Kijken naar de pijn van anderen - Susan Sontag

Kijken naar de pijn van anderen - Susan Sontag

Elke dag worden we via kranten, weekbladen, televisie en internet overspoeld met beelden over oorlog, geweld en terreur. Wat doet die dagelijkse portie wreedheid en verschrikking met ons? Worden we erdoor beïnvloed? Krijgen we een afkeer voor geweld? Of leidt het juist naar gevoelens van wraak? In haar boek Kijken naar de pijn van anderen maakt de Amerikaanse schrijfster Susan Sontag duidelijk hoe beelden kunnen aanzetten tot het aanwijzen of omhelzen van geweld en bespreekt ze bekende afbeeldingen van wreedheden – van de schilderijen van Goya tot foto’s van lynchpartijen, foto’s uit Dachau, van meer recente gruweldaden in Bosnië en Rwanda en beelden van de aanslagen 11 september.

We krijgen zoveel beelden te zien dat we ze ons nadien nog nauwelijks herinneren. Daarom laten vooral foto’s die we in ons geheugen kunnen vasthouden een diepere indruk na. Denk aan de bekende foto van het jongetje dat met de handen omhoog staat, onder schot gehouden door een soldaat in het getto van Warschau uit 1943. Aan het planten van de Amerikaanse vlag op Iwo Jima op 23 februari 1945 door de Amerikaanse troepen (een foto die gereconstrueerd werd). Aan de verovering van de Reichstag in Berlijn op 2 mei 1945 waarop Russische soldaten de rode vlag hijsen (een foto die eveneens gereconstrueerd werd). Of de foto van Huynh Cong Ut in 1972 van een Vietnamees kind dat beschadigd door napalm naakt en huilend in het oog van de lens loopt.

Pacifisten zagen al snel de kracht van het beeld in. Zo publiceerde de Duitse fotograaf Ernst Friedrich zijn beroemde Krieg dem Kriege!, een boek met honderdtachtig foto’s waarin de gruwel van de Eerste Wereldoorlog scherp wordt weergegeven. Door het tonen van die afgrijselijke beelden van gedode soldaten uit de verschillende kampen hoopte hij te zorgen voor een schokeffect zodat er nooit geen oorlog meer zou uitbreken. Net als Erich Maria Remarque die in zijn boek Van het westelijk front geen nieuws de zinloosheid van de oorlog beschreef, kreeg Ernst Friedrich het aan de stok met nationalisten en soldatenveteranen.

Foto’s worden ook gebruikt om mensen aan te zetten tot een grotere strijdlust en fanatisme. Daarbij wordt de kijker niet zozeer geschokt door het beeld zelf maar wel door de identiteit van de slachtoffers. Dat zien we tegenwoordig dagelijks bij de wederzijdse aanslagen tussen Israëli en Palestijnen. Elk beeld van moord en verderf van de ene partij lokt repraissailles van de andere partij uit. Het probleem is hier juist het toekennen van een identiteit aan de slachtoffers. Het feit dat men een dode niet zietals mens maar als een Israëli of Palestijn. Ernst Friedrich schreef in de inleiding van zijn boek hetzelfde: “Ik, die ten onrechte Duitscher genoemd word, in plaats van eenvoudig Mensch.” Toch blijft de vraag hoe neutrale kijkers al die beelden interpreteren en duiden.

Susan Sontag gaat in tegen de algemeen gangbare gedachte dat een overdaad aan beelden onze interesse en medeleven doen eroderen en dat we steeds onverschilliger worden voor het kwaad dat gebeurt in de wereld. Vroeger gebeurde er evenveel kwaad maar nu worden we er via de moderne communicatiemedia onmiddellijk en veelvuldig mee geconfronteerd. Dat neemt niet weg dat afschuwelijke foto’s nog steeds de mens kunnen choqueren. Alleen, zo stelt Sontag, bieden ze niet veel steun als het erom gaat het gebeurde te begrijpen. De kracht van de herinnering die uitgaat van een foto spoort niet altijd met het krijgen van meer inzicht. Foto’s verworden aldus tot op zichzelf staande iconen. Maar zelfs als men zich het verhaal bij een foto niet herinnert, blijven ze belangrijk. Al was het maar de veroordeling van menselijke wreedheid en barbaarsheid die zich steeds kan voordoen.

Die veroordeling kan na een tijd zwakker worden, zeker als als de gruwel ver van ons deur gebeurde. Sontag stelt vast dat mensen onverschillig blijven als ze zich in een veilige positie bevinden. Beelden van moord en doodslag die in andere continenten gebeuren, raken West-Europese kijkers heel wat minder dan bombardementen op Joegoslavië. Angst is dus een motor voor betrokkenheid. Dat bleek heel duidelijk bij de aanslagen van 11 september 2001 in de VS. Het maakt duidelijk waarom de Amerikanen zo hard en emotioneel reageren. Angst is een van de belangrijkste redenen waarom de regering Bush zo gedreven is om terroristen aan te pakken. Sontag schrijft terecht dat medeleven geen stabiele emotie is.

Zelfs gevoelens van apathie en morele verdoving barsten van emoties; van woede, frustatie en machteloosheid. “Het is onze taak om ons meegevoel met degenen die lijden onder een oorlog en een moorddadig politiek regime terzijde te schuiven en na te gaan hoe onze voorrechten zich verhouden tot hun lijden, hoe ze – hoewel we daar liever niet bij stilstaan – wellicht direct verband houden met hun lijden, zoals de rijkdom van enkelen de armoede van anderen kan betekenen”, zo schrijft ze. De link tussen de rijkdom van de enen en het lijden van de anderen is allicht te direct en betwistbaar. Niettemin zijn rijke mensen als geen in de mogelijkheid om onrecht aan te klagen en haar politieke leiders ertoe over te halen de armen te helpen.

Sontag verzet zich tegen de kritiek op de moderne tijd dat we gevoelloos zouden worden door de overdaad aan gruwelijkheden die we dagelijks te zien krijgen. Ze toont aan dat die kritiek van alle tijden is en zelfs in de 19de eeuw reeds werd geuit door schrijvers en dichters als Wordsworth en Baudelaire. Je kan de hoeveelheid verschrikkingen toch niet rantsoeneren via een Commissie van Toezicht, zegt ze. Niet de hoeveelheid en frequentie van dergelijke beelden is het probleem, wel de eigen morele reactie daarop. “Je eigen lijden gelijkgesteld te zien met dat van anderen is ondraaglijk”, stelt Sontag. Ik zou het willen uitbreiden naar het gezegde dat eigen zorgen steeds belangrijker worden geacht dan dat van anderen. In wezen gaat het hier om betrokkenheid. En de plicht van eenieder om zijn verantwoordelijkheid te nemen en te ageren in de mate van zijn of haar mogelijkheden. De mens kan met alle informatie die hij krijgt niet langer onverschillig blijven. Sontag schrijft terecht: “Boven een bepaalde leeftijd heeft niemand meer recht op dit soort onschuld of oppervlakkigheid, op deze mate van onwetendheid of vergeetachtigheid.”

Foto’s en beelden, in welke frequentie ze ook worden aangeboden, zijn nooit zonder belang. Ze zijn een deel van de realiteit en houden ons wakker. Ze zijn een van de belangrijkste wapens in het Kantiaanse ideaal van een Eeuwige Vrede. Juist omdat ze via de ogen en hersenen kunnen appeleren op universele gevoelens zoals de afkeer voor lijden en pijn. Op de voorkaft van het boek staat de tekening The Disasters of War van Francisco Goya. Een Franse soldaat uit het Napoleontisch leger kijkt zonder gène toe op de verstikkingsdood van een Spaanse opgehangene. Het voelen van gène is een vorm van beschaving. Ik kan alleen hopen dat de gène wereldwijd toeneemt.

 

Susan Sontag, Kijken naar de pijn van anderen, De Bezige Bij, 2003, 125 blz.

Recensie: Dirk Verhofstadt

Print Friendly and PDF
The Making Of - Ann Meskens

The Making Of - Ann Meskens

Wereldrijk voor een dag - Amy Chua

Wereldrijk voor een dag - Amy Chua