De regering gaat uit van een verkeerde diagnose – Paul De Grauwe
De Belgische begrotingstekorten zijn sinds het jaar 2000 trendmatig gestegen. Vóór 2013 was die stijging vooral het gevolg van een explosie in de overheidsuitgaven die nodig bleek om roekeloze bankiers te redden van de ondergang, en om zodoende erger economisch kwaad te vermijden. De belastingen stegen toen ook, maar onvoldoende om de stijging van de tekorten tegen te gaan.
Na de financiële crisis (na 2012) was de trendmatige stijging van de begrotingstekorten vooral het gevolg van krimpende overheidsontvangsten, terwijl de uitgaven min of meer stabiel bleven (zij het op een hoog niveau).
Diagnose
Dat is de diagnose die ik onlangs stelde. Het is dezelfde diagnose die het Rekenhof stelde in mei van dit jaar. Het Rekenhof stipte toen aan “dat de uitgaven vrij stabiel blijven, terwijl het deel ontvangsten sterk afneemt” en beschouwde de daling van de ontvangsten als de belangrijkste oorzaak van de stijgende tekorten sinds 2013. (Noteer, beste lezer, dat stijgende of dalende uitgaven en inkomsten telkens als percentage van het bbp worden uitgedrukt.)
Die diagnose wordt door de regering ontkend wanneer die vooropstelt dat negen tiende van de begrotingsmaatregelen moet komen van de uitgavenzijde en één tiende van de inkomstenzijde. Die ontkenning wordt ondersteund door regeringsgezinde economen die geen daling van de overheidsontvangsten bespeuren wanneer ze als basisjaar 2000 nemen: in 2000 en in 2025 waren de overheidsontvangsten (als percentage van het bbp) ongeveer gelijk. Dat klopt, maar die analyse vergeet te vertellen dat er sinds 2000 twee golven waarneembaar zijn: een stijgende golf van de overheidsontvangsten van 2000 tot 2013 en een dalende sinds 2013.
Stel je voor: je rijdt puffend met de fiets de Mont Ventoux op en geraakt eindelijk op de top. Daarna begint de beweging naar beneden. Je komt beneden aan en je constateert dat je weer op hetzelfde niveau bent als bij de start van de klim. Wie zou hieruit besluiten dat dit een vlakke rit was? Toch zijn er zulke mensen. De rit van de overheidsontvangsten sinds 2000 was vlak.
Wonderbaarlijk
Vanwaar komt die dalende beweging van de overheidsontvangsten sinds 2013? Een van de belangrijkste oorzaken is de dramatische daling van de tarieven van de vennootschapsbelasting. Bij de start van het millennium bedroeg dat tarief nog 40 procent. Dat daalde tot 34 procent in 2003 en vervolgens vanaf 2018 tot 30 procent, om in 2020 op 25 procent te belanden.
Die sterke verminderingen van de vennootschapsbelasting hebben geleidelijk prikkels losgeweekt om van die lage belastingen te profiteren. Mensen ontdekten dat, als hun inkomen naar een vennootschap kon worden getransfereerd, wonderbaarlijke belastingverminderingen konden worden geplukt. En velen deden dit, vooral die mensen met hogere inkomens. Meer algemeen leidde de sterke vermindering van de vennootschapsbelasting tot een stijging van de relatieve kost van arbeid ten opzichte van kapitaal. Dat leidde tot nog meer verschuivingen: meer flexi-jobs, meer bedrijfswagens, enzovoort, werden mechanismen om te ontsnappen aan de stijging van de relatieve kost van arbeid.
Die daling van de vennootschapsbelasting is een wereldwijd fenomeen, geïnspireerd door het neoliberale credo dat lagere winstbelastingen een dynamiek zullen creëren die tot meer investeringen en economische groei zal leiden. België kon niet ontsnappen aan die ideologie en volgde de wereldtrend.
Verkeerde diagnose
We weten nu dat lagere belastingen op de winsten van vennootschappen helemaal niet tot hogere economische groei hebben geleid. Van 1960 tot 2000, toen het tarief van vennootschapsbelastingen 40 procent was, torende de groei in België gemiddeld op 3,1 procent. Sinds 2000, toen de beweging naar minder vennootschapsbelasting werd ingeluid, daalde de gemiddelde jaarlijkse groei tot 1,6 procent. Dat is de helft van wat het vroeger was.
Wat is er wel gebeurd? Er vond een verschuiving plaats in het aandeel van het nationaal inkomen dat naar de eