God is niet weg in Amerika, maar Amerika laat zich niet bekeren – Alain Vannieuwenburg

God is niet weg in Amerika, maar Amerika laat zich niet bekeren – Alain Vannieuwenburg

Zien veel Amerikanen religie toch nog invloed uitoefenen in de samenleving, dan is een meerderheid van de Amerikaanse volwassenen van oordeel dat de invloed afneemt. Iets meer dan de helft van de ondervraagde Amerikanen is ook van oordeel dat religie een positieve rol speelt in de samenleving, maar de meeste Amerikaanse volwassenen verwerpen het idee dat het christendom de officiële religie van het land zou moeten zijn. Ook is men van oordeel dat kerken en andere religieuze gemeenschappen zich buiten de dagelijkse politiek moeten houden en geen kandidaten die politiek actief zijn (of willen worden) horen te steunen.

Een onderzoek van het Pew Research Center van 14 mei 2026 brengt in kaart waar Amerikanen vandaag de dag staan ten aanzien van enkele van de meest omstreden vragen op het snijvlak van geloof en maatschappij. 3.592 Amerikaanse volwassenen namen deel aan dit onderzoek dat peilde naar de grenzen van de invloed van religie op de overheid en wetgeving, de bekendheid met christelijk nationalisme en de vraag of kerken überhaupt thuishoren in de politieke arena. Het onderzoek werd vrijgegeven enkele dagen voor een groot evenement, een gebedswake, hetgeen de bevindingen onmiddellijk meer dan relevant maakte.

Het Witte Huis in actie

Op 17 mei stroomden duizenden mensen samen op de National Mall in Washington D.C. voor een gebedsbijeenkomst, gepresenteerd als wat men kan zien als een herwijding van het land als één natie onder God. Een bijeenkomst gesteund door het Witte Huis. Van de 19 religieuze leiders die het woord namen, waren er 18 christelijk en de meesten evangelisch. President Trump leverde via video een boodschap waarin hij een bijbelpassage voorlas.

De kritiek was scherp. Deze hele dag durende gebedsactie op de National Mall op zondag werd gezien als een poging tot inbraak in de scheiding tussen kerk en staat onder de Trump-regering, en als in strijd met de fundamentele principes van de Grondwet.

Een organisatie die de campagne ‘Christians Against Christian Nationalism’ aanstuurt, hekelde de betrokkenheid van hoge overheidsfunctionarissen. Men had het over het valse beeld dat wordt gecreëerd waarbij gepoogd wordt de V.S. af te schilderen als een zogenaamd christelijke natie. De tegenstand tegen christelijk nationalisme laat zien dat de kritiek op deze ideologie niet enkele vanuit de civiele samenleving komt maar ook van binnenin de christelijke gemeenschap. Herinnerd werd aan de opmerking van Trump bij de oprichting van de Religious Liberty Commission: "We're bringing religion back to our country, and it's a big deal. "

De kritiek was dat Trump met deze uitspraak suggereerde dat religie uit Amerika verdwenen, zelfs verdreven was, als zouden de VS een agressief seculiere staat zijn. De Democraten hadden bedenkingen bij de financiering van dit gebeuren. Anderen waarschuwden ervoor dat dit alles ook moest worden gezien als een ondergraven van een leidend principe van de scheiding tussen kerk en staat. Critici zagen het dan ook als politieke retoriek die eerder angst aanwakkert. Godsdienstvrijheid is er echter al eeuwenlang grondwettelijk gewaarborgd. Had Trump het ook niet gehad over een task force die tot doel had antichristelijke vooringenomenheid uit te roeien? Een task force die de oorlog tegen christenen moest beëindigen.

Het was tegen deze geladen achtergrond dat de Pew-gegevens in de publieke discussie terechtkwamen.

Wat Amerikanen vinden over geloof en politiek

Het onderzoek onthult een publiek dat zich steeds bewuster wordt van de groeiende aanwezigheid van religie in het Amerikaanse leven, maar diep verdeeld is over de vraag of dat iets is om te omarmen of te weerstaan.

