Pessimisme versus optimisme

Pessimisme versus optimisme

Onlangs gingen de Nederlander Sid Lukkassen en de Vlaming Maarten Boudry met elkaar in debat over de toekomst van ons Avondland. Hieruit bleek een fundamenteel verschillende kijk op de huidige politieke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen, een eerder pessimistische visie als een hedendaagse versie van Oswald Spenglers Ondergang van het Avondland enerzijds, en een eerder optimistische visie aansluitend op Karl Poppers geloof in de veerkracht van de liberale democratie en de open samenleving. Beide jonge intellectuelen besloten daarop om deze visies kritisch tegen het daglicht te houden. Het resultaat is geen klassiek woordenspel tussen links en rechts, maar een diepgaande filosofische analyse van de huidige tijdsgeest, een botsing tussen conservatisme en progressisme, een intellectueel debat op het scherp van de snee over het belang van tradities en de noodzaak tot verandering.

Dirk Verhofstadt

 

Brief 1

Sid Lukkassen aan Maarten Boudry

Beste Maarten,

Enige tijd geleden debatteerden wij in Antwerpen. Nu doet zich een uitstekende gelegenheid voor om dit debat voort te zetten. Want in Nederland schetste minister Stef Blok (VVD) onlangs een pessimistische toekomstvisie voor Europa. Mensen kunnen volgens hem, vanuit de evolutie, het best in overzichtelijke gemeenschappen leven. 

De huidige demografische ontwikkelingen zouden kunnen leiden tot conflicten en zelfs tot failed states – daarbij gaf Blok het voorbeeld van Suriname, waar men zou stemmen volgens etnische lijnen. Van nature zouden mensen vertrouwdheid en geborgenheid zoeken en zich daarom liever niet met vreemde groepen vermengen. Met xenofobie zei hij “pragmatisch” te willen omgaan.

Dat toekomstbeeld van fragmentatie en enclavevorming bevestigt mijn analyse in De Democratie en haar Media. De antropoloog Robin Dunbar berekende overigens dat de mens op grond van de omvang van zijn neocortex in een sociale groep van ongeveer honderdvijftig exemplaren zou moeten leven. Dit getal stemt overeen met de dorpsomvang waarbinnen de mensheid een groot deel van zijn evolutie doorbracht en komt nog steeds voor in traditionele samenlevingen.

Maarten, ik weet dat jij over de islamisering van ons Avondland een onverbeterlijke optimist bent. Maar deze feiten zouden je toch de ogen moeten openen: het kosmopolitisme en de globalisering stuiten op harde barrières in de menselijke evolutie. Een tegenreactie ligt op de loer, die zich juist tégen de Verlichtingswaarden keert. 

Wereldburgerschap is een illusie – de grootstedelijke inwoners van de metropolen staan qua leef- en denkpatronen immers ver af van de burgers in het eigen achterland. In de VS werd dit bewezen door Trumps verkiezingsoverwinning, en in Nederland door het Oekraïne-referendum.

Hier komt bij dat autoritaire regimes en culturen die we naar westerse maatstaven maar moeilijk ‘verlicht’ kunnen noemen, de komende decennia de wind in de rug zullen hebben. Zowel qua bevolkingsgroei als qua economische groei, is de kans inderdaad sterk aanwezig dat zij het Westen – en zeker Europa – geopolitiek zullen overvleugelen, met alle gevolgen van dien. De geopolitieke blunders van Westerse leiders hebben Libië gedestabiliseerd en brachten Khadaffi ten val (die in feite naar het Westen was overgelopen). Hierdoor worden akkoorden over de migratiestroom nu niet meer met Libië beklonken, maar heeft de EU zich afhankelijk gemaakt van Turkije. Dit Erdogan-regime gedraagt zich in geopolitiek opzicht zeer grillig en kent een track record van agressieve retoriek naar Europa. Dit is een goed voorbeeld van ontbrekend geopolitiek realisme bij Europa en een geringe politiek-culturele weerbaarheid.

