Teksten

Publieke investeringen zijn fiscaal verantwoord – Mariana Mazzucato

Publieke investeringen zijn fiscaal verantwoord – Mariana Mazzucato

Hoewel begrotingsverantwoordelijkheid een terecht streven is voor elke overheid, kan dit niet uitsluitend worden gemeten aan de hand van tekorten en schuldnormen. Degenen die bij een hogere schuldenlast aandringen op bezuinigingen, gaan voorbij aan het belang van overheidsuitgaven die op termijn de productiecapaciteit van de economie versterken.

Of een ziekenhuis verpleegkundigen kan aannemen, een school haar dak kan repareren, of een land een energienetwerk voor schone energie kan aanleggen, hangt vaak af van factoren die zelden het nieuws halen. Voor veel overheden bepalen regels die tekorten, schulden of uitgaven aan banden leggen, uiteindelijk of zij kunnen investeren in de toekomst.

Deze beperkingen zijn belangrijker dan ooit. Terwijl ministers van Financiën in Bangkok samenkomen voor de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, waarschuwt het IMF dat de schulden zich op het hoogste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog bevinden. De boodschap van het IMF aan overheden is dat begrotingsconsolidatie essentieel is, ook al brengt dit een hoge politieke prijs met zich mee. De aanname is dat pijnlijke keuzes van vandaag de overheidsfinanciën morgen op een steviger fundament zullen plaatsen.

Maar het schrappen van uitgaven die groei en veerkracht ondersteunen, kan niet alleen op korte termijn voor ontberingen zorgen; het kan ook de economie verzwakken, waardoor het in de toekomst juist moeilijker wordt om de schuld te verlagen. Het begrotingsbeleid van overheden zou moeten worden beoordeeld op de vraag of het het vermogen van de economie versterkt om op de lange termijn aan publieke verplichtingen te voldoen.

Dit inzicht is afkomstig van de 'Global Council on New Economics for the 21st Century', die ik mede voorzit samen met de Spaanse minister van Economie, Carlos Cuerpo. In het eerste beleidsdocument van de raad, getiteld "Begrotingsregels en inclusieve groei op de lange termijn", wordt betoogd dat begrotingsverantwoordelijkheid weliswaar een terecht doel is, maar dat dit niet uitsluitend kan worden gemeten aan de hand van tekorten en schuldquota. Ook moet worden gekeken naar wat overheidsuitgaven tot stand brengen en hoe zij de economie op termijn versterken.

Immers, wie tijdens een economische neergang de uitgaven verlaagt, ziet de economische activiteit en de belastinginkomsten dalen. Het nagestreefde doel raakt daardoor steeds verder uit zicht, omdat de schuld in verhouding tot het bbp juist oploopt. In 2013 concludeerde het IMF zelf, na een herevaluatie van de Europese begrotingsaanpassingen tijdens de recente crisis, dat de schade die consolidatie aan de economische output had toegebracht, zwaar was onderschat. De bewering dat de economische groei zou instorten zodra de schuld de grens van 90% van het bbp overschreed, diende destijds als rechtvaardiging voor bezuinigingen in zowel Europa als de Verenigde Staten. Die bewering bleek echter gebaseerd op een fout in een spreadsheet.

Wanneer een economie onder haar capaciteit presteert, vergroten doelgerichte overheidsinvesteringen de productiecapaciteit en stimuleren zij private investeringen. Overheidsinvesteringen zijn geen kostenpost die tot een minimum moet worden beperkt, maar een hefboom waarvan private investeringen en economische groei afhankelijk zijn. Toch zijn overheidsinvesteringen het eerste slachtoffer zodra begrotingsdoelstellingen prioriteit krijgen. Een project laat zich nu eenmaal makkelijker uitstellen dan de betaling van salarissen – zelfs wanneer dat uitstel de eigen economische strategie van de overheid ondermijnt. De recente ervaringen in Mexico illustreren deze spanning. De begrotingsaanpassing zorgde ervoor dat de fysieke overheidsinvesteringen daalden van 3,1% van het bbp in 2024 naar 2,2% in 2025, terwijl het 'Plan México'-programma juist afhankelijk is van aanhoudende investeringen in infrastructuur, water, energie en vaardigheden.

Standaard boekhoudpraktijken versterken deze vertekening. Als er geld wordt geleend voor de bouw van een openbaar ziekenhuis, registreren conventionele schuldmaatstaven wel de verplichting, maar niet het bezit (het ziekenhuis). Kortetermijnprognoses verergeren dit probleem nog verder: een prognose voor drie jaar brengt de kosten van een investering wel in kaart, maar het rendement ervan nauwelijks.

Vanwege deze beperkingen zijn sommige overheden begonnen hun regels te herzien. Sinds 2024 kijkt de Britse schuldregel niet langer uitsluitend naar de schulden van de overheid. Wanneer de staat geld uitleent of een belang neemt in een bedrijf, wordt dit nu aan de andere kant van de balans meegeteld als bezit. Bovendien weegt het Britse ministerie van Financiën bij de beoordeling van een project nu zwaarder mee welke voordelen pas na verloop van jaren zichtbaar worden.

