Teksten

Hoe AI uitgroeit tot een nieuwe technologische geloofsleer – Dirk Diels

Hoe AI uitgroeit tot een nieuwe technologische geloofsleer – Dirk Diels

De voorbije maanden is de AI‑sector opnieuw in een stroomversnelling beland. Frontiermodellen – de nieuwste generatie grote AI‑modellen met gigantische rekenkracht – volgen elkaar in razend tempo op, terwijl een kleine groep bedrijven – OpenAI, Google, Meta, Microsoft en het snel opkomende Anthropic – verwikkeld raakt in een investeringswedloop die de schaal van nationale begrotingen benadert. Elk van hen probeert het model te bouwen dat de rest van de markt zal domineren, wat leidt tot een dynamiek waarin snelheid en schaal belangrijker worden dan maatschappelijke inbedding, energieverbruik of democratische controle.

Die wedloop maakt de hype niet alleen groter, maar ook problematischer. De technologie wordt uitgerold op een tempo dat de samenleving nauwelijks kan bijbenen, terwijl de risico’s – van jobverlies tot sociale ontwrichting – openlijk worden erkend door haar eigen architecten. Op 8 september 2026 stapte onderzoeker Jacob Coxon onverwacht op bij Anthropic, omdat Big Tech volgens hem te achteloos omspringt met “een technologie die in staat zal zijn de mensheid uit te roeien.” Enkele dagen later herhaalden topfiguren als Anthropic‑CEO Dario Amodei, OpenAI‑CEO Sam Altman en Elon Musk hun oproep om de AI‑wedloop te “temperen” of zelfs “te vertragen” (pacing the frontier), met nadruk op onafhankelijke evaluaties en gecoördineerde veiligheidsnormen. Tegelijk bleven anderen – Meta‑CEO Mark Zuckerberg en Nvidia‑CEO Jensen Huang voorop – juist pleiten voor maximale snelheid en marktwerking. Daardoor werd de spanning tussen het erkennen van existentiële risico’s en de niet-aflatende concurrentiegeest van Silicon Valley alleen maar scherper zichtbaar.

Precies in die context haalt de Nederlandse historicus Nicholas Mulder, docent internationale geschiedenis aan Cornell University in de Verenigde Staten, een onverwachte gids van stal: Max Weber. Mulder is gespecialiseerd in de geschiedenis van economische macht, sancties en geopolitiek, en staat bekend om zijn vermogen om historische denkers te verbinden met hedendaagse fenomenen.

In zijn essay Reading Max Weber in the Age of AI gebruikt Mulder Weber niet als academisch reliek, maar als analytische bril om een investeringsgolf te duiden die zich steeds minder laat verklaren door klassieke economische logica.[1]  Mulder vertrekt bij Weber’s De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme, waarin de Duitse socioloog beschrijft hoe strenge, ascetische ideeën toch konden uitmonden in een dynamische, materiële economie. Die paradox – irrationele overtuiging die rationeel handelen voortbrengt – vormt voor Mulder de sleutel om de huidige AI‑sector te begrijpen. Want achter de miljarden die naar datacenters, chips en modellen vloeien, schuilt volgens hem een overtuiging die zich gedraagt als een ‘seculiere eschatologie’: een geloof dat een wereldschokkende gebeurtenis nabij is, en dat alle middelen moeten worden ingezet om haar te versnellen.

Rationele middelen voor irrationele doelen

Weber was gefascineerd door het spanningsveld tussen doctrine en gedrag. De calvinisten van de zestiende eeuw leefden volgens een strenge ascese, maar ontwikkelden tegelijk een ongezien arbeidsethos dat de basis legde voor het moderne kapitalisme. Hun rationele discipline diende een irrationeel doel: zekerheid van verlossing. Mulder ziet een echo daarvan in Silicon Valley.

De ‘hyperscalers’ in Silicon Valley mobiliseren enorme hoeveelheden kapitaal, ondanks het feit dat de sector structureel verlieslatend is en nauwelijks voorspelbare winstgevendheid kent. Zelfs optimistische scenario’s schuiven de rendabiliteit pas richting 2030. Toch blijft de investeringsgolf aanhouden. Mulder noemt dat, in Weberiaanse termen, een vorm van “speculatief avonturenkapitalisme”: ondernemerschap dat niet steunt op calculatie, maar op de hoop op een doorbraak die alles verandert. Weber gebruikte die term voor conquistadors die naar de Nieuwe Wereld trokken in de verwachting een schat te vinden.