Neem Erdogan die in 2008 maar liefst 16.000 Duitse Turken toesprak in Keulen. Hij riep de 1,7 miljoen Turken in Duitsland op om niet te veel te integreren in de Duitse maatschappij. Inburgering noemde hij een “misdaad tegen de menselijkheid”. Toen de Europese landen dat lieten gebeuren, gaven ze daarmee het verkeerde signaal af. De doorwerking en aantrekkingskracht van dit ‘islamitische nationaalpopulisme’ zien we in de Nederlandse politiek via een partij als DENK.

Jij stelt veel vertrouwen in de vooruitgang van wetenschap en technologie, maar ik denk dat je de situatie te rooskleurig ziet. Sterker nog: technologieën die bedoeld zijn om de gebruiker te emanciperen en de transparantie van informatie te vergroten, kunnen net zo makkelijk worden gebruikt om het vrije denken opnieuw te knechten. De sociale media konden de stamgevoelens van de volkeren in het Midden-Oosten des te makkelijker doen ontvlammen. Met oorlog als gevolg.

Of neem China. Daar wordt gewerkt met Sesame credit, gezichtsherkenning en burgerschapspunten: naarmate de economische – en daarmee de politieke grip – van China zich verstevigt, kan dit systeem worden uitgerold en internationaal meer in trek raken. Een punt is ook dat, door het continu ingeplugd zijn op smartphones, het collectieve geheugen veruitwendigd wordt. De top tien Google-resultaten bepalen of iets al dan niet ‘waar’ is. Op deze wijze kunnen groepen met voldoende geld, technologie en rekenkracht met terugwerkende kracht hun geschiedenis herschrijven. Iets dat met papieren boeken altijd moeilijker was.

Zo concludeer ik dat progressief bedoelde technologieën nu worden omgebogen om repressie te faciliteren. Wat betreft de regulering van het internet hebben Trump, Brexit en het Oekraïne-referendum de bestuurders in zekere zin paranoïde gemaakt voor de ‘onderbuik’ van het volk – regulering zou nu al te makkelijk de andere kant kunnen opslaan. Anders dan jouw positieve blik ons voorspiegelt, zie ik dat een repressief model onder de druk van demografische verschuivingen met bijkomende spanningen, ook voor Westerse regimes aantrekkelijk wordt.

Mijn grote vraag is de volgende: kan de West-Europese cultuur, die veel van deze technologische en wetenschappelijk innovaties draagt, voldoende weerbaarheid, mentaal zelfvertrouwen en veerkracht opbrengen om zich staande te houden tegen autoritaire tendensen die van buiten én van binnen komen?

Brief 2

Maarten Boudry aan Sid Lukkassen

Beste Sid,

Er is iets dat me opvalt aan jou. Jij werpt je op als behoeder van de westerse Verlichting, maar toch lijk je bitter weinig vertrouwen in diezelfde Verlichting te hebben. Je voorspelt dat de westerse beschaving binnenkort overvleugeld zal worden door onverlichte autoritaire regimes, door de kracht van demografie en migratiestromen, en door ons gebrek aan “culturele weerbaarheid”. De hele notie van wereldburgerschap – een verlichtingsidee – verwerp je als een “illusie” die op harde biologische barrières zal stuiten. Dat doemscenario verwerp ik volkomen.

Voor we naar de toekomst kijken, eerst het heden. Nooit eerder leefden we zo veilig, welvarend en gezond als vandaag. Dat geldt niet alleen voor het westen, maar over de hele wereld. Vanaf grofweg 1800 heeft de mensheid op zowat elk vlak een spectaculaire vooruitgang geboekt, ongezien in de wereldgeschiedenis. Honderden miljoenen mensen werden uit de armoede getild, geweld en oorlog zitten al decennia in neerwaartse lijn, en de mondiale levensverwachting is gestegen van 30 jaar naar meer dan 70. De stelling van Blok dat mensen van verschillende etnieën niet vreedzaam zouden kunnen samenleven, is pertinente onzin. De etnisch homogene samenlevingen van weleer waren vele malen gewelddadiger en moordlustiger dan de multiculturele samenlevingen van vandaag.

Overigens rammelt het biologische argument: racisme zit niet in onze genen, om de eenvoudige reden dat een dergelijke adaptatie nauwelijks voordeel had opgeleverd voor onze voorouders. Naburige stammen leken gewoon teveel op elkaar, en ontmoetingen over lange afstanden waren te zeldzaam. Een Inuit vocht nooit met een San, en een Kaukasiër nooit met een Aboriginal. Pas veel later in onze evolutie werden deze geografische barrières gesloopt, in de eerste fase van wat nu ‘globalisering’ heet.

Evolutie heeft ons wel uitgerust met een vermogen tot coalitievorming en wij-zij denken. We voelen ons verbonden met onze eigen groep, en zijn vijandig en argwanend tegenover buitenstaanders. Maar de grenzen van dat ‘wij’ zijn niet in onze genen verankerd, omdat samenwerkingsverbanden voor onze voorouders nu eenmaal erg veranderlijk waren. Ons brein bakent groepen af op talloze manieren: taal, haartooi, geloof, kledij, muziek. Elk criterium kan dienstdoen. Huidskleur kan ook, maar hoeft zeker niet. Als huidskleur niet relevant is voor coalitievorming, wordt ons brein kleurenblind, zo wijzen psychologische experimenten uit. Kijk naar de collectieve gekte in België over ons nationaal elftal: als je maar het juiste truitje draagt, ben je één van ‘ons’, ongeacht je huidskleur.

Door dat wendbare ‘wij’, kan de cirkel van onze empathie (een begrip van Darwin) steeds verder uitdeinen. Racisme en xenofobie bestaan nog steeds, maar veel minder dan vroeger. Globalisering zet vandaag een proces van schaalvergroting verder dat al eeuwen aan de gang is. De theorie van Robin Dunbar stelt niet dat wij allemaal in groepen van 150 mensen ‘zouden moeten leven’, maar dat ieder van ons ongeveer 150 betekenisvolle sociale relaties kan aangaan. Dat is iets heel anders. Ik hoef geen vriendschap te sluiten met elke Zweed en Spanjaard om me samen Europees staatsburger te voelen en belastingen te betalen, of met elke Haïtiaan om geld te doneren aan Artsen Zonder Grenzen. Als de theorie van Dunbar een “harde barrière” is voor samenleven, dan moeten we niet alleen Europa ontbinden, maar ook alle natiestaten en steden. Iedereen terug in dorpen van maximum 150 mensen. Dat is natuurlijk onzin.

Ik steek mijn kop niet in het zand. Migratiestromen kunnen voor deiningen zorgen in een maatschappij, en voor de vorming van een nieuw ‘wij’ langs religieuze of etnische breuklijnen, wat schadelijk is voor de sociale cohesie. Bovendien stelt de intrede van een assertieve religie als de islam ons inderdaad voor nieuwe uitdagingen. Maar waarom zou de islam eeuwig immuun blijven voor de ideeën van de Verlichting die het christendom hebben gemuilkorfd – wetenschap, individualisme, materialisme, liberale vrijheden?

De veerkracht van de westerse beschaving is veel groter dan je denkt, en liberale democratieën troeven alle andere samenlevingsmodellen al decennia de loef af. Islamfundamentalisme is de stuiptrekking van een geloofssysteem dat zich terecht bedreigd weet: de moellahs en ayatollahs beseffen welke verleiding uitgaat van de westerse cultuur, en weren ze zich daarom als een duivel in een wijwatervat. In attitudepeilingen in de islamitische wereld gaan echter in de richting van meer liberalisering en minder vroomheid, vooral bij de jonge generatie.

