Teksten

Niet u, maar de staat leeft boven zijn stand – Dirk Verhofstadt

Niet u, maar de staat leeft boven zijn stand – Dirk Verhofstadt

Na jaren waarin vooral christendemocraten en socialisten regeerden, steeg het overheidstekort begin jaren tachtig tot meer dan 13 procent van het bbp en later tot een schuldgraad van 106 procent. De toenmalige minister van Begroting Guy Mathot (PS) zei daarop: “Het gat in de begroting is vanzelf gekomen en het zal vanzelf weer verdwijnen.” Om het gat toen te dichten zocht men vooral naar nieuwe belastingen. Bij de verkiezingen van november 1981 pakte de liberale partij onder leiding van Willy De Clercq uit met de slogan ‘Niet u, maar de staat leeft boven zijn stand’. Ondanks zware besparingen in de daaropvolgende decennia, waarbij de schuldgraad tegenover het bbp daalde van 138 naar 86 procent in 2007, steeg de schuldgraad daarna opnieuw zitten we opnieuw aan bijna 108 procent, en die stijgt nog steeds. De staat is vandaag omvangrijker en kost ons veel meer geld dan in 1981. De oorzaak daarvan ligt onder meer bij de opeenvolgende staatshervormingen die zorgden voor bijkomende instellingen. Ons land telt in totaal zes regeringen, met 52 ministers en staatssecretarissen en 614 parlementaire zetels.[1] Tegelijk blijven quasi zinloze overheidsstructuren zoals de Senaat en de provincies nog steeds bestaan.

Veel heeft te maken met de Public Choice-theorie van James Buchanan en Gordon Tullock.[2] Het centrale probleem, aldus Buchanan, is het falen van de overheid die steeds meer afhankelijk wordt van belangengroepen. Politici en hun administraties trachten zichzelf onmisbaar te maken en doen er alles aan om hun budgetten en bevoegdheden uit te breiden. Ze kennen een drang om in naam van een vermeend ‘publiek belang’ steeds meer regelgeving in te voeren, meer middelen te krijgen en het overheidsapparaat te vergroten. Ze verlenen subsidies aan grote en kleine belangengroepen die in hun ogen belangrijk zijn voor de ondersteuning van hun beleid en hun (politieke) voortbestaan. Buchanan verwees naar de uitspraak van James Madison, een van de Founding Fathers en de vierde president van de Verenigde Staten: “Als engelen over mensen zouden regeren, zouden interne noch externe controlemiddelen op het staatsbestuur nodig zijn.”[3] Maar de mensen die aan de macht zijn, zijn natuurlijk geen engelen en het is daarom nuttig hun impact te bestuderen. As die negatief is voor de ontwikkeling van onze globale welvaart en welzijn, dan moet de overheid op dat vlak afgeslankt en ingeperkt worden en zich concentreren op de essentiële taken zoals onderwijs, milieu, openbaar vervoer, volksgezondheid, politie en justitie. 

De kern van de Public Choice-theorie is van belang voor het liberalisme bij het bepalen van de kerntaken van de overheid in een democratische samenleving. Sterker nog, het is een noodzakelijke tool om te beslissen wat en waarom een overheid mag doen, en vooral wat ze moet laten. Dit inzicht is voor liberalen noodzakelijk bij het beoordelen van de dagdagelijkse politieke praktijk. Neem de drang van politici en administraties om zichzelf onmisbaar te maken. Sinds de zesde staatshervorming (2011-2014) werden onderdelen van de federale bevoegdheid van Justitie overgedragen naar de deelstaten. Justitie is nu verdeeld over vier regeringen: de federale, de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap, elk met een eigen budget en administratie. Of neem de bevoegdheden Milieu en Klimaat die sinds de staatshervorming (1980-1988) werden overgeheveld naar de deelstaten. Daar zijn zeven verschillende ministers voor bevoegd die vaak een eigen kabinet, budget en administratie hebben. Om de diverse visies af te stemmen en in Europa met één duidelijk standpunt te komen, werd nadien zelfs een Interministeriële Conferentie voor Leefmilieu opgericht, helaas met weinig succes. Neem de bevoegdheid Volksgezondheid. Daar zijn acht ministers voor een deel ervan actief in ons land, ook vaak met een eigen kabinet, budget en administratie. En zo gaat het ook met de bevoegdheden Migratie en Integratie, Energie, Werk, Mobiliteit, Buitenlandse handel, Landbouw en Wetenschapsbeleid. Dat zijn allemaal zaken die handenvol geld kosten en zorgen voor een uitdijnende staat. Vanuit een standpunt van efficiëntie en het terugbrengen van de overheid tot haar kerntaken, lijkt een herfederalisering van Justitie, Leefmilieu, Energie, Migratie en Integratie voor de hand te liggen. De andere bevoegdheden kunnen best volledig op het ene of op het andere niveau worden samengebracht.

Het meest bizar blijven de vele uitgaven, subsidies en vergoedingen (zoals bij consultancy-opdrachten) voor zaken die niets te maken hebben met de kerntaken van de overheid. In 2025 werd de Vlaamse overheid de grootste aandeelhouder van Brussels Airport door een aandelenpakket te kopen ter waarde van 2,77 miljard euro. De verlieslatende regionale luchthavens krijgen voor vijf jaar ongeveer 100 miljoen euro en, via een dading, nog eens 12,1 miljoen euro. In Antwerpen komt er een prestigieuze fietsbrug over de Schelde voor ongeveer een kwart miljard euro, exclusief de werkings- en onderhoudskosten die meer dan vijf miljoen euro per jaar zouden bedragen. Intussen lopen de kosten voor de Oosterweelverbinding steeds verder op.[4] In plaats van 3,6 miljard zoals begroot in 2018 zou het project driemaal zoveel kosten, exclusief de rentelasten die op langere termijn zullen moeten betaald worden. Dat dergelijke prestigieuze projecten eerst laag geraamd worden om ze politiek aanvaardbaar te maken en nadien veel duurder uitvallen past in het patroon van Public Choice-gedrag.

Intussen zijn de diverse regeringen bezig met hun begrotingsopmaak. Daaruit vallen alvast vier zaken op. Een structurele aanpak van het klimaatprobleem, waarvan we de gevolgen de voorbije zomers duidelijk hebben kunnen vaststellen, is volgens de Vlaamse regering blijkbaar geen prioriteit en kerntaak van de overheid. Het acute probleem van de woningnood wordt nog erger door de bijkomende belasting op de aankoop van een huis die gemiddeld 4.000 euro zal kosten. De Vlaamse begroting verschuift tal van kosten of zorgt voor minder middelen en opbrengsten voor de steden en gemeenten die nu al op hun tandvlees zitten. En de kans is groot dat men federaal opnieuw de lasten zal leggen bij de lage en middelgrote inkomens, mogelijks door een verhoging van de BTW, terwijl de hoogste inkomens die overstappen in vennootschappen verhoudingsgewijs minder belastingen blijven betalen. Onze regeerders zijn inderdaad geen engelen.

 

Dirk Verhofstadt

De auteur is moraalfilosoof en auteur van onder meer Het menselijk liberalisme (Houtekiet)

[1] In dit cijfer zitten ook de 22 Europese parlementsleden die België heeft.

[2] James Buchanan en Gordon Tullock, The Calculus of Consent (1962), Liberty Fund, 1999.

[3] Federalist No. 51.

[4] Rekenhof trekt (opnieuw) aan alarmbel over financiering Oosterweel, Gazet van Antwerpen, 13 maart 2025.

Print Friendly and PDF
De tijdreiziger – Philip Dröge

De tijdreiziger – Philip Dröge