De huidige AI‑concurrentie versterkt volgens Mulder precies dat patroon. Bedrijven als Anthropic en OpenAI positioneren zich als moreel gedreven pioniers die een “veiligere” of “verantwoorde” superintelligentie willen bouwen, maar hun onderlinge rivaliteit leidt tot een investeringsschaal die Weber eerder zou herkennen uit de wereld van concessiejagers, piraten en koloniale speculanten dan uit de ordelijke boekhouding van het klassieke kapitalisme. De rationele middelen – rekenkracht, datacenters, kapitaal – worden ingezet voor een doel dat maatschappelijk nauwelijks te verantwoorden is.

Opvallend is dat de tech‑elite haar eigen risico’s openlijk erkent. Ze spreekt zonder omwegen over massaal jobverlies, sociale ontwrichting en zelfs existentiële bedreigingen. Toch wordt de ambitie niet getemperd. Waar de calvinisten God dienden, willen de hyperscalers hem bouwen. Hun project is niet bescheiden, maar kosmisch: een Machine God creëren, een explosie van superintelligentie ontketenen, de wereldorde herscheppen via autonome systemen. Het is een eindtijdvisie zonder theologie, maar met een onwrikbaar geloof in technologische verlossing.

De erosie van geletterdheid en het democratische risico

Mulder ziet nog een tweede Weberiaanse lijn die vandaag relevant is. Weber beschreef hoe de Reformatie een ‘bibliocratie’ creëerde: een samenleving waarin het geschreven woord de basis werd van rationeel oordeel, zelfbeheersing en modern subjectief bewustzijn. Door de Bijbel te vertalen en onderwijs te stimuleren, verhoogden protestanten de geletterdheid. Dat leidde tot introspectie, tot het vermogen om argumenten te wegen, en uiteindelijk tot de modernisering van wetenschap en politiek.

Mulder vreest dat AI precies die fundamenten ondergraaft. Grote taalmodellen leveren output zonder inspanning, waardoor lezen, interpreteren en kritisch denken dreigen te verzwakken. Het nieuwe PISA-onderzoek 2025 laat zien dat de geletterdheid (leesvaardigheid) van 15-jarigen in de meeste OESO-landen verder is gedaald naar de laagste niveaus ooit, terwijl wiskunde ook daalde en wetenschap relatief stabiel bleef. Als brede geletterdheid afneemt, verdwijnt ook het vermogen om zelfstandig betekenis te geven aan informatie. Dat is geen cultureel detail, maar een democratische kwetsbaarheid. Een samenleving die minder leest, wordt afhankelijker van systemen die voor haar lezen – en dus ook voor haar denken.

Daarmee komt Mulder uit bij een ongemakkelijke vergelijking. Volgens Goldman Sachs zal er in 2026 meer dan duizend miljard dollar naar AI vloeien. Dat is bijna de helft van wat de OESO jaarlijks nodig acht om de minst ambitieuze klimaatdoelen te halen. De vraag die Weber zou stellen, is eenvoudig: wat zegt dit over onze rationele prioriteiten? Want de alternatieven – klimaatadaptatie, preventieve gezondheidszorg, armoedebestrijding, duurzame welvaartscreatie – leveren meetbare, onmiddellijke maatschappelijke winst op. Toch worden ze verdrongen door een technologie waarvan de baten onzeker zijn en waarvan de risico’s openlijk worden erkend.

Mulders conclusie is scherp. De AI‑hausse lijkt minder op een ordelijke investering in een technologie, en meer op een seculiere geloofsbeweging die haar eigen eindtijd wil versnellen. Waar overtuiging de plaats inneemt van berekening, wordt het moeilijk om maatschappelijke prioriteiten eerlijk af te wegen. Weber zou zeggen: de middelen zijn rationeel, maar het doel is irrationeel – en precies daarin schuilt het gevaar.

Voor verdedigers van de liberale democratie is Mulders analyse meer dan een intellectuele oefening. Ze raakt aan een kernvraag van elke open samenleving: hoe bewaren we autonomie, kritisch vermogen en democratische controle wanneer een technologie zich ontwikkelt als geloofsleer in plaats van als instrument? Weber helpt ons te zien dat vooruitgang niet alleen een kwestie is van innovatie, maar ook van zelfbeheersing. In een tijd waarin Big Tech de toekomst wil versnellen, wordt het des te belangrijker dat burgers, instellingen en samenlevingen weloverwogen het tempo blijven bepalen, in het belang van de samenleving en decente economische groei.

 

Dirk Diels

De auteur is redacteur bij het nieuwsplatform Flows en voormalig directeur Ondernemen en innovatie, stad Antwerpen

[1] Reading Max Weber in the Age of AI - by Nicholas Mulder

Print Friendly and PDF
Het gezond verstand laat zien dat het begrotingsbeleid fictie is – Paul De Grauwe

Het gezond verstand laat zien dat het begrotingsbeleid fictie is – Paul De Grauwe

Perlefter – Joseph Roth

Perlefter – Joseph Roth