Mefisto – Klaus Mann

Mefisto – Klaus Mann

Toen Hitler op 30 januari 1933 met de nazi’s aan de macht kwam, begon de terreur tegen hun politieke en intellectuele tegenstanders. Daarbij viseerden ze in eerste instantie de communisten, maar al snel ook socialisten, liberalen en Joden die zich verzetten tegen de ontmanteling van de rechtsstaat. Op 19 februari 1933 vond in de grote balzaal van de Kroll-opera in Berlijn het congres Das Freie Wort (Het Vrije Woord) plaats, gericht tegen de nationaalsocialisten die toen drie weken aan de macht waren. Ruim duizend deelnemers woonden dit openbaar evenement bij. Aanwezig waren onder andere Hans Lange, Ferdinand Tonniës, Erich Everth, Georg Bernhard, Max Brauer, Alfred Döblin, Rudolf Olden en Theodor Lessing. Er kwam een manifest tot stand dat veel aanwezigen ondertekenden. Albert Einstein, Käthe Kollwitz, Kurt Grossmann, Heinrich en Thomas Mann waren niet aanwezig, maar ondersteunden het initiatief.

De liberaal denkende aristocraat Harry Graf Kessler was wel van de partij en beschreef de bijeenkomst in zijn dagboek. Er werd een brief van Thomas Mann voorgelezen die veel applaus kreeg. Vervolgens sprak de voormalige sociaaldemocratische Pruisische minister van Binnenlandse Zaken Wolfgang Heine zich in scherpe bewoordingen uit tegen het naziregime. Plots stormden politieagenten binnen en verklaarden de bijeenkomst voor beëindigd.  De aanwezigen riepen: ‘Doorgaan met spreken, doorgaan met spreken! (…) Daarna werd overal “vrijheid” en door sommigen “Rood front!” geroepen, en een groot deel van de menigte zong de Internationale en “Brüder, zur Freiheit”. Ondanks het gezang liep de zaal stilaan leeg. Het was een situatie vol intens meeslepend pathos.’ Het was de laatste keer dat de Berlijnse intellectuelen het zo openlijk en massaal voor de vrijheid hadden opgenomen.

Na de brand van de Rijksdag op 27 februari en de verkiezingen van 5 maart 1933, nam de naziterreur nog toe en sloegen heel wat Duitse en Joodse intellectuelen op de vlucht. Zo onder meer Thomas Mann, zijn vrouw Katia, zijn broer Heinrich, zijn zoon Klaus en zijn dochter Erika. Zij hadden al voor de machtsovername felle kritiek geuit op het nationaalsocialisme en het toenemende antisemitisme in hun land. Hun kritiek nam nog toe toen nazigezinde studenten, bibliothecarissen, professoren, leden van Stahlhelm, de SA en de Hitlerjugend zich op 10 mei 1933 ’s avonds verzamelden op de Opernplatz voor de Berliner Staatsoper, waarbij ze meer dan 12.000 werken van 150 verschillende ongewenste auteurs bijeenbrachten voor een reusachtige boekverbranding. Klaus Mann schreef een dag later in zijn dagboek: ‘Gisteren zijn dus ook mijn boeken in alle Duitse steden in het openbaar verbrand; in München op de Königsplatz. Barbarij op het infantiele af. Maar strekt me tot eer.’ De Duitse PEN-club juichte het gebeuren toe, waarna het internationaal veel kritiek kreeg. In 1934 richtten de Duitse PEN-leden die het land moesten ontvluchten de Exil-PEN op. Heinrich Mann werd voorzitter, de zetel was in Londen.

Veel andere intellectuelen en kunstenaars conformeerden zich echter aan het naziregime en werkten er actief met mee. De belangrijkste was ongetwijfeld de filosoof Martin Heidegger. Hij sloot zich op 1 mei 1933 aan bij de nazipartij en werd op 27 mei door zijn collega’s quasi unaniem aanvaard als rector van de universiteit van Freiburg. Toen hield hij zijn beruchte rectoraatrede Die Selbstbehauptung der deutschen Universität (De zelfbevestiging van de Duitse universiteit) die handelde over de ‘grootsheid en de glorie van ons ontwaken’. Hij riep de studenten op om zich ten dienste te stellen van de völkische Staat. Heidegger zou tot het einde van de oorlog zijn contributie als lid van de NSDAP betalen. Een ander voorbeeld was de componist Richard Strauss die op 15 november 1933 voorzitter werd van de muziekkamer. Zijn belangrijkste opdracht was het zuiveren van de Duitse muziek van Joodse en andere buitenlandse invloeden teneinde elke vorm van ‘ontaarde kunst’ uit te wissen. Ook schrijvers en dichters zoals Hjalmar Kutzleb, Hans Friedrich Blunck, Hanns Johst, Hans Grimm, Otto Paust en Herybert Menzel steunden zowel in hun werk als daarbuiten het nationaalsocialisme.

Klaus Mann hekelde hen en bleef vanuit het buitenland actief schrijven. ‘De Duitse schrijver in ballingschap ziet zijn functie als tweeledig: aan de ene kant gaat het erom de wereld te waarschuwen voor het Derde Rijk en hen te informeren over het ware karakter van het regime, maar tegelijkertijd om als het “andere”, “betere” Duitsland, het illegale, dit wil zeggen heimelijk tegenwerkende, contact te houden en de verzetsbeweging in eigen land te voorzien van literair materiaal; aan de andere kant is het belangrijk om de grote traditie van de Duitse geest en de Duitse taal, een traditie waarvoor in het land van herkomst geen plaats meer is, levend te houden en door eigen creatieve inbreng verder te ontwikkelen,’ aldus Mann. Al in september 1933 begon hij met de uitgave van het literaire blad Die Sammlung waar onder andere Alfred Döblin, René Schickele, Lion Feuchtwanger, Stefan Zweig, Joseph Roth, Aldous Huxley, Bertolt Brecht, Jean Cocteau en Thomas Mann aan meewerkten. Door het lage aantal abonnees moest het blad er in 1935 mee stoppen.

Daarna schreef Klaus Mann zijn meesterwerk Mefisto, gebaseerd op Faust van Johann Wolfgang von Goethe, en dat algemeen beschouwd wordt als een van belangrijkste Exilromans uit de twintigste eeuw. De hoofdfiguur is de fictieve toneelspeler Hendrik Höfgen, die er enkele burgerlijk communistische ideeën op nahoudt, maar na de machtsovername door de nazi’s als het ware zijn kar keert en een faustiaans pact sluit met de tweede hoogstgeplaatste nazi in rang – zijnde Hermann Göring, al valt diens naam in het boek niet – in ruil voor roem, rijkdom en een glansrijke carrière. Daarvoor keert hij zijn rug naar zijn vrouw, zijn maîtresse, zijn vroegere toneelvrienden met wie hij in Hamburg zijn eerste successen boekte, en andere vrienden die in ballingschap gingen. Als een volleerde toneelspeler slaagt hij erin om de verloofde van Göring te verleiden om hem in de nazi-gemeenschap op te nemen, wat ook lukt. Hij klimt in snel tempo op, maar slim als hij is, probeert hij enkele van zijn vroegere communistische vrienden die in de miserie zitten, met voorspraak van zijn machtige broodheer, te helpen. Je weet maar nooit dat het naziregime valt en hun tegenstanders het opnieuw voor het zeggen krijgen.

De typeringen van de protagonisten zijn bijzonder goed gekozen, en Mann slaagt erin om de lezer mee te slepen in die donkere jaren dertig waarin een mensenleven gewoon afhangt van de keizerlijke duim die hoge nazibonzen over iemand op- of neerhouden. Al beschrijft de auteur ook treffend de onderlinge machtsstrijd van de halfgoden, de Dikke (Göring) en de Manke (Goebbels) die zoveel mogelijk invloed willen verwerven, onder de stralende zon van de Almachtige (Hitler) die zich maar weinig bezighoudt met dergelijke futiliteiten. Höfgen weet dat hij moet opletten voor de Manke die hem ogenschijnlijk wel vriendelijk bejegend, maar uit is op zijn val. Vandaar het onrustig geweten van de hoofdfiguur die bevreesd is voor het bekend raken van zijn vroegere communistische sympathieën, zijn zwarte maîtresse, en misstappen van al wie hij geholpen heeft. Mann beschrijft het kluwen van valsheid, leugens, bewieroking en verraad, waarvan Höfgen zich bedient, zowel tegenover anderen als tegenover zichzelf, en dat typerend moet geweest zijn voor de vele paladijnen rond de ware machthebbers in het Derde Rijk.

Mefisto wordt door de uitgeverij voorgesteld als een ‘kritische klassieker’ uit het jaar 1936, maar het is actueler dan ooit. Ook vandaag zien we hoe in het zog van extreemrechtse volksmenners talloze (oprechte en onoprechte) mensen de weg inslaan van het autoritarisme, de hang naar een sterke man. Net zoals op het einde van de Weimarrepubliek zien we hoe extremisten de democratie ondermijnen, de rechtsstaat aanvallen, de onafhankelijke rechterlijke macht bekritiseren, en de klassieke media verdacht maken als Lügenpresse. Net zoals in de jaren dertig zien we hoe extreemrechts weer complottheorieën verkondigt, vreemdelingen en asielzoekers verkettert, en intellectuelen, kunstenaars en wetenschappers beschimpt. Hun aanhang groeit met elke peiling en de stortvloed aan bagger en leugens via sociale media neemt overhand toe. Steeds meer mensen willen het wel eens wagen met extreemrechts, uit overtuiging, uit angst, uit zelfbeklag en/of uit opportunisme.

Ik parafraseer Mann die schrijft dat zelfbeklag bij bijna alle mensen op een bepaald ogenblik verandert in rechtvaardiging van hun eigen gedrag, en dat ze vanaf dan – zeker in deze tijden van sociale media – argumenten zoeken om hun gedrag te verantwoorden om zichzelf vrij te pleiten van onheuse gedachten. En die argumenten vinden ze in overvloed bij extreemrechts dat het patent heeft op het vinden van zondebokken. Mann laat een intellectuele tegenstander van het naziregime aan het woord die bang is om zich in het Berlijn van 1933 te begeven: ‘Er zijn hier dingen in wording die me ontstellen – en het afschuwelijke is dat de mensen met wie ik omga de gevaren niet schijnen te zien. Ze zijn geslagen met blindheid.’ Wat later wordt zijn huis aangevallen door leden van de ‘ware Duitse jeugd’ die vastbesloten zijn om de oude heer eens goed af te ranselen. Als ze hem niet thuisvinden, reageren ze hun haat af op zijn bibliotheek waarbij ze de werken van Goethe, Kant, Voltaire, Schopenhauer, Shakespeare en Nietzsche vernietigen.

Uiteraard is Mefisto een roman, gewoon fictie, verzonnen. Maar wie ook maar een beetje kennis heeft over de opmars van het nazisme en de impact ervan op het leven van de gewone Duitsers in de jaren dertig, weet dat het om een harde realiteit gaat die vandaag opnieuw, en steeds luider aan de deur klopt. Over haar concrete doelstellingen blijft extreemrechts doorgaans wazig, alleen moeten al die vreemdelingen hier wel buiten – hoe ze dat gaan doen zeggen ze niet. En Vlaanderen moet onafhankelijk worden – maar wat met Brussel zal gebeuren zeggen ze niet. En de minimumlonen moeten omhoog – maar in het Europees parlement stemmen ze tegen zo’n voorstel. Slechts nu en dan vangen we een glimp op van hun ware bedoelingen. Zoals toen de voorzitter van Vlaams Belang op sociale media verkondigde dat ‘als ze het in 2024 voor het zeggen krijgen, ze de rekening gaan presenteren aan al die linkse leerkrachten’. Het zullen echter niet enkel de ‘linkse’ leerkrachten zijn, maar al wie vanuit een humanistische overtuiging hun ideeën bestrijdt. En het zullen niet enkel de ‘leerkrachten’ zijn die ze willen treffen, maar iedereen in het openbaar ambt en zelfs daarbuiten die hun het leven moeilijk maakt.

Als Höfgen zelf in de problemen komt en zijn weldoener dreigt om zijn machtige hand niet langer boven zijn hoofd te houden, snikt hij uit: ‘Wat willen de mensen van mij? Waarom vervolgen ze me? Waarom zijn ze zo hard? Ik ben toch maar een gewone toneelspeler! Sluit dus geen pact met de duivel, aldus Klaus Mann in 1936. Ook vandaag moeten we de burgers verwittigen voor dat gevaar zodat ze geen mefistofelische meelopers worden.

 

Recensie door Dirk Verhofstadt

Klaus Mann, Mefisto, Uitgeverij Schokland, 2020

Print Friendly and PDF
De Ongelijkheidsmachine - Paul Goossens

De Ongelijkheidsmachine - Paul Goossens

Geblinddoekt aan de flipperkast – Steven Vanden Bussche

Geblinddoekt aan de flipperkast – Steven Vanden Bussche