Een meerderheid van 61% is van mening dat religie momenteel aan invloed verliest in de Verenigde Staten, maar een groeiende minderheid (37%; een sterke stijging) zegt het tegenovergestelde. Er is ook een kleine stijging in het aandeel Amerikaanse volwassenen dat vindt dat de federale overheid het christendom tot officiële religie van het land moet verklaren: 17% zegt dit nu, tegenover 13% in 2024.

Al met al heeft 55% van de Amerikanen een overwegend positief beeld van de rol van religie in de samenleving. Sommigen verwelkomen de groei ervan, anderen betreuren de neergang.

Toch vertaalt dit welwillende gevoel zich niet in enthousiasme voor kerken die de politieke arena betreden. Een opvallende 79% zegt dat kerken en andere geloofsgemeenschappen zich dienen te onthouden van het steunen van kandidaten bij verkiezingen, en tweederde zegt dat religieuze instellingen zich buiten de dagdagelijkse sociale en politieke kwesties moeten houden. Deze consensus is duidelijk en blijkbaar stabiel: religie wordt gewaardeerd in het Amerikaanse leven, maar ze hoort niet thuis in het stemhokje of in het parlement.

Christelijk nationalisme

Deze enquête toonde ook aan dat het publiek redelijk bekend raakte met de term "christelijk nationalisme". Sinds Pew de Amerikanen voor het laatst over dit onderwerp ondervroeg, is de bekendheid met de term gestegen met 14 procentpunt, naar 59% van de Amerikaanse volwassenen. Opvallend is hoe dan ook dat velen de term nog nooit gehoord hebben of stellen te weinig te weten om zich een mening te vormen.

De term "christelijk nationalisme" wordt steeds moeilijker te negeren, maar is ook nog steeds moeilijk te definiëren. Joseph Williams, hoogleraar religie aan de Rutgers University, vat het als volgt samen: christelijke nationalisten geloven dat de Verenigde Staten zijn opgericht als een uitdrukkelijk christelijke natie, en dat deze relatie tussen het christendom en de staat beschermd en hersteld moet worden opdat de VS haar door God gegeven bestemming zou kunnen vervullen.

Williams merkt op dat deze inspanningen om het christendom een bevoorrechte positie te geven in de publieke ruimte niet enkel samenvallen met pogingen om op het gebied van ras, gender en seksualiteit bakens te verplaatsen maar dat de praktische gevolgen te vinden zijn in een houding die stelt dat wetten die christelijke moraal codificeren belangrijk zijn. Zij verdedigen religieuze uitingen in de publieke ruimte en huldigen nativistische standpunten: de belangen van de inheemse bevolking verdienen volgens hen voorrang op die van niet-blanke en niet-christelijke immigranten. Werd de term lange tijd als scheldwoord gebruikt, dan is het nu voor sommige conservatieve christenen een label dat zij omarmen.

Er kan een onderscheid worden vastgesteld tussen christenen die het geloof centraal stellen in hun persoonlijk leven en degenen die een hoge waarde hechten aan publieke religieuze expressie in lijn met christelijk nationalisme, waarbij de laatste groep geen problemen ziet in het beperken van de burgerlijke vrijheden van andersdenkenden. Al met al blijft het sentiment ten opzichte van christelijk nationalisme meer negatief dan positief. Tegenwoordig zegt 31% van de volwassenen in de VS een ongunstige kijk te hebben op christelijk nationalisme (6 % meer dan 2024), terwijl 10% er positief naar kijkt (5% meer).

De Chinese Wall: bron van wrijving

Amerikanen kregen van oudsher twee waarheden ingelepeld: dat de Verenigde Staten een overwegend christelijke natie zijn, en dat het land stoelt op het principe van godsdienstvrijheid, verankerd in het Eerste Amendement dat elke instelling van een officiële staatsgodsdienst verbiedt. Het blijft een schurende relatie en de Chinese Wall blijft voor spanning zorgen.