Morele vooruitgang is geen rechtlijnig verhaal. Er zullen altijd uitzonderingen, haperingen en terugvallen zijn. Eén van de basisbeginselen van de Verlichting is echter de wetenschappelijke methode: betrouwbare kennis kunnen we enkel vergaren door zorgvuldige waarneming en metingen. Volgens mij sla je die kernwaarde van de Verlichting in de wind, door je teveel te beroepen op anekdotes. Zoals de boutade luidt: the plural of anecdote is not data. Terecht haal je de zorgwekkende ontwikkelingen in Turkije en aan. De bedreiging van het islamisme wordt tot op vandaag door veel linkse apologeten genegeerd of afgewimpeld. Maar als je het globale plaatje bekijkt, krijg je een heel ander beeld. Er zijn betrouwbare methodes om het democratische gehalte van landen te meten. De index van Polity is de meest gerespecteerde in de politieke wetenschappen. En wat blijkt? Het aantal democratieën zit de laatste jaren nog steeds in de lift, net zoals het percentage van de wereldbevolking dat in een democratie leeft. In 2015 was dat al meer dan 4 van de 7 miljard mensen, en dat aantal zit nog steeds in de lift. De snelheid van die democratisering is na 1989 is wat vertraagd, wat op zich niet vreemd is, want toen liep het even een ontzettende vaart.

In Antwerpen sprak je over de uitzichtloosheid van Afrika, met haar corruptie, dictators en etnische conflicten. Maar dat klopt gewoon niet. Wist je dat het aantal democratieën in Afrika sinds 1999 verdubbeld is? In nog geen twee decennia tijd. Een ongelofelijke prestatie. De notie van een wereldwijde “democratische recessie” is een kortzichtige obsessie van westerse intellectuelen die even een dipje meemaken en in paniek schieten.

Het probleem is dat positieve ontwikkelingen vaak onzichtbaar blijven, door de wetten van de nieuwsgaring. Nieuws is wat opvalt, en negatieve gebeurtenissen springen in het oog. De landen die geleidelijk democratiseren, halen het nieuws niet, maar als er ergens een gekke dictator opstaat, staan de kranten er vol van. En laten we ook niet overdrijven: Erdogan is lang niet zo ongenaakbaar als velen denken. Hij heeft weliswaar de verkiezingen gewonnen (bemerk dat die nog steeds georganiseerd worden), maar hij moet nu wel zijn macht delen met een andere nationalistische partij. En Xi Jingping is Mao niet.

Chinezen genieten vandaag de vrijheid om vrij te reizen waar ze willen, en nog belangrijker, ze keren ook vrijwillig terug. China is een autoritaire eenpartijstaat, maar de macht van de overheid is niet grenzeloos. In tegenstelling tot Mao, die ongehinderd zijn knettergekke totalitaire waanideeën kon uitvoeren, moet de Chinese overheid vandaag een zekere rekenschap afleggen aan haar bevolking. De Chinezen hebben veel meer ‘westerse’ ideeën (wetenschap, vrije markt, individualisme) overgenomen dan je denkt.

Tot slot: wist je dat minister Blok zich in 2004 nog helemaal aan het andere uiterste van dit debat bevond? Toen was de multiculturele samenleving voor hem enkel rozengeur en maneschijn, en vond hij al die discussies over de intrede van de islam “kwalijk”. Ik vind zijn huidige pessimisme al even simplistisch als zijn voormalige optimisme, en het komt mij over als een bizarre vorm van overcompensatie. Laten we naar de feiten kijken, zonder problemen te verdoezelen, maar ook zonder doem te prediken. Ik ben een optimist, maar niet onvoorwaardelijk. In mijn boek Illusies voor gevorderden heb ik zelf gewaarschuwd voor de gevaren van onredelijke optimisme. Ik pleit voor verbeterlijk optimisme, gestoeld op empirische feiten en ratio.

Print Friendly and PDF
Het falen van het utilitarisme - El Hammouchi Othman

Het falen van het utilitarisme - El Hammouchi Othman