Dit is een stap vooruit, maar nog niet voldoende. Omdat de nieuwe Britse regel slechts drie jaar vooruitkijkt, blijven ziekenhuizen, wegen en energienetten die in publiek bezit zijn, buiten beschouwing. Daarnaast mag niet worden vergeten dat sociale infrastructuur net zo belangrijk is als fysieke infrastructuur; op de lange termijn is het goedkoper om een ​​jongere in de problemen te ondersteunen dan om hem of haar op te sluiten.

Natuurlijk hebben sommige landen veel meer beleidsruimte dan andere, wat het gevolg is van een diep ongelijk financieel stelsel. Landen die afhankelijk zijn van financiering in vreemde valuta moeten over voldoende deviezenreserves beschikken om hun schulden af ​​te lossen en importen te betalen, terwijl ze tegelijkertijd gebonden zijn aan rentetarieven die door de wereldmarkt worden bepaald. Zelfs lenen in de eigen valuta kan landen kwetsbaar maken voor volatiele internationale kapitaalstromen. In 2025 betaalden ontwikkelingslanden een recordbedrag van 995 miljard dollar aan netto rente. Zo’n 3,7 miljard mensen wonen in landen die meer geld kwijt zijn aan rentebetalingen dan aan gezondheidszorg of onderwijs.

Spanje laat zien hoe het eruitziet wanneer een overheid productieve en sociale uitgaven beschermt tijdens economische schommelingen: door zowel bezittingen als schulden mee te wegen, investeringen te beoordelen over de gehele periode waarin het rendement wordt behaald, markten vorm te geven via overheidsinkopen en publieke financiering, en inkomsten op een eerlijkere manier te genereren. Sinds 2021 is de Spaanse overheidsschuld gedaald van 115,7% van het bbp naar ongeveer 100%, dankzij economische groei. Sterker nog: dankzij investeringen in hernieuwbare energie betaalde het land, toen de energieschok van dit jaar zich voordeed, een derde minder voor elektriciteit dan zijn buurlanden.

Maar als het gaat om het verlichten van externe beperkingen, is multilaterale solidariteit de enige oplossing. Dat betekent: aandringen op IMF-programma’s en schuldbeoordelingen die gericht zijn op het beschermen – in plaats van het inkrimpen – van investeringen; zorgen voor betrouwbare toegang tot liquiditeit voordat schokken uitgroeien tot crises; snellere procedures voor schuldoplossing opzetten; betaalbare langetermijn-financiering voor publieke ontwikkeling bieden; onderhandelen over nauwere internationale belastingcoördinatie; en gezamenlijk optreden om schokken in de energie- en voedselprijzen een halt toe te roepen voordat ze de nationale begrotingen raken.

Aangezien nationale hervormingen onvoldoende zijn om landen te helpen die kampen met externe financieringsbeperkingen, moeten internationale instellingen meer steun bieden en hun eigen werkwijzen aanpassen in lijn met hun mandaat. IMF-programma’s en schuldbeoordelingen moeten rekening houden met de langetermijnschade die bepaalde bezuinigingen kunnen toebrengen aan economische groei, menselijk kapitaal en begrotingshoudbaarheid; ze mogen niet simpelweg alle uitgavenverminderingen over één kam scheren. Investeringen die de productiecapaciteit versterken, moeten worden beschermd, terwijl maatregelen die toekomstige inkomsten en veerkracht ondermijnen, moeten worden vermeden.

Wanneer overheden volhouden dat er geen alternatief is voor bezuinigingen, tasten ze het vertrouwen aan en laten ze het veld over aan uiterst rechtse populisten. Wat we nodig hebben, is een politiek die in het teken staat van een publiek doel. Echte begrotingsverantwoordelijkheid berust op een geloofwaardige economische strategie: een strategie die reële beperkingen erkent (zoals de arbeidskrachten, materialen en capaciteiten waarover een land beschikt), evalueert wat publieke uitgaven opleveren, en instellingen opbouwt die in staat zijn resultaten te boeken.

Het doel van economisch beleid is het dienen van het algemeen belang. Begrotingsregels moeten overheden in staat stellen te investeren in fysieke en sociale infrastructuur, de opbrengsten daarvan te benutten om de publieke kas aan te vullen, en publieke waarde te creëren voor de burgers. Begrotingsverantwoordelijkheid betekent investeren in de toekomst en ervoor zorgen dat ons beleid werkt voor de meerderheid van de bevolking.

 

Mariana Mazzucato

De auteur is hoogleraar aan University College London (UCL) en oprichter en directeur van het UCL Institute for Innovation and Public Purpose. Zij is de auteur van onder meer The Common Good Economy: A New Compass (Allen Lane, June 2026).

Print Friendly and PDF
Een generatieconflict in de straten van Parijs - Jonathan Levy

Een generatieconflict in de straten van Parijs - Jonathan Levy