Dit is niet zeker niet nieuw. Toen de Onafhankelijkheidsverklaring werd ondertekend, verboden negen van de dertien kolonies katholieken en joden om openbare ambten te bekleden; in 1838 vaardigde de gouverneur van Missouri een bevel uit tot de "uitroeiing" van de mormonen; en in de jaren 1830 nog staken protestantse menigten kloosters in brand tijdens antikatholieke rellen.

Vandaag de dag wil 17% van de Amerikanen dat de overheid het christendom tot officiële staatsgodsdienst verklaart, tegenover 13% in 2024. Onder Republikeinen loopt dat cijfer op tot 27%. Een meerderheid van de Amerikanen wijst dit idee echter van de hand. De grootste groep, 43%, geeft de voorkeur aan een middenweg: de overheid moet christelijke morele waarden bevorderen zonder formeel een staatsgodsdienst in te stellen. Voor 38% mag de regering noch een officiële religie vestigen noch christelijke waarden promoten.

Over de impact van de bijbel in de wetgeving ingeval van conflict tussen “de wil van de bevolking en de bijbel” is de mening nauwelijks veranderd sinds 2020: ongeveer de helft van de Amerikanen is van oordeel dat de bijbel geen, dan wel een zeer beperkte invloed mag hebben op de wetgeving (met evenwel grote verschillen tussen de politieke partijen). Daar staat echter tegenover dat 51 % van oordeel is dat de bijbel wel enige invloed, tot veel invloed zou moeten hebben.

Het aandeel respondenten dat wil dat de overheid stopt met het handhaven (enforcing) van het principe van de scheiding van kerk en staat, daalde van 19% in 2021 naar 13%. 54 % van de respondenten is van oordeel dat die handhaving moet blijven.

Het onderzoek legt ook de frustratie en het ongenoegen bloot over zelotengedrag aan beide kanten. Tweeënvijftig procent vindt dat conservatieve christenen hun waarden te agressief in de overheid en openbare scholen hebben willen binnensluizen; 48% zegt hetzelfde over de seculieren die religie buiten die ruimtes willen houden. Achttien procent vindt dat beiden te assertief zijn.

Waar het schuurt

Weinig breuklijnen zijn zo scherp als die welke Republikeinen en Democraten scheidt op het gebied van religie. Driekwart van de Republikeinen heeft een positief beeld van de invloed van religie op het Amerikaanse leven; bijna het dubbele van de 38% van de Democraten die hetzelfde zeggen. De Democraten zelf zijn echter bijna gelijkelijk verdeeld tussen positieve en negatieve opvattingen over de maatschappelijke rol van religie. Een opvallend teken van tweespalt binnen de partij.

De meeste Republikeinen zeggen dat de Bijbel op zijn minst enige invloed moet hebben op de Amerikaanse wetgeving, en bijna de helft gelooft dat de Bijbel de overhand moet hebben wanneer die in conflict komt met de volkswil. Onder Democraten zegt tweederde dat de Bijbel weinig of geen rol moet spelen in de wetgeving.

Over de scheiding van kerk en staat steunt 68% van de Democraten actieve handhaving. Republikeinen zijn veel meer verdeeld: 41% is het daarmee eens, 18% wil dat de handhaving wordt stopgezet, en 40% heeft geen duidelijke mening.

God en staat: de strijd om Amerika’s ziel

Binnen de Amerikaanse geloofsgemeenschappen onderscheiden de “witte evangelische protestanten” zich van de rest. Zij zijn de groep die christelijk nationalisme het meest gunstig beoordeelt en zij staan meer dan anderen positief t.a.v. het uitroepen van het christendom tot nationale godsdienst of het laten prevaleren van de Bijbel boven de volkswil in het wetgevende werk. De “witte evangelische protestanten” staan niet alleen met hun positieve visie op de rol van religie in de samenleving. De meeste katholieken, “witte niet-evangelische protestanten” en zwarte protestanten zeggen hetzelfde. De enquête toont ook aan dat bijna de helft van de zwarte protestanten en een kwart van de katholieken en “witte niet-evangelische protestanten” zeggen dat de Bijbel voorrang moet krijgen als deze in strijd is met de wil van het volk. Velen zijn van oordeel dat de overheid ten minste de christelijke morele waarden zou moeten promoten, ook al vinden ze niet dat de overheid de VS tot een christelijke natie moet verklaren.

