De republiek van 1776 was nooit bedoeld als vehikel voor één man – Dirk Diels

De republiek van 1776 was nooit bedoeld als vehikel voor één man – Dirk Diels

Vandaag viert de Verenigde Staten haar 250-jarig bestaan. Die verjaardag is een uitgelezen moment om terug te kijken, niet om het verleden te romantiseren, maar om de betekenis van de richtinggevende principes hoog te houden.

In zijn Pulitzer-winnende Founding Brothers (2000) schetst de Amerikaanse historicus Joseph J. Ellis de ‘revolutionaire generatie’ — Washington, Jefferson, Franklin, Hamilton, Adams, Madison — niet als halfgoden, maar als feilbare, ambitieuze mannen die een broos experiment lanceerden. Een republiek op een continent, zonder koningshuis of gevestigde aristocratie, in een wereld van monarchieën en chaos. Hun grootste prestatie was de vormgeving van een systeem dat macht wantrouwt omdat mensen menselijk zijn.

Zij zagen de toekomst niet als een idyllisch einde der geschiedenis, maar als een voortdurend risico op verval. De kernprincipes waren helder, ontleend aan Montesquieu, Locke en de lessen van de klassieke republieken: scheiding der machten, checks and balances, en een cultuur van institutionele zelfbeheersing. “Ambition must counteract ambition”, schreef Madison in Federalist 51. De republiek was volgens de founding brothers een moeilijke, maar essentiële oefening in het beteugelen van eigenbelang ten bate van de duurzaamheid van het geheel.

De Amerikaanse republiek was van bij de start gebouwd op één centraal idee: geen enkele persoon en geen enkele tak van de overheid mocht de andere volledig overheersen. De grondleggers rekenden daarbij niet alleen op wetten en instituties, maar ook op persoonlijke deugd en openlijke rivaliteit tussen sterke persoonlijkheden. Die menselijke spanning, zo benadrukt Joseph Ellis in Founding Brothers, vormde de echte motor van de checks and balances. Pas in tweede orde werden die verankerd in de grondwet. Eerst was het persoonlijk, daarna pas institutioneel.

Ruim 250 jaar later valt op hoe radicaal anders een figuur als Donald Trump in dat spectrum staat. Waar de founding brothers macht bewust spreidden en gepersonaliseerd leiderschap wantrouwden — Washington weigerde zelfs een derde termijn — belichaamt Trump een visie van ongefilterde ‘executive primacy’. Zijn tweede termijn (2025‑…) wordt gekenmerkt door pogingen om de reikwijdte van het presidentschap onaanvaardbaar te veranderen: het blokkeren van Congresgelden via impoundments, een assertieve inzet van executive orders, druk op onafhankelijke instellingen en een retoriek waarin loyaliteit aan de persoon zwaarder lijkt te wegen dan loyaliteit aan het ambt.

Critici zien in Trump de tegenpool van de founding principles: een president die de checks and balances niet beschouwt als heilige begrenzing van de macht, maar als hindernissen die moeten worden weggenomen. Zijn voorstanders stellen daarentegen dat hij gewoon uitvoert wat de kiezer hem heeft opgedragen en dat eerdere presidenten de uitvoerende macht ook hebben uitgebreid — alleen deed Trump dat openlijker en radicaler. Hoe dan ook: de spanning tussen de persoon en het systeem is zelden zo blootgelegd als nu.

De republiek van 1776 was nooit bedoeld als vehikel voor één man of één beweging. Ze was een waarschuwing tegen elke vorm van geconcentreerde macht — of die nu van een koning, een meerderheid of een charismatische leider komt. Op deze 250ste verjaardag is de vraag niet of de stichters feilloos waren. Ze waren het niet. De cruciale vraag is of wij nog geloven in het ingenieuze wantrouwen dat zij in de instituties van de republiek hebben ingebouwd. Dat wantrouwen is geen zwakte. Integendeel. Het is de conditio sine qua non van de liberale democratie.

 

Dirk Diels

De auteur is freelance redacteur Flows

Print Friendly and PDF
Wanneer een gemeenteraad ophoudt gemeenteraad te zijn – Eva Vanhoorne

Wanneer een gemeenteraad ophoudt gemeenteraad te zijn – Eva Vanhoorne