Teksten

De oorzaak van de begrotingsontsporing – Paul De Grauwe

De oorzaak van de begrotingsontsporing – Paul De Grauwe

Van bij de aanvang van deze regeringscoalitie was het duidelijk: er zou gekozen worden voor een beleid van bezuinigingen. De begrotingsmaatregelen moesten voor 90 procent bestaan uit uitgavenverminderingen en voor 10 procent uit een verhoging van de ontvangsten. Zo stond het in het regeerakkoord.

Ondertussen is duidelijk geworden dat een belangrijk deel van de recente ontsporing in de begroting komt van het feit dat er grote lekken zijn ontstaan in de inkomstenstroom, omdat steeds meer mensen erin slagen belastingen te ontwijken. Deze analyse wordt nu ook door officiële instanties zoals het Rekenhof en de Nationale Bank bevestigd. Ik sta dus niet alleen wanneer ik stel dat de inspanningen er ook op gericht moeten zijn de lekken langs de inkomstenzijde te dichten. En dat moet meer dan 10 procent van de budgettaire inspanningen vertegenwoordigen.

Er is natuurlijk ook een probleem aan de uitgavenzijde, maar niet zoals de twee belangrijkste partijen in de regering dat zien. Het narratief van die partijen is dat veel overheidsuitgaven onproductief zijn en een hoge last leggen op de productieve sector, met name de marktsector. Die situatie is onhoudbaar en dreigt een sociaal paradijs te creëren op een economisch kerkhof. De uitgaven moeten dus naar beneden om die productieve sector weer ademruimte te geven. Tot daar het officiële narratief.

Twee schokken

Er bestaat een ander narratief. Tot in 2006 was de begroting in België min of meer in evenwicht.

De periode nadien werd gekenmerkt door twee grote schokken. De eerste sloeg toe in 2007-2008 met de bankencrisis. Die schok was eigenlijk het resultaat van een telkens terugkerend probleem van het kapitalisme: op regelmatige tijdstippen worden mensen gegrepen door optimisme en euforie, die tot speculatie en buitensporige investeringen leiden in vastgoed, aandelenmarkten en nieuwe technologieën.

Op zoek naar hoger rendement nemen banken grote risico’s in het financieren van deze speculatieve investeringen. De onvermijdelijke crash komt er als duidelijk wordt dat het optimisme buitensporig was. Vele banken gaan failliet. Een implosie van de hele economie dreigt, omdat de banken het financiële centrum zijn van miljoenen economische activiteiten. En ja, u raadt het: de overheid moet ingrijpen om zo’n calamiteit te verhinderen. Dat gebeurde in 2008-2009. De overheid nam grote delen van de schulden van de banken over, pompte geld in de economie en verhoogde de uitgaven op dramatische wijze om de economie recht te houden. De overheidsschuld schoot de hoogte in van 87 procent van het bbp in 2007 tot meer dan 100 procent in 2009.

De tweede schok was de pandemie van 2020-2021. Die was ‘exogeen’, dat wil zeggen veroorzaakt door een fenomeen buiten het kapitalisme. Maar de effecten voor de begroting en de overheidsschuld waren vergelijkbaar. Grote delen van de productie vielen stil, bedrijven hadden geen inkomsten meer en konden dus ook geen lonen uitbetalen.

De economie kwam in een neerwaartse spiraal terecht. En opnieuw moest de overheid het kapitalisme redden door geld in het systeem te pompen en massale subsidies toe te staan aan ondernemingen en gezinnen om de neerwaartse spiraal te stoppen. Terwijl de overheidsschuld voor de pandemie onder 100 procent was gedaald, schoot die tijdens het pandemiejaar 2020 de hoogte in tot 111 procent van het bbp.

Belgisch pijnpunt

Dus ja, de overheidsuitgaven zijn ook een probleem: de overheid heeft veel moeten uitgeven om het economische systeem te redden. Zonder die operaties zouden vele banken en bedrijven nu niet meer bestaan. De aandeelhouders van die banken en bedrijven werden nauwelijks gevraagd om voor die vrijgevigheid te betalen.

Een pijnpunt in België is dat de overheid grote moeite ondervond om de steunmaatregelen af te bouwen. De subsidies aan bedrijven, vooral in de vorm van loonsubsidies, bijvoorbeeld, bleven plakken en bedroegen volgens de Nationale Bank 25 miljard euro (4 procent van het bbp) in 2024.

De oorzaak van de begrotingsontsporing is dus dat de overheid gedurende de laatste twintig jaar tweemaal gedwongen werd om het kapitalisme recht te houden, terwijl degenen die het meest hebben geprofiteerd van die reddingsoperaties zich al te veel hebben onttrokken aan de noodzaak om hiervoor te betalen.

Dat laatste is vooral het geval geweest sinds 2013, toen de overheidsontvangsten (als procent van het bbp) begonnen te dalen. De uitdaging vandaag is hoe deze regering de rekening presenteert aan die mensen die door de overheid gered werden, en die hun inkomens en vermogens drastisch hebben zien stijgen.

 

Paul De Grauwe

De auteur is professor economie aan de London School of Economics

Deze tekst verscheen eerst in De Morgen van 2 november 2026

Print Friendly and PDF
Oost en West – Nino Haratischwili

Oost en West – Nino Haratischwili