Waar vrijwel alle groepen het over eens zijn, is de kwestie van electorale betrokkenheid: meerderheden in elke levensbeschouwelijk categorie zeggen dat kerken geen kandidaten horen te steunen.

Het gros van de “religieus niet gebonden” Amerikanen (atheïsten, agnostici of mensen die zeggen dat hun religie "niets bijzonders" is) evenals de meeste katholieken en “witte niet-evangelische protestanten”, zijn van oordeel dat kerken en geloofsgemeenschappen zich niet horen te mengen met de dagelijkse sociale en politieke kwesties. Binnen de andere groepen is er dan weer meer verdeeldheid. Een aanzienlijk deel zegt dat kerken en geloofsgemeenschappen in het debat over sociale en politieke kwesties moeten kunnen tussenkomen.

Amerika worstelt met God en staat

Het Pew-onderzoek schetst dus een beeld van een land met schurende opinies. Amerikanen zijn zich meer dan ooit bewust van de aanwezigheid van religie in het openbare leven en een groeiend aandeel vindt dat een goede zaak.

De meeste Amerikanen staan ook niet negatief t.a.v. de rol van religie in de samenleving, maar trekken een duidelijke grens en waar die grens precies ligt, hangt bijna volledig af van het feit of men Republikein of Democraat is.

Er zijn wel vaste en breed gedeelde grenzen. De meeste Amerikanen, over partij- en geloofsgrenzen heen, willen niet dat kerken hun stem bepalen of overheden zo maar hun geloof voorschrijven.

Als pogingen van de Trump-regering bedoeld zijn om de invloed van christelijke waarden binnen de overheid te bevorderen, suggereren de Pew-gegevens dat de Amerikanen daar dus niet zomaar in meegaan. Ondanks de zichtbare omarming van christelijke symboliek door de regering van Trump zijn de opvattingen over de scheiding van kerk en staat en een officiële godsdienst slechts een weinig gewijzigd. Eén iets houdt stand: meerderheden in beide partijen zeggen dat kerken geen politieke kandidaten horen te steunen en zich best buiten politieke aangelegenheden moeten houden. Een opmerkelijke vaststelling standpunt te midden van Trumpiaanse pogingen tot polarisering.

Nu Trump het midden van zijn tweede termijn nadert, blijft het onduidelijk hoeveel meer publieke vermengingen van patriottisme, nationalisme en christendom nog zullen volgen en hoe het publiek die zal omarmen, dan wel zien als uitingen van christelijk nationalisme of als schendingen van het Eerste Amendement.

Een kleine maar zeer invloedrijke christelijke beweging, de New Apostolic Reformation (NAR), staat achter Trumps politieke succes. Ze hielp hem winnen in 2016 en 2024, was blijkbaar ook betrokken bij de bestorming van het Capitool en schreef mee aan Project 2025. Figuren als JD Vance en Pete Hegseth zijn schatplichtig aan haar ideeën. Deze beweging is gevaarlijker dan ze lijkt, ze raakt het leven van gewone mensen ook als die er nog nooit van gehoord hebben.

Het debat over de plaats van religie in de publieke ruimte verdwijnt ook in de V.S. niet.

 

Dr. Alain Vannieuwenburg

De auteur is ethicus. Hij is lid van een atelier dat de relatie overheid en levensbeschouwingen monitort en van de humanistische denktank Kwintessens. Hij pleegt deze bijdrage in eigen naam.

Print Friendly and PDF
De onschendbaarheid van de woning is een fundamenteel grondrecht – Eva Vanhoorne

De onschendbaarheid van de woning is een fundamenteel grondrecht – Eva Vanhoorne