Verhofstadt, ideologie en de kruideniers van de politiek – Ivan Vandermeersch

Verhofstadt, ideologie en de kruideniers van de politiek – Ivan Vandermeersch

Sommige politici verdwijnen zodra hun ambt voorbij is. Guy Verhofstadt niet. Daarvoor heeft hij te veel in beweging gezet en te veel ergernis gewekt. Voor velen belichaamde hij ooit vrijheid, vaart en intellectuele durf. Die gedrevenheid is intact gebleven, net als die ontembare neiging om met blote handen tegen muren te blijven beuken tot ze wijken. Hij is visionair, ongeduldig, soms onuitstaanbaar, maar nooit banaal. En precies daarom blijft hij relevant.

De burger in opstand. De toekomst van de politiek & de liberale democratie (De Arbeiderspers, 2026) is niet enkel interessant omdat veel erin overtuigt. Wel omdat hier nog eens iemand spreekt die politiek als ideeënstrijd benadert. Dat alleen al onderscheidt dit boek van het grootste deel van de hedendaagse politiek. Precies daarom is dit boek lectuur voor jonge democratische politici.

Sinds 1989 heeft een groot deel van de politieke klasse gedaan alsof ideologie overbodig was geworden. Alsof politiek vooral bestond uit beheren, communiceren, tellen en positioneren. Alsof overtuiging hinderlijk was. Dat heeft geen sterkere politiek opgeleverd, maar een schralere. Wat verloren ging, was de ruggengraat.

Precies daar raakt Verhofstadt iets wezenlijks. Niet omdat hij overal gelijk in heeft, maar omdat hij benoemt wat de politiek sinds de val van de Muur heeft prijsgegeven. Wie wil begrijpen waarom het liberalisme opnieuw inhoud nodig heeft, vindt in dit boek minstens een nuttige prikkel. Wie die vraag verder wil doortrekken naar persoonlijke vrijheid, morele autonomie en verantwoordelijk individualisme, vindt een aanvullende invalshoek in mijn Pleidooi voor Moderne Vrijheid.

Een van de scherpste inzichten in het boek van Verhofstadt is dat dictaturen niet langer apart opereren, maar samenwerken. Zij beschermen elkaar, versterken elkaar en leren van elkaar. Het is een geopolitieke Cosa Nostra van autoritaire regimes. Alleen al daarom is de oproep tot hechtere samenwerking tussen democratieën ernstig te nemen.

Die strijd speelt zich niet alleen af tussen staten, maar ook in de hoofden van burgers. Wat Verhofstadt zegt over internet en sociale media is raak. Die platformen zijn geen nieuwsmedia meer. Het zijn gedragsmachines. Ze belonen impuls, bevestigen vooroordelen en verdoven tegenspraak. Ze spreken mensen naar de mond en maken van bevestiging een businessmodel. Precies daarom zijn ze ook zo bruikbaar voor dictaturen: als kanalen van propaganda, manipulatie en ontwrichting.

Daar zit het echte gevaar. Een samenleving die volgzaamheid kweekt, kweekt ook de bereidheid tot onderwerping aan een autoritaire leider. Waar de reflex tot tegenspraak verdwijnt, wordt vrijheid van binnenuit uitgehold. Daarom hoort ook de plicht tot ongehoorzaamheid thuis in een vrije samenleving. Niet als pose, maar als morele noodzaak.

Daarom is kritisch onderwijs geen randkwestie, maar een democratische voorwaarde. Wie jongeren niet leert omgaan met propaganda, groepsdruk, manipulatie en algoritmische verleiding, kweekt geen burgers maar volgers. En een continent van volgers zal nooit een sterk democratisch Europa dragen.

Europa zal alleen overeind blijven als het niet alleen economische of militaire slagkracht ontwikkelt, maar ook burgers vormt die kritisch, weerbaar en zelfstandig leren denken. Dat is geen detail. Dat is een bestaansvoorwaarde. En het is des te urgenter in een Unie waar sommige democratieën al zichtbaar wegzakken, met Hongarije als bekendste voorbeeld.

Dat Europa sterker moet worden, lijdt weinig twijfel. In een wereld van oorlog, machtsblokken, technologische dominantie en autocratische netwerken is een verdeeld Europa geen verfijning, maar zwakte. Europa moet dus een machtsblok op zichzelf worden.

Maar macht is niet genoeg. Zonder ideologisch kompas dreigt Europa te verharden tot een technocratisch blok dat efficiënt bestuurt, maar niet meer weet welke vrijheid het geacht wordt te beschermen. Daar ligt de grens. Een Europa dat zijn liberale kernwaarden niet expliciet bewaakt vrijheid, zelfbeschikking, verantwoordelijk individualisme, rechtsstatelijkheid en een overheid die zich beperkt tot haar kerntaken vergroot misschien zijn macht, maar verliest zijn ziel. Dan krijgt men geen Europa van vrije burgers, maar een technocratisch beheerstructuur met grote woorden.

Ook democratie vraagt meer dan een systeem dat zich om de zoveel jaar door verkiezingen laat legitimeren. Daar is het Zwitserse model relevanter dan veel Europese elites willen toegeven. Directe democratie en burgerinspraak zijn geen folklore. Ze kunnen legitimiteit verdiepen en vertrouwen versterken. Een getrapt en verdiept democratisch systeem verdient in Europa meer ernst dan het vandaag krijgt.

Dat is uiteindelijk de verdienste van dit boek: het herinnert eraan dat politiek zonder ideologie eindigt in pragmatisch beleid zonder visie. Met zijn boek plaatst Verhofstadt de ideologie weer centraal. Het is nu aan de nieuwe generaties liberalen om dit ter harte te nemen en niet langer mee te draaien in de dagjespolitiek die niets toevoegt aan de leegte die sinds 1989 is gegroeid. We hebben geen behoefte meer aan politieke kruideniers, maar aan visionaire leiders die de burgers weer kunnen inspireren en hoop geven voor de toekomst.

 

Ivan Vandermeersch

De auteur is ere-Secretaris-Generaal BAM

Print Friendly and PDF
Waarom Europa moet kiezen voor competitiviteit morgen en niet vandaag – Paul De Grauwe

Waarom Europa moet kiezen voor competitiviteit morgen en niet vandaag – Paul De Grauwe