Teksten

Het cultureel-erfgoedveld wordt geviseerd - Christoph De Spiegeleer

Het cultureel-erfgoedveld wordt geviseerd - Christoph De Spiegeleer

Caroline Gennez heeft als Vlaams minister van Cultuur duidelijk een strategische visie, al is dat niet die uit haar strategische visienota Kunsten en Cultureel Erfgoed van 1 april 2026. Ze kiest voor artiesten en makers in de kunstensector en voor landelijke musea die Vlaanderen internationale zichtbaarheid opleveren, ten koste van kleinere musea, archieven, erfgoedbibliotheken en dienstverleners in de cultureel-erfgoedsector, die vanaf 2027 worden geconfronteerd met subsidiedalingen van 30 tot 100 procent.

Haar recente visienota over het belang van ‘onzichtbare’ erfgoedtaken zoals bewaring, digitalisering en onderzoek, een ‘coherent’ subsidiebeleid en ‘ruimte voor kleinere spelers’ krijgt zo de wrange bijsmaak van een aprilmop. De getroffen instellingen en organisaties worden nu weggezet als ‘tussenstructuren’ die niet tot de ‘essentie’ behoren. Zo plaatst minister Gennez hedendaagse kunstenaars en cultuurmakers tegenover cultureel-erfgoedwerking.

Enkele dagen terug werd bekend dat Stefan Hertmans is voorgedragen als kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. Voor zijn roman De opgang (2020), over het zware collaboratieverleden van Willem Verhulst, raadpleegde hij diens familiearchief in het ADVN/archief voor nationale bewegingen. Ook Liberas, centrum voor de geschiedenis van het vrije denken en handelen, bewaart archiefmateriaal van Verhulst en zijn echtgenote, omdat hun zoon Adriaan een boegbeeld werd in liberaal-vrijzinnige middens. Zoals Hertmans zelf zei: ‘Archieven gaan samen met levens, met stemmen die daar liggen te wachten’. Hopelijk vindt ook Hertmans' volledige archief, dat de totstandkoming van de roman documenteert, ooit onderdak in het Letterenhuis. Al deze archiefinstellingen moeten het voortaan met 50 procent minder subsidies doen dan in 2023 beloofd. Het illustreert hoe onzinnig het is om makers tegenover zogenaamde structuren te plaatsen en hoe disproportioneel de zware besparingen op bijvoorbeeld de culturele archieven zijn.

Waarom het cultureel-erfgoedveld wordt geviseerd bij de besparingen, laat zich raden. Onder Gennez' voorganger Jan Jambon kregen musea, archieven en erfgoedbibliotheken gevoelig meer werkingsmiddelen voor de beleidsperiode 2024-2028. Die volgens de toenmalige minister ‘noodzakelijke inhaalbeweging’ was procentueel groter dan de eerdere verhoging in de kunstensector. Wil minister Gennez zich in tijden van schaarste profileren ten aanzien van haar voorganger door eerdere investeringen in instellingen die ze kennelijk niet tot de essentie van het cultuurbeleid rekent volledig terug te draaien, ook als sommigen van die instellingen daardoor dreigen te worden lamgelegd? Of redeneert de regering louter cijfermatig dat wie eerder meer kreeg, nu – gezien de verslechterde budgettaire situatie – gewoon op het strafbankje moet zitten, ongeacht de gerealiseerde groei en het potentieel, en ongeacht het geld dat zo midden in een beleidsperiode over de balk wordt gegooid?

Nog problematischer zijn inderdaad de timing en de rechtsonzekerheid. Zonder voorafgaande waarschuwing zien instellingen en organisaties met een beheersovereenkomst hun plannen voor 2024-2028 en de eerste voorbereidingen voor 2029-2033 onderuitgehaald. Waarom een visienota van 65 pagina’s publiek maken en instellingen dure voorbereidingen laten treffen, als een mail van vijf regels zes maanden later volstaat om lopende overeenkomsten te ondergraven? Met 30 tot 50 procent minder middelen kunnen de afgesproken taken simpelweg niet meer worden uitgevoerd.

Binnen één beleidsperiode jojoën met subsidies is geen cultuurbeleid, maar verspilling van tijd en geld. De resultaten van eerdere investeringen worden tenietgedaan. Intussen maken deze besparingen nauwelijks verschil voor de Vlaamse begroting: rond 1 procent van de overheidsuitgaven gaat naar cultuur, en binnen dat beperkte cultuurbudget gaat vanzelfsprekend aanzienlijk minder geld naar cultureel erfgoed dan naar kunsten.

De cultureel erfgoedsector heeft geen behoefte aan nog meer hoogdravende beschouwingen over het rijke ‘culturele ecosysteem’ zolang de minder zichtbare onderdelen ervan niet worden gerespecteerd en op zijn minst evenwaardig behandeld in tijden van schaarste. Een duurzaam cultuurbeleid steunt niet op visienota's vol wollige ambities, maar op afspraken waarop instellingen en organisaties kunnen vertrouwen. Minder ‘visie’ dus, en vooral meer perspectief.

Christoph De Spiegeleer

De auteur is Hoofd Onderzoek Liberas vzw en Gastprofessor Geschiedenis en Erfgoed aan de Vrije Universiteit Brussel. 

In tussentijd is het voor Liberas, als erfgoedcentrum van en voor het vrijheidsideaal, essentieel om ook in tijden van grote onzekerheid Karl Poppers liberale dictum dat optimisme een morele plicht is in praktijk te brengen. Daarom een warme oproep. Een gift vanaf 40 euro ondersteunt niet alleen het werk van deze erfgoedinstelling, maar levert u ook een belastingvoordeel van 30% op. U kunt uw gift overschrijven op rekeningnummer BE41 0013 5584 7610 op naam van Liberas vzw, met vermelding ‘gift Liberas’.

Wilt u structureel bijdragen aan de missie van deze instelling? Dat kan via een jaarlijkse steunovereenkomst bij uw financiële instelling of via een legaat.

Meer informatie over de werking van Liberas staat op https://www.liberas.eu/nl

Print Friendly and PDF
Geschiedenis zonder plan - Wim Jurg

Geschiedenis zonder plan - Wim Jurg