De wederafbouw van de satire - Arthur Umbgrove

De wederafbouw van de satire - Arthur Umbgrove

“Als je vindt dat humor niet mag kwetsen, moet je hem afschaffen.” - Arthur Umbgrove

In 1736 publiceerde de Franse philosophe Voltaire een satirische roman over de islam, Le Fanatisme ou Mohamet le Prophéte. Wellicht zou het boek van Voltaire verplicht op de leeslijst van middelbare scholen moeten staan. Satire bedrijven is en blijft gevaarlijk, vooral als het gaat om het op de hak nemen van moslims. In 2020 wordt de Franse leraar Samuel Paty vermoord door een moslim omdat hij in zijn les op een middelbare school satirische cartoons over Mohammed had vertoond. De Deense Mohammed-cartoons met die van Kurt Westergaard leidden tot een golf van geweld. De satirische roman The Satanic Verses van Salman Rushdie zorgde voor een islamitische vogelvrijverklaring door de Iraanse ayatollah Khomeini. Een, meer vergeten, zaak is een satire op de Nederlandse televisie in een programma van Rudi Carrell waarbij Khomeini op de hak werd genomen; deze leverde een rel op in de Nederlandse politiek uit angst voor geweld vanuit de islam. De moord op de redactie van het satirische cartoontijdschrift Charlie Hebdo werd uitgevoerd door moslims vanwege de publicatie van cartoons over de islam.

Niet alleen door de islam, ook door de hypersensitieve gevoeligheid van de woke cultuur, liggen satire en zelfs vrolijke grappen onder vuur. Tram 1 van Den Haag naar Scheveningen had als ludieke naam Bikinilijn, maar een GroenLinks raadslid vond dat seksistisch. Dit gebeurde niet in 1965, maar anno 2021. Cabaretiers, cartoonisten en grappenmakers worden op sociale media aan de schandpaal genageld wanneer een uitlating niet voldoet aan de steeds scherper afgestelde gevoeligheid van de woke mensen. Dat is reden voor stand up comedian en maker van de satirische website De Speld, Arthur Umbgrove (1964), om een bloedserieus pamflet De wederafbouw van de satire (2021) te schrijven om in de bres te springen voor satire.

Voor Umbgrove is humor niet alleen gewoon leuk, humor heeft volgens hem ook een belangrijke psychologische en sociologische functie: ‘Humor is het ventiel in een samenleving die altijd de neiging heeft zichzelf te serieus te nemen.’ (p. 17) Vrijheid en humor zijn volgens hem onlosmakelijk met elkaar verbonden. In autoritaire, laat staan totalitaire samenlevingen is er geen ruimte voor satire. Dictators laten niet de spot met zich drijven. Satire is een vorm van catharsis, reiniging. Satire verlicht de spanning. Satire biedt de mogelijkheid zaken aan de orde te stellen waar een taboe op ligt, satire kan kritiek leveren die verder gaat dan wat als sociaal betamelijk wordt gevonden:

“Met een grap is het geoorloofd te zeggen wat anders niet gezegd mag worden. Met humor is het aanvaardbaar een gedachte te ventileren die eigenlijk niet getolereerd wordt. Met satire is het mogelijk om onderuit te halen wat zichzelf heilig heeft verklaard.” (p. 19)

Umbgrove vergelijkt satire met journalistiek: in beide gevallen gaat het om zaken aan de kaak stellen. Een satiricus is echter niet gebonden aan de regels van de journalistiek. De journalist daarentegen hoeft van zijn of haar kant de lezer niet te laten. Er is ook een mengvorm: het genre van de onderzoekssatire dat hier te lande zo succesvol wordt beoefend door Arjen Lubach met zijn programma Zondag met Lubach. Hij combineert onderzoeksjournalistiek met humor. Juist omdat hij grappen maakt kan hij verder gaan in zijn kritiek dan een journalist.

Cabaretiers zijn de opvolgers van de middeleeuwse narren. Een nar was een komiek in dienst van de koning en had het privilege om met grappen kritiek te leveren op de koning. De nar vormde geen bedreiging voor zijn macht en daarom hoefde de koning de kritiek van de nar niet te bestraffen. Humor is een middel voor de nar om weg te kunnen komen met wat hij eigenlijk de koning niet voor de voeten mag werpen.

De overgevoeligheid voor door social justice warriors (sjws) of woke warriors als politiek incorrect beschouwde uitingen herintroduceert het taboe in de samenleving. Sinds de studentenrevoluties van de jaren zestig van de twintigste eeuw is het taboe verdwenen: de vrijheid van expressie kon zich uitleven. Met het uit de VS overgewaaide woke gedoe van hysterische reacties op zogenaamd politiek incorrecte uitingen komt het taboe weer terug. Het is moeilijk te bevatten dat die nieuwe censuur deels wordt afgedwongen door (links) progressieven – uit dat kamp kwam eerder het verzet tegen het taboe. Umbgrove spreekt over ‘wederafbouw’ van de vrijheid om je zonder taboes te uiten.

