Teksten

Eerst bang voor betogers, dan bang om te betogen – Eva Vanhoorne

Eerst bang voor betogers, dan bang om te betogen – Eva Vanhoorne

“Ik was bang om te komen. Precies daarom ben ik hier.” Die ene zin van een betoger in Parijs bleef bij me hangen. Hij ging vergezeld van beelden van de mensenzee in Parijs vorige zaterdag. Honderdduizenden mensen die samen op straat komen en op het einde rijen zwaar uitgeruste politieagenten. Samen leggen ze een bijzonder verontrustend mechanisme bloot. Sinds wanneer moeten mensen hun moed bijeenrapen om vreedzaam te gaan betogen? Hoe zijn we zover gekomen dat we bij een manifestatie eerst aan rellen en politieoptreden denken, en pas veel later aan de redenen waarom al die mensen eigenlijk op straat komen? En bovenal: wat gebeurt er met een democratie wanneer angst en repressie de democratische tegenmacht dreigen te ondergraven?
Wanneer protest synoniem wordt met geweld

In Frankrijk trekken 780 studenten journalistiek uit vijftien opleidingen aan de alarmbel. Hun open brief draagt de veelzeggende titel: “Wij willen deze journalistiek niet.” Het Franse mediaobservatorium Acrimed onderzocht elf reportages van France 2 over de scholierenprotesten tussen 28 september en 1 oktober. De resultaten zijn onthutsend. 75 procent van de zendtijd ging naar geweld en vernielingen. Twaalf procent naar beschuldigingen tegen La France Insoumise (LFI). Drie procent naar politiegeweld. En amper acht procent naar de eisen van de jongeren.

Natuurlijk moeten rellen, brandstichtingen en vernielingen getoond en veroordeeld worden. Maar relschoppers zijn niet hetzelfde als betogers. Wie die relschoppers zijn, wat hen drijft en welke band ze met de protestbeweging hebben, blijft bovendien vaak onduidelijk. Toch volstaan enkele spectaculaire beelden om het beeld van honderdduizenden vreedzame betogers te bepalen. En ook wat niet wordt getoond, bepaalt hoe mensen naar een protestbeweging kijken.

Nog zorgwekkender wordt het wanneer politieke verdachtmakingen mee dat beeld bepalen. Zo onthulde Mediapart dat een commissaris van de Franse inlichtingendiensten naar eigen zeggen de opdracht had gekregen om LFI verantwoordelijk te stellen voor de rellen van 17 oktober, terwijl dat volgens zijn collega's niet met hun bevindingen strookte. Maar de beschuldigingen waren ondertussen al verspreid. En zo verschuift het publieke debat. Wie voortdurend beelden van geweld en politieke verdachtmakingen voorgeschoteld krijgt, ziet geen protestbeweging meer, maar vooral chaos en dreiging. Betogers worden een veiligheidsprobleem. Collectief verzet iets waartegen de samenleving beschermd moet worden.

En dat alles komt machthebbers – die uiteraard liever geen mensen tegenover zich zien die zich verenigen, organiseren en samen in verzet komen – natuurlijk bijzonder goed uit.

Van angst naar meer repressie

Ook in België zien we hoe dat mechanisme werkt. Na de rellen bij de vakbondsbetoging van 9 oktober sprak minister van Defensie Theo Francken (N-VA) over de vermeende 'antifa-stoottroepen' van de PVDA. Hij pleitte ervoor het 'geweldniveau op te schalen' en schermde met FN303-projectielwapens, die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken. Alsof meer geweld het antwoord op geweld is.

Samen met minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) werkt hij naar eigen zeggen aan een 'Rijkswacht 2.0': een mobiele brigade op militaire leest geschoeid voor binnenlandse ordehandhaving. Alsof we niets geleerd hebben van de repressieve traditie en de andere problemen die mee tot de afschaffing van die rijkswacht hebben geleid. En met zijn wet-Quintin wil de minister van Binnenlandse Zaken de regering de mogelijkheid geven om verenigingsactiviteiten te verbieden zonder voorafgaande tussenkomst van een rechter. Alsof de vrijheid van vereniging een gunst is die de regering naar believen kan intrekken.

Verschillende voorstellen, maar wel eenzelfde zorgwekkende tendens: meer dwangmiddelen, meer macht voor de uitvoerende macht en minder bescherming tegen mogelijk machtsmisbruik. En hoeveel mensen gaan daar intussen in mee? “Er moet toch iets gebeuren! Er moet harder worden opgetreden!” Alsof meer repressie de evidentie zelve is. Alsof het doodnormaal is dat onze eigen ministers pleiten voor meer geweld, meer militaire ordehandhaving en minder rechterlijke controle. En alsof we niet meer hoeven stil te staan bij wat dat betekent voor onze democratische rechten. Ook die van al die mensen die wél vreedzaam betogen en verdomd goede redenen hebben om dat te doen.

Wanneer de angst zich omkeert

En wie denkt dat doorgeslagen repressie nog toekomstmuziek is, moet eens naar Antwerpen kijken. Daar verdedigt N-VA-burgemeester Els van Doesburg de zogenaamde 'claimeraanpak'. Volgens de oorspronkelijke politierichtlijn konden mensen die als 'overlastpleger' geregistreerd stonden preventief tot twaalf uur worden opgesloten, ook zonder nieuwe concrete feiten die een aanhouding rechtvaardigden.

En wat gebeurde toen mensen tegen die waanzin vreedzaam op straat kwamen? Na amper een half uur grepen agenten in burger hardhandig in en werden betogers tegen de grond gewerkt. Twee arrestaties. Twee andere betogers gewond naar het ziekenhuis. Buitensporig hard politieoptreden tegen een vreedzame betoging. En dat nota bene tijdens een protest tegen willekeurige preventieve aanhoudingen.

Precies daar keert de angst zich om. Eerst worden mensen bang gemaakt voor betogers. Vervolgens worden ze bang om zélf nog te gaan betogen. Want wie wil het risico lopen zelf opgepakt of gewond te raken? En zo hoef je het recht op protest niet eens officieel te verbieden. Als genoeg mensen uit angst thuisblijven, is het al uitgehold.

Wat we gedachteloos normaal beginnen te vinden

Media die protest steeds weer met rellen en geweld vereenzelvigen, dragen een verpletterende verantwoordelijkheid. Net als rechtse en extreemrechtse politici die die angst aanwakkeren en steeds meer repressie als dé oplossing verkopen. Alsof harder optreden tegen betogers de problemen waarvoor ze op straat komen ook maar enigszins oplost. En alsof het vanzelfsprekend is dat daarbij ook de rechten van mensen die wél vreedzaam betogen onder druk komen te staan.

Maar ook wie dat verhaal gedachteloos napraat, helpt eraan mee. Hoe gemakkelijk laten we ons niet overtuigen dat harder optreden nu eenmaal nodig is? Dat we voor onze veiligheid maar wat vrijheid moeten inleveren? Zoals het recht op protest. Alsof het ene vanzelfsprekend ten koste van het andere moet gaan.

En precies zo krijgt sluipend autoritarisme vrij spel. Niet met één grote ingreep, maar door een stapsgewijze normalisering. Doordat we bij praktijken die we enkele jaren geleden nog onaanvaardbaar zouden hebben gevonden, steeds minder vragen stellen. Tot we op den duur niet eens meer beseffen hoeveel vrijheid we intussen hebben prijsgegeven.  En hoeveel ruimte we zo laten aan machthebbers die steeds minder tegenspraak hoeven te dulden.

En daarom krijg ik die ene zin uit Parijs niet uit mijn hoofd: “Ik was bang om te komen. Precies daarom ben ik hier.” Ik vind het moedig dat die persoon ondanks die angst toch op straat kwam. Maar ik vind het vooral verschrikkelijk dat daar blijkbaar moed voor nodig is. Misschien moeten we ons vooral eens afvragen hoe ver we het al hebben laten komen, als we dat stilaan normaal beginnen te vinden.

 

Eva Vanhoorne

De auteur is gemeenteraadslid voor Groen Brugge

Print Friendly and PDF
Michael Walzer over de grenzen van een rechtvaardige oorlog – Dirk Diels

Michael Walzer over de grenzen van een rechtvaardige oorlog – Dirk Diels