Public Goods, Sustainable Development and the contribution of Business - R. Bardy, A. Rubens, R. Saner & L.

Public Goods, Sustainable Development and the contribution of Business - R. Bardy, A. Rubens, R. Saner & L.

Bekommernis om duurzaamheid is een houding die vele actoren in onze samenleving zich, al dan niet terecht, aanmeten. Overheden, bedrijven, investeerders, consumenten voelen zich verplicht de mantra van de duurzaamheid uit te dragen. Eén van de meer zichtbare uitingen hiervan zijn de ‘Sustainable Development Goals’ (SDGs) die in 2015 binnen de Verenigde Naties werden afgesproken. De SDGs bestrijken zowat alle problemen waarmee onze wereld heeft af te rekenen: honger, armoede, klimaatverandering, gezondheidsproblemen, ongelijkheid, enz. De SDGs zijn in de eerste plaats een zaak van overheden. De ultieme verantwoordelijkheid en de daarbij horende rekenschap die moet worden afgelegd ligt bij regeringen op alle niveaus, van lokaal tot mondiaal. Dat betekent evenwel niet dat het concept van duurzame ontwikkeling ook niet moet worden gedragen door andere maatschappelijke actoren. Naast overheden hebben ook het middenveld, met ngo’s en andere civil society organisaties, en het bedrijfsleven een rol te spelen. De bijdrage van bedrijven tot duurzame ontwikkeling is het onderwerp van Public Goods, Sustainable Development and the contribution of Business, het boek dat Roland Bardy, Arthur Rubens, Raymond Saner en Lichia Yu onlangs op de markt brachten.

Met hen stellen we vast dat bedrijven in toenemende mate hun inzet voor duurzaamheid in de verf zetten. Er gaat geen week voorbij zonder dat ondernemingen of bedrijfsorganisaties hun, soms nieuw, gevonden geloof in duurzaamheid belijden. Deze tendens moet evenwel ook met de nodige achterdocht worden bekeken. ‘Greenwashing’ is een term die ondertussen even goed ingeburgerd is als duurzaamheid en die wijst op het onterecht claimen door bedrijven van een duurzaamheidsetiket in de media, terwijl het er in de luwte minder duurzaam aan toe gaat.

Het uitgangspunt van het boek is dat een duurzame wereld moet bekeken worden als een publiek goed. Dit publieke goed wordt op diverse niveaus door diverse actoren geleverd. Zo kunnen individuen door hun gedrag bepaalde aspecten van duurzaamheid verbeteren, denk aan het plaatsen van zonnepanelen of het overschakelen van door brandstof gedreven naar elektrisch gedreven wagens. Andere duurzaamheidsproblemen moeten evenwel op een grotere schaal worden aangepakt en vereisen overheidstussenkomsten die actoren de richting van duurzaamheid uitsturen. Sommige duurzaamheidsproblemen kunnen enkel op het mondiaal niveau worden aangepakt. Klimaatverandering is daar het voorbeeld bij uitstek van. In het boek worden alle kanten van het publiek-goedverhaal overvloedig geïllustreerd.

Grote aandacht gaat daarbij uit naar een essentieel kenmerk van publieke goederen, met name de niet-uitsluitbaarheid ervan. Het duurzaam handelen van individuen, bedrijven, steden, landen, enz. heeft ook een positief effect op de actoren die niet bij dit handelen betrokken zijn. Deze profiteren zonder een inspanning te moeten doen en vertonen zogenaamd vrijbuiters- of liftersgedrag. Een onaangenaam effect van liftersgedrag is dat weinigen zelf nog actie willen ondernemen voor duurzaamheid. Liftersgedrag kan zich op allerlei niveaus voordoen: individuen of bedrijven die broeikasgassen blijven uitstoten in de hoop dat anderen de last op zich nemen, overheden die niet durven ingaan tegen de belangen van hun bedrijven en niet hun gepaste aandeel leveren in de vereiste klimaatactie.