Het is een vreemd pact (en met een pact bedoel ik een overeenstemming over een standpunt tussen schijnbaar tegenstrijdige ideologieën) dat onmogelijk rationeel te begrijpen zijn. Maar ook zonder dat het begrijpelijk is, is het belangrijk om dit pact te onderkennen. Het pact is dat tussen moslims en sjws. De sjws kiezen nogal eens de kant van de moslims wanneer die roepen dat er sprake is van belediging van hun religie. De kritiek, al dan niet satirisch, op de islam wordt gekarakteriseerd als islamofobie of islamhaat. Door kritiek zo te noemen wordt deze afgeserveerd en wordt niet gekeken naar de argumenten. Ook kiezen sjws nogal eens de kant van moslims wanneer het gaat over de bedekking van de vrouw en hoe die getolereerd en gefaciliteerd kan worden. En zo kan het komen dat links progressieve feministen opeens een hoofddoek en verdere verhulling verdedigen.

“Als je vindt dat humor niet mag kwetsen, moet je hem afschaffen.” (p. 48) Aldus Umbgrove. En dat is precies wat de woke warriors en orthodoxe gelovigen willen. Met totalitaire ideologieën valt niet te spotten en niet te lachen. Humor, satire, kritiek, uitingen van expressie die anderen onwelgevallig zijn, zijn een kenmerk van een open samenleving met ruimte voor individuele vrijheid. Als je rekening moet houden met de mogelijkheid dat iemand aanstoot neemt aan wat jij doet of zegt (of juist niet zegt), dan is dat het einde van de open samenleving en komen we terecht in een gesloten samenleving. De gruwelijke totalitaire samenlevingen of het nu gaat om fascisme, nazisme, communisme, theocratie (Iran) van de twintigste eeuw werden gedreven door collectivistische ideologieën.

In onze huidige open samenleving van de liberale democratie lijkt het erop alsof door een cultuurstrijd de samenleving van onderaf gesloten wordt: er is een constante push met kleine stapjes die stuk voor stuk onschuldig lijken, om tegemoet te komen aan de luide eisen van woke warriors en moslims waardoor de open samenleving zich langzaam sluit. Het is een langzaam proces dat je haast niet ziet. Maar als de samenleving zich sluit is de weg terug haast onmogelijk: de gesloten samenleving zonder vrijheid van het individu is immers gemeengoed in de geschiedenis. De open samenleving is de uitzondering. Door een foutieve interpretatie van wat vrijheid inhoudt – namelijk het stupide idee dat je nooit anderen mag kwetsen – wordt het ideaal van vrijheid van expressie, zoals Mill in On Liberty, uiteenzette, onderuitgehaald.

Umbgrove lijkt een verdediger te zijn van de vrijheid van expressie inclusief de mogelijkheid dat mensen gekwetst worden, maar dan komt hij met wat hij de ‘gouden regel van satire’ noemt, dat je wel naar boven mag trappen, maar niet naar beneden, want ‘dan wordt het al snel pesten’ (p. 52). Wat bedoelt hij precies met ‘naar beneden’? Houdt het soms in dat je als witte cabaretier geen grappen mag maken over Marokkanen of moslims? Mag je als hetero geen grappen maken over homo’s? Mag je geen grappen maken over tokkies uit de sociale onderklasse? Hoelang mag je nog grappen blijven maken over de katholieke kerk omdat die in snel tempo marginaliseert? Volgens mij moeten cabaretiers geheel vrij zijn in waar zij grappen over maken – ook foute grappen. Mensen kunnen zelf beslissen of ze naar een conference komen. En recensenten kunnen de foute grappen bekritiseren, als ze dat willen. Maar het is een onnodige inperking om te stellen dat er geen grappen over gemarginaliseerden (of hoe je die dan ook wilt aanduiden) gemaakt zouden mogen worden.

Hoewel Umbgrove een verdediger van de vrijheid van expressie inclusief satire en de mogelijk om te kwetsen zegt te zijn, is het bijgekomen vereiste om geen grappen over bepaalde groepen te maken, een zeer ernstige inperking – het is eigenlijk precies de inperking die zowel de woke warriors als de religieus fundamentalisten beogen. Het lijkt wel of Umbgrove ziende blind is en niet beseft dat hij met deze spelregel de vrijheid van expressie om zeep helpt. Cartoons over de islam gemaakt door niet-moslims, kunnen volgens Umbgroves opvatting dus niet. Hij lijkt zelf mee te werken aan hetgeen hij zegt te willen bestrijden. Umbgrove is somber gestemd over waar het met de satire naartoe gaan in Nederland: “Langzaam maar zeker sijpelt de humor uit de samenleving; wat overblijft is een dorre laagvlakte waar weinig op groeit, behalve morele verontwaardiging en gekwetstheid.” (p. 72)

 

Recensie door Floris van den Berg

Arthur Umbgrove, De wederafbouw van de satire, Querido, 2021

Print Friendly and PDF
Buitengewoon bewustzijn – Peter Godfrey-Smith

Buitengewoon bewustzijn – Peter Godfrey-Smith

Dier en Mens – Maarten Reesink

Dier en Mens – Maarten Reesink