Teksten

Het gezond verstand laat zien dat het begrotingsbeleid fictie is – Paul De Grauwe

Het gezond verstand laat zien dat het begrotingsbeleid fictie is – Paul De Grauwe

De kunst in het begrotingsbeleid bestaat erin de noodzakelijke saneringen zo te verrichten dat ze de economische groei zo weinig mogelijk de dieperik in sturen. Hoe doe je dat?

De regering denkt hierop een antwoord te hebben gevonden. Eerst een belastingvermindering invoeren en dan snijden in de overheidsuitgaven. De eerste operatie stimuleert de economie, omdat de mensen dankzij de belastingvermindering meer koopkracht zullen overhouden en dus meer zullen consumeren.

De tweede operatie snijdt in de overheidsuitgaven, doet de vraag naar goederen en diensten dalen en heeft dus het omgekeerde effect op de economie. De combinatie van die twee ingrepen doet het negatieve effect van de budgettaire operatie op de economische groei verdwijnen. Geniale zet?

Dood spoor

Een minimaal gebruik van het gezond verstand laat zien dat dit fictie is. De eerste operatie, de vermindering van de belastingen, slaat een nog groter gat in de begroting en zal dus in de tweede operatie tot nog sterkere verminderingen in de overheidsuitgaven en/of belastingverhogingen moeten leiden. Al deze ingrepen zullen de koopkracht van de mensen verder doen dalen en de economische groei negatief beïnvloeden.

Ja, een belastingvermindering zal de economie aanzwengelen, maar dat positieve effect zal verdwijnen wanneer dit belastinggeschenk de regering verplicht elders belastingen te verhogen en/of de uitgaven te verminderen. Een dood spoor dus.

Laten we een ander spoor bewandelen. De hoogste 5 procent van de inkomens in België wordt verdiend door mensen die over een maandelijks inkomen van 19.000 euro beschikken. Die mensen staan 37 procent van dat inkomen af aan belastingen (directe en indirecte). De modale Belg met een maandelijks beschikbaar inkomen van 2.600 euro staat 43 procent af aan de staat, 6 procentpunten meer dan een meer gegoede burger.

Het contrast met de top 1 procent van de inkomens is nog groter: mensen met een maandelijks beschikbaar inkomen van 59.000 euro betalen slechts 23 procent aan directe en indirecte belastingen, bijna de helft minder dan de modale Belg.

Die cijfers zijn niet van mij, wel van een groep professoren onder leiding van André Decoster van de KU Leuven, die in 2024 een magistraal boek publiceerden: De paradox van de ongelijkheid in België. Een aanrader.

Misgelopen

Het gezond verstand zegt mij dat er iets niet klopt. Er was een oud idee dat de belastingen progressief moesten zijn: naarmate het inkomen stijgt, staan mensen een groter deel van hun inkomen af aan de staat. Uit solidariteit met de mensen in de lagere inkomensklassen. Nu wordt dit idee omgedraaid. Lagere inkomensgroepen wordt gevraagd solidair te zijn met de sukkels in de hoogste inkomensklassen en meer bij te dragen dan die laatsten. Iets is misgelopen.

In een vorige column heb ik onderzocht hoe dat is kunnen ontstaan. Het heeft alles te maken met het feit dat hogere inkomens erin geslaagd zijn hun inkomen te onttrekken aan de personenbelasting en sociale bijdragen, en dat inkomen te transfereren naar een vennootschap die veel minder belast wordt.

Die manifeste onrechtvaardigheid creëert nu wel een opportuniteit voor het begrotingsbeleid van deze regering. We weten dat hogere inkomens een kleiner percentage van hun inkomen consumeren dan lagere inkomens. We zouden de belastingvermindering die de Belgische regering plant dus kunnen financieren door de belastingdruk op hogere inkomens op te trekken tot het niveau van de modale Belg.

Moeilijke operatie

Dat zou een dubbel gevolg hebben. Die operatie is budgettair neutraal en zal de regering dus niet dwingen om nog meer budgettaire sanering door te voeren. Tegelijk stimuleert deze operatie de consumptie. Dat laatste volgt uit het feit dat de gestegen koopkracht van de lagere inkomens de consumptie meer doet stijgen dan de consumptiedaling in de hogere inkomensklassen.

Deze nieuwe belastingshift betekent niet dat we de tarieven van de personenbelasting voor de hogere inkomensklassen moeten optrekken. Die tarieven zijn al hoog genoeg. Al wat we moeten doen is de poorten sluiten die door al te veel mensen met hogere inkomens worden gebruikt om te ontsnappen aan de personenbelasting. Rechtvaardigheid kan dus samengaan met efficiëntie.

Het lijkt voor de hand liggend, en toch wordt het politiek een moeilijke operatie. Dat heeft te maken met het feit dat het kiezerspubliek van de twee grootste partijen in de coalitie vooral uit mensen met hogere inkomens bestaat. De lagere inkomens zijn bijzonder slecht vertegenwoordigd in die coalitie en zullen waarschijnlijk aan het kortste eind trekken.

 

Paul De Grauwe

De auteur is professor economie aan de London School of Economics. Deze tekst verscheen eerst in De Morgen

Print Friendly and PDF
Hoe AI uitgroeit tot een nieuwe technologische geloofsleer – Dirk Diels

Hoe AI uitgroeit tot een nieuwe technologische geloofsleer – Dirk Diels