver waagt zich nergens aan een diepgravender analyse en dat is toch echt een tekortkoming. Als geen ander beschikt hij over het materiaal om meer of minder verreikende konklusies te trekken.  

We schrijven 1932, december en Alma Mahler, nog steeds getrouwd met de jood Frans Werfel, geraakt in de ban van Hitler. En inmiddels hebben we ook al kennis gemaakt met nog zo’n enorme laailichter en hartenbreker: Bertold Brecht. Hij mag een geweldig theaterdier zijn geweest, hij was tevens een even zo grote schoft en zeldzame egoïst. Net als Pablo Picasso trouwens, die ook enkel zijn pik achterna liep.

Hitler wordt op 30 januari 1933 uitgeroepen tot rijkskanselier. De Exodus onder de Joodse culturele elite vangt aan.

Heel merkwaardig is de passage over Sartre en de Beauvoir die in 1933 naar Berlijn togen opdat Sartre daar een maîtresse kon nemen. Politiek leek voor hen op dat moment niet te bestaan en dat kun je je nauwelijks voorstellen. Dat geldt trouwens ook voor Henry Miller die geen belangstelling aan de dag legde voor wat er in Duitsland gebeurde. Ik las zijn boeken als adolescent overigens gretig, maar dat was vooral vanwege de seksscènes, de rest van de inhoud nam ik op de koop toe. 

Een van de allermooiste citaten is deze van Gottfried Benn: “Liefde is een crisis van aanrakingsorganen”. En ondertussen eist Ernst Jünger van zijn vrouw Gretha dat zij hem ‘gebieder’ noemt. Ze doet het nog ook. En Sartre schrijft aan zijn levensgezellin Simone de Beauvoir: “ Ik denk vol welbehagen aan mezelf”. Dat de Beauvoir trouw bleef aan deze zelfingenomen kwal is bijna niet in te voelen.

Opnieuw schreef Florian Illies een fascinerend boek, ook al waagt hij zich nergens aan wetenschappelijke distantie of een diepgravender analyse. De erotomanie en de vrijgevochtenheid van het interbellum, waarvan ik nog steeds vermoed dat die zich voornamelijk tot de culturele elite beperkte, zijn fascinerend, ook al lijkt mij een dergelijke levenshouding buitengewoon vermoeiend. Het is, als ik terugdenk aan de muffe jaren vijftig, alsof met het einde van de Tweede Wereldoorlog ook de zelfbewuste ambitieuze zelfstandige vrouw volledig van het toneel is verdwenen. De geschiedenis heeft, zo lijkt het, een forse correctie op genotzucht en vrijgevochtenheid toegepast. Was homoseksualiteit onder mannen en vrouwen, althans voor de culturele elite, een volkomen normale en geaccepteerde levenshouding geworden, na de oorlog zou ook daar niets van overblijven. Alsof de lossere seksuele moraal van die jaren iets van doen had met de noodlottige loop van de geschiedenis, die het Duitse volk massaal in de war bracht met miljoenen doden als gevolg van een niets ontziend racisme.

 

Recensie door Enno Nuy

Florian Illies, Liefde in tijden van haat 1929-1939, Atlas|Contact, 2022, 344 pagina’s

Print Friendly and PDF
Over buitenaards leven, de stervende god, koude en duisternis - Enno Nuy

Over buitenaards leven, de stervende god, koude en duisternis - Enno Nuy

Vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid onder druk? - Astrid Elbers en Leo Neels

Vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid onder druk? - Astrid Elbers en Leo Neels