Dit is een ronduit schabouwelijk schouwspel – Koen Schoors
Voor het eerst in te lange tijd hebben we dezelfde partijen in de regering op het Waalse, Vlaamse en federale niveau. Op alle niveaus spelen dus dezelfde partijen met dezelfde belangen hetzelfde politieke spel. In deze symmetrische constellatie is elke verschuiving van kosten of opbrengsten tussen het federale en gewestelijke niveau eigenlijk een broekzak-vestzakoperatie binnen dezelfde partijen.
Je zou dus in principe minder, of zelfs geen, politieke stokken in de wielen verwachten om een ander niveau voor schut te zetten. De hoop was dat dit niet alleen zou helpen om de begroting op orde te krijgen, maar dat het ook zou leiden tot een beter samenhangend en toekomstgericht beleid. Helaas is de enige rode draad die ik heb kunnen ontdekken het mantra dat de rekening moet kloppen. De samenhang is zoek en van een toekomstvisie valt er al helemaal niets te bespeuren. Als het saneren van de begroting de enige ambitie van deze unieke symmetrische regeringen blijft, zullen we over enkele jaren bitter betreuren dat we een historische kans hebben gemist.
We hebben op het Belgische niveau beslist om de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd. Voor mensen onder de 55 die op dat moment al twee jaar werkloos waren, betekende dat een bijzonder pijnlijk ontwaken. Het kan voor deze voormalige werklozen vele kanten op. Ze kunnen op zoek gaan naar een gewone baan, solliciteren voor een baan in de sociale economie, doorschuiven naar de ziekteverzekering, terugvallen op een leefloon, kiezen voor lucratieve vormen van criminaliteit of helemaal door de mazen van het net glippen.
De achterliggende beleidsdoelstelling van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd is om de tewerkstellingsgraad - het aandeel van de bevolking op actieve leeftijd dat daadwerkelijk werkt - op te trekken tot 80 procent. In Vlaanderen ligt dat cijfer op 77,3 procent, in België zelfs maar op 72,8 procent. Het verhogen van de tewerkstellingsgraad is op zich een goed idee, want een baan is nog altijd de beste manier om mensen te beschermen tegen armoede en isolement.
Opdat die voormalige werklozen ook echt een baan zouden vinden in plaats van terecht te komen bij langdurige ziekte, leefloon, criminaliteit of armoede, is er natuurlijk wel wat nodig. Mensen hebben na een langdurige werkloosheid immers dikwijls te maken met een aantal problemen en hebben al bij al een beperkt arbeidspotentieel. Om de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd ook om te zetten in duurzame tewerkstelling zijn opleiding, individuele coaching en gerichte toeleiding naar geschikte banen nodig.
VDAB en OCMW
Maar wat zien we op het Vlaamse niveau? Precies het omgekeerde. Er wordt deze legislatuur 80 miljoen bespaard op de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling. Daarvan moet 40 miljoen al in 2027 gerealiseerd worden. Hierdoor komen een aantal zeer succesvolle trajecten die werkzoekenden begeleiden naar een job of een succesvol zelfstandigenstatuut zwaar onder druk en kunnen we verwachten dat minder werkzoekenden een aangepaste job zullen vinden.
Ook het systeem van tijdelijke werkervaring, beter gekend onder de noemer artikel 60, staat onder druk. Volgens dit schema worden steungerechtigde werkzoekenden eigenlijk in dienst genomen door het lokale OCMW, maar effectief tijdelijk tewerkgesteld in reguliere ondernemingen of organisaties om daar onder intensieve externe begeleiding nieuwe jobs aan te leren, bijvoorbeeld als keukenpersoneel, schrijnwerker of logistiek medewerker. Zo krijgen deze mensen de kans om nieuwe vaardigheden te verwerven op de werkvloer.
Lokale OCMW's ontvingen tot voor kort een compensatie- en inspanningsvergoeding voor de intensieve begeleiding van mensen onder artikel 60-tewerkstelling, maar deze compensatie- en inspanningsvergoeding wordt nu door de Vlaamse regering geschrapt. De federale regering duwt dus werklozen naar de OCMW’s en de Vlaamse regering ontzegt de OCMW’s de middelen om die mensen aan het werk te krijgen. Begrijpe wie begrijpen kan.
Daarenboven zijn er ook zware Vlaamse besparingen in het volwassenenonderwijs, waardoor levenslang leren een pak duurder en minder toegankelijk wordt. Honderden banen gingen op de schop in het volwassenonderwijs, en het aantal inschrijvingen daalde drastisch. Mensen hebben zo minder opties om nieuwe, dikwijls praktische talenten te ontwikkelen en hun bestaande talenten aan te scherpen. Dit vermindert niet alleen de mogelijkheden van mensen die opnieuw actief willen worden op de arbeidsmarkt na een langere afwezigheid, maar beperkt ook de carrièreopties van alle huidige werknemers en maakt daardoor de arbeidsmarkt veel stroever: hoe minder je je talenten ontwikkelt, hoe moeilijker het wordt om een goede nieuwe baan te vinden na ontslag.
Ook op het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers – de zogenaamde OKAN-klassen- wordt zwaar bespaard, terwijl we weten dat een betere taalverwerving een van de belangrijkste factoren is om talent sneller te laten doorstromen naar de arbeidsmarkt.
Daarnaast wordt het systeem van flexi-jobs gevoelig uitgebreid. Vroeger was dit systeem beperkt tot sectoren waarvoor de sociale partners flexi-jobs hadden goedgekeurd, maar nu mag het overal, tenzij de sector via een cao een uitzondering bekomt. Ook in de zorgsector kunnen flexi-jobs nu. Bovendien mogen ze ook meer verdienen.
Verder is voor studentenjobs sinds 2025 het maximaal aantal uren arbeid per jaar uitgebreid naar 650. Dat is op zich prima, maar veel werkgevers zullen natuurlijk flexi-jobbers en jobstudenten verkiezen boven werknemers die al lang niet meer gewerkt hebben en nauwelijks nog over relevante werkcompetenties beschikken. Die flexi-jobbers en jobstudenten hollen niet alleen de inkomsten van de overheid verder uit, maar ze verminderen ook de startkansen voor de stroom aan nieuwkomers die uit de langetermijnwerkloosheid of de inactiviteit komen.
Klauterpartij
Het is zonder meer een goede zaak om meer mensen aan het werk te krijgen, ook voor die mensen zelf. Zoals gezegd: een job blijft de beste sociale bescherming. Maar wat we nu doen is niet de beste manier om zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen. Het federale niveau haalt een pak mensen uit de langetermijnwerkloosheid en zet ze af aan de onderkant van de carrièreladder, maar het Vlaamse niveau slaat de onderste twee sporten uit diezelfde ladder. Veel succes met de klauterpartij allemaal.
En dan zwijgen we nog over de voorspelbare tweederonde-effecten op mentale en fysieke gezondheid en op armoede voor deze groep, die enerzijds zwaar onder druk wordt gezet en anderzijds cruciale ondersteuning verliest. De ziekteverzekering en de OCMW’s mogen later de mensen weer bij elkaar vegen die van deze onbeklimbare ladder gevallen zijn. We weten al ongeveer hoe de krantenkoppen er binnen twee jaar uit zullen zien. Het is een ronduit schabouwelijk schouwspel.
Is er iemand die deze logica begrijpt? Is er dan geen enkel overleg tussen de symmetrische federale en gewestelijke regeringen over een samenhangend beleid om mensen aan het werk te krijgen? Is er echt alleen maar de harteloze begrotingslogica? Het lijkt erop dat elk niveau, federaal of gewestelijk, vooral de eigen begrotingsboontjes dopt, zonder betekenisvol overleg over de gevolgen van het eigen beleid voor het andere niveau. En blijkbaar overleggen we ook niet al te veel binnen de beleidsniveaus.
Op Vlaams niveau kwam het erop neer dat elke minister zijn deel moest bijdragen, wat de combinatie van bevoegdheden van die minister toevallig ook mocht zijn. Dat heeft vanzelfsprekend niet geleid tot een globale optimalisatie van het gebruik van belastinggeld op Vlaams niveau, maar tot een kille rekenoefening per minister, waarbij vooral de eigen prioriteiten en populariteit doorwogen en de gevolgen voor het geheel grotendeels aan het toeval worden overgelaten.
Het gevolg is een begroting die niet inzet op het opleiden en motiveren van moeilijk inzetbare mensen of op een effectieve toeleiding naar jobs, maar vooral berust op wantrouwen en controle. Het onderliggende idee lijkt te zijn dat al die langdurig werklozen in wezen profiteurs zijn die het begrotingsevenwicht bedreigen en de groei fnuiken, en daarom vooral een schop onder de kont verdienen. Pak hun financiële steun af en ze zullen wel werk vinden, die hangmatwerklozen, zo luidt nu het beleidsdevies. Ondersteuning bij de eerste stapjes in de zoektocht naar werk is overbodig. Taalonderwijs voor anderstaligen is overbodig. Het ontwikkelen van andere talenten is overbodig. Gewoon aanhalen die broeksriem en travakken, en ze zullen wel bijdraaien.
Het is voorspelbaar dat we hierdoor weer meer precaire jobs en regelrechte uitbuiting zullen krijgen, waarbij veel voormalige werklozen of zieken terechtkomen in jobs die helemaal niet bij hen passen en waar het tewerkstellende bedrijf ook bedroevend weinig aan zal hebben. Tewerkstelling kun je niet decreteren met meer financiële druk alleen, je hebt ook een globale samenhangende toekomstvisie nodig die de beleidsdomeinen overschrijdt. Maar die coherente visie heb ik zelfs met de microscoop niet kunnen vinden.
Mark Rutte, meer dan een decennium de pragmatische premier van Nederland, staat bekend om zijn herhaalde uitspraak dat je voor visie bij de oogarts moet zijn. Bij de laatste verkiezingen behaalde zijn VVD haar laagste stemmenaandeel sinds 1971. Zonder visie knal je vroeg of laat tegen de muur. Hoog tijd om even het vizier scherp te stellen en bij te sturen, of die muur wenkt ook voor ons.
Koen Schoors
De auteur is professor economie aan de Universiteit Gent. Zie https://koenschoors.be/