Het boek focust op hoe deze hinderpaal specifiek voor het bedrijfsleven kan overwonnen worden. In een nationale en sub-nationale setting heb je daarvoor overheden die bedrijven kunnen dwingen om bepaalde activiteiten te verminderen of verleiden om andere activiteiten te verhogen. In een mondiale context is er geen dergelijke autoriteit. Natiestaten kunnen dan wel afspraken maken in internationale instellingen zoals de Verenigde Naties of de Wereldhandelsorganisatie, maar echt sanctioneren van liftersgedrag is dan erg moeilijk. We zien dan, naast de voortrekkers zoals sommige EU-lidstaten, ook landen met notoir liftersgedrag tegenover hun engagementen uit het akkoord van Parijs uit 2015. Dat liftersgedrag vertaalt zich dikwijls in een lakse houding tegenover bedrijven die actief zijn in minder duurzame sectoren, maar voor heel wat werkgelegenheid en rendement op investeringen zorgen en bovendien meestal beschikken over een efficiënt lobby-apparaat.

Het is deze context van publieke goederen en de rol van het bedrijfsleven daarbij die uitvoerig in het boek wordt geanalyseerd. Zo wordt er gewezen op het belang van goede statistieken over publieke goederen en het aandeel van bedrijven daarin. Het is een algemeen bekend pijnpunt bij nationale rekeningen dat, juist omwille van het liftersgedrag, de echte waarde van publieke goederen zoals duurzaamheid er niet in tot uiting komen omdat enkel de kostprijs in rekening wordt gebracht en niet de waarde die de samenleving eraan toekent. Her en der worden alternatieven ontwikkeld, maar die blijven preliminair.

Het boek wijst op de traag bewegende focus op de rol van het bedrijfsleven doorheen de laatste decennia. De auteurs zien recent evenwel hoopvolle ontwikkelingen. De tijd van ‘what is good voor General Motors is good for America’ is ondertussen voorbij. Zo werd op de jaarlijkse hoogmis van het kapitalisme in Davos 2020 het klassieke kapitalisme doodverklaard. Het Davos Manifesto dat toen gelanceerd werd schets de contouren van een nieuw kapitalisme en drukt bedrijven op het hart op een faire wijze belastingen te betalen, leveranciers en werknemers goed te behandelen, faire concurrentie te aanvaarden, corruptie te mijden en in te zetten op de circulaire economie.

Dit manifest is maar één van de zovele voorbeelden van recente acties en initiatieven ondernomen door bedrijven en hun organisaties in de richting van meer duurzaamheid. Steeds meer bedrijven doen pogingen om klimaatneutraal te worden. Er is zelfs al een bedrijfssector ontstaan die bedrijven certificeert op hun klimaatneutraliteit. De auteurs van het boek hebben er het volste vertrouwen in dat bedrijven naast hun eigenbelang, net zoals individuen, ook andere belangen kunnen verdedigen en in die zin ook kunnen bijdragen aan meer duurzaamheid. Zij grijpen daarbij terug naar Adam Smith’s The Theory of Moral Sentiments uit 1759 die juist dat inzicht vooropstelt, een inzicht dat in de volgende eeuwen onterecht is ondergesneeuwd door de homo economicus uit Smith’s Wealth of nations uit 1776.

Dit boek ademt een positieve, optimistische houding uit tegenover zowel de overheidssector als het bedrijfsleven, in de sfeer van ‘samen komen we er wel’. Dit werkt aanstekelijk, maar hier en daar wordt er toch wel iets te naïef geredeneerd. Perfectie is niet van deze wereld, noch bij de overheid, noch bij de bedrijven. Het liftersgedrag kun je immers niet wegredeneren.

 

Recensie door Frank Naert, emeritus professor openbare financiën, UGent

R. Bardy, A. Rubens, R. Saner & L., ‘Public Goods, Sustainable Development and the contribution of Business’, Cambridge Scholars Publishing, 2021

Print Friendly and PDF
Hongarije is een grotere bedreiging voor de EU dan Brexit – Philippe Nys

Hongarije is een grotere bedreiging voor de EU dan Brexit – Philippe Nys

Liberalism at Large. The World According to the Economist – Alexander Zevin

Liberalism at Large. The World According to the Economist – Alexander Zevin