De vijanden van globalisering - Paul De Grauwe

De vijanden van globalisering - Paul De Grauwe

In 2013 publiceerden twee economen, Branko Milanovic en Christoph  Lakner, een grafiekje dat de evolutie van het inkomen van de mensen wereldwijd weergeeft gedurende de periode 1988-2008. Het staat nu bekend als het olifantengrafiekje. Beginnende met de laagste inkomensklassen in de wereld zie je dat naarmate je opstijgt in hogere inkomensklassen de mensen hun inkomenspositie zagen verbeteren sinds 1988. Het is de rug van de olifant. Hier zitten enkele miljarden mensen in de wereld die het nu beter hebben dan 30 jaar geleden. Die mensen zijn tevreden en grote voorstanders van globalisering die dat allemaal heeft mogelijk gemaakt

Dan kom je aan de kop van de olifant en het lijntje daalt abrupt. We zijn terechtgekomen bij de groep van enkele honderden miljoenen mensen in de geïndustrialiseerde landen. Het zijn de arbeidende klasse en  de middenklassen in die landen: die zagen hun inkomenspositie ofwel stagneren ofwel zelfs achteruitgaan. Die zijn kwaad natuurlijk en willen helemaal niets meer weten van globalisering die verantwoordelijk gesteld wordt voor de achteruitgang.

Tenslotte kom je in het grafiekje terecht helemaal onderaan de slurf van de olifant die daar scherp de hoogte inschiet. We zijn terecht gekomen bij de top 1% van de wereldbevolking die hun inkomens sterk zag toenemen. We zijn in de klasse van de superrijken, de globale elite, voor wie globalisering een fantastisch verhaal is. 

Het olifantengrafiekje illustreert op treffende wijze hoe globalisering tot winnaars en verliezers heeft geleid. Er zijn wereldwijd heel veel winnaars, veel meer dan de verliezers. De winnaars situeren zich in hoofdzaak in de ontwikkelingslanden, en vooral in China en Indië. De verliezers, minder talrijk, zijn vooral te vinden in de industriële wereld waar nogal wat mensen hun job zijn kwijt geraakt of een sterke loondaling hebben moeten incasseren ten gevolge van de globalisering. Maar tegelijk is er in de industriële wereld een kleine groep van mensen die hun reeds gunstige inkomenspositie fantastisch zagen verbeteren.

Het Global Inequality Report dat dit jaar werd uitgebracht publiceerde een nieuw olifantengrafiekje. Het bestrijkt een langere periode, namelijk van 1980 tot 2016. Het blijkt nu dat de olifant eerder een monster van Loch Ness is geworden. De slurf van het beest klimt veel hoger dan in het oorspronkelijk grafiekje, en de rug is ingekrompen. De globale elite heeft zijn inkomenspositie sinds 1980 nog veel meer verbeterd dan oorspronkelijk gedacht. De cijfers zijn verbijsterend.  De globale elite (de top 1% van de inkomens in de wereld) heeft tweemaal zoveel van de globale groei van het inkomen verworven dan de laagste 50% van de wereldbevolking. De lage- en middeninkomensgroepen in Amerika en Europa blijven de pineut met stagnerende of zelfs dalende inkomens.

Dergelijke verschillen in de inkomensposities ondermijnen het globaliseringsmodel dat sinds 1980 is gevoerd in de wereld. Het grootste falen van dit model is te vinden in de geïndustrialiseerde wereld. Daar heeft het beleid toegelaten dat grote delen van de bevolking niet heeft kunnen profiteren van de globalisering, terwijl een hele kleine minderheid fantastische voordelen heeft geplukt uit deze nieuwe wereldorde.

Dat probleem stelt zich het scherpst in de VS waar de ongelijkheden ook het meest spectaculair zijn toegenomen. Dit verklaart ook waarom een onstabiele President toch goed kan scoren met een beleid dat resoluut Amerika wil afschermen van de globalisering. Als we dezelfde ongelijke tendensen in Europa verder toelaten zal ook hier protectionisme onstuitbaar worden en stort de globalisering in elkaar.

We weten wat we moeten doen om dat te vermijden: een herverdelingspolitiek die de hoogste inkomensklassen, zoals vroeger het geval was, meer doet bijdragen; een sociale zekerheidssysteem dat versterkt in plaats van verzwakt wordt; en een onderwijssysteem dat erop gericht is iedereen een goed onderwijs te geven.

Tussen kennis en actie is er echter een gapende ravijn. Teveel maatschappelijke krachten verzetten zich tegen deze ingrepen die de ongelijkheid moeten verminderen. De paradox is dat diegenen die zich het hardst verzetten in feite de grootste vijanden van globalisering zijn geworden. 

 

Paul De Grauwe

De auteur is professor economie aan de London School of Economics

Print Friendly and PDF
Nos Batailles - Guillaume Senez

Nos Batailles - Guillaume Senez

Vaderlandslievende verenigingen zijn vredesbewegingen - Geert Messiaen

Vaderlandslievende verenigingen zijn vredesbewegingen - Geert Messiaen