Het einde van de rode mens – Svetlana Alexijevitsj
Svetlana Alexijevitsj (°1948) is een Wit-Russische onderzoeksjournaliste en schrijfster die in 2015 de Nobelprijs voor Literatuur ontving. Zij is geboren in Oekraïne maar vertrok later naar Wit-Rusland. Vrijwel al haar boeken zijn tot stand gekomen op basis van haar interviews met gewone en minder gewone mensen. In 2020 ontvluchtte zij het repressieve Wit-Rusland van Loekasjenko en sindsdien woont zij in Berlijn.
“Een Rus begrijpt geen vrijheid, hij wil afgeranseld worden door een kozak,” schrijft Alexijevitsj. En ook: “De vrije mens heeft maar één constant en kwellend streven: zo snel mogelijk iemand vinden voor wie hij kan buigen en aan wie hij zijn bij zijn geboorte verkregen vrijheid weer kan inleveren.” En meteen al maken we kennis met Russen die Gorbatsjov haten, hij heeft hun Rusland afgebroken, uitgeleverd aan de Amerikanen.
In 1940 werden Russische jongens de oorlog ingestuurd, de Finse campagne. Waar die oorlog over ging wisten ze niet. De Finnen schoten het ijs kapot, de Russen zakten in het water. Aan de overkant nam hij de uitgestoken hand van een Fin aan, ze wreven hem droog en gaven hem schnaps. Toen kwam er een gevangenenruil, de Finnen werden hartelijk onthaald door het thuisfront. De Russen werden uitgemaakt voor verrader omdat ze de uitgestoken hand van een vijand hadden aangenomen en zonder proces tien jaar naar een strafkamp gestuurd. Opa kwam gebroken uit de oorlog maar eenmaal thuis aangekomen zei hij: “Moed houden, het ergste komt nog!” En hij nam Stalin nooit iets kwalijk.
Een moeder wordt gearresteerd en roept onder haar wegvoering dat haar buurvrouw zich over haar dochtertje moet ontfermen. Dat doet ze, het dochtertje gaat haar mama noemen. Na 17 jaar komt de moeder terug en van Gorbatsjov mag ze dan haar dossier inzien. Daar leest ze dat ze destijds werd aangegeven door… haar buurvrouw. De moeder ging naar huis en verhing zich.
En een 57-jarige arts verzucht: “Van de trein naar het socialisme stapt iedereen gauw over naar de expres naar het kapitalisme.” Zij groeide op met Stalin en had hem haar hele leven verafgood, tot de dag van vandaag. Haar vader had deelgenomen aan de revolutie maar werd slachtoffer van de repressie en gevangengezet. Hij werd mishandeld, zijn schedel gekraakt en mocht na zijn vrijlating geen lid van de decoratie meer worden, wat hij bijna nog erger vond dan zijn hechtenis. Maar hij bleef overtuigd communist, zijn hele leven lang! Een ander zegt: ”Vroeger leefden we klote, daarna leefden we kut.”
Dit is een boek vol verdriet en je wordt intens treurig van het lezen. Het is getekend door de oorlog en geweld, er is altijd wel ergens een oorlog en verder is de grote constante de regering of de sterke man of de staat of het communisme. Wie of wat je knecht, is volkomen onbelangrijk, alles wordt inwisselbaar. Behalve het verdriet van de enkeling en mijn god, wat krijgen sommige mensen het voor de kiezen.
De slachtingen onder de Azerbeidzjaanse Armeniërs in 1988 zijn te verschrikkelijk voor woorden. Dat je Armeniër was in die dagen was al genoeg reden voor moord maar als je een Armeense jood was gingen werkelijk alle remmen los. Andersom werden de Azerbeidzjanen in Armenië op dezelfde gruwelijke wijze behandeld. Dit boek doet zijn ondertitel eer aan: Leven op de puinhopen van de Sovjet-Unie. Zo is er het diep ontroerend het verhaal van Ljoedmila Malikova en haar moeder die samen zo onwaarschijnlijk veel ellende meemaken dat je je afvraagt waar ze de kracht vandaan haalden om verder te leven. Afin, het werd de moeder ook te veel. Ach wat een deerniswekkende geschiedenis.
Als er zware politieke onrust ontstaat grijpt de overheid in bij de televisiesAations. Dan wordt er alleen nog maar klassiek ballet uitgezonden. Als je op tv opeens Het zwanenmeer ziet kun je er donder op zeggen dat zich op straat een revolutie voltrekt. En ondertussen drinkt de Rus, eindeloos en teugelloos. “Goede wodka is duur, dus drinken ze zelfgestookte troep en eau de cologne en spul om ruiten te wassen en aceton. Ze stoken wodka van schoensmeer en van lijm.” En Tamara Soechovej, dienster, 29 jaar, zegt tegen haar arts: “Snij al mijn vrouwenspul eruit, opereer me, ik wil geen vrouw meer zijn! Geen minnares, geen echtgenote, geen moeder.” Een naargeestiger bestaan dan dat van Tamara bestaat niet! Ze trouwt met een Afghanistan-veteraan: “Zonder wodka kan een Russische soldaat niet winnen. Drop een Rus in de woestijn, twee uur later is hij dronken, maar water vindt hij niet. Ze dronken methanol en remvloeistof. Ze vlogen de lucht in van domheid en dronkenschap. En als ze thuiskwamen, hing de een zich op, werd een ander bij een vechtpartij doodgeschoten en een derde voor zijn leven kreupel geslagen. Weer een ander raakte geschift en kwam in een gesticht.”
Dit boek verscheen in 2013 en je kunt alleen maar concluderen: het komt nooit meer goed met dit volk. En wat is er sedertdien wel niet gebeurd in en met dat vermaledijde en ongelukkige land? Ik neem het de Russen kwalijk dat ze bereid zijn Poetin te geloven, maar Svetlana Alexijevitsj liet me zien dat dit volk eeuwenlang alleen maar geknecht en bedrogen is, misleid en vernederd, gefolterd en bestolen. Dit is een intens treurig boek en toch, en toch willen mensen telkens weer geloven, hopen, opstaan en verder gaan. Eigenlijk verdient de gewone Rus mijn respect, maar wanneer wordt hij verlost? Want zichzelf verlossen, dat gaat de Rus niet lukken, vrees ik. En zal hij zijn verlosser herkennen als hij hem ziet? Denk maar aan het treurige lot van Gorbatsjov.
Recensie door Enno Nuy
Svetlana Alexijevitsj, Het einde van de rode mens. Leven op de puinhopen van de Sovjet-Unie, De Bezige Bij, 2015, 468 pagina’s. Vertaling Jan Robert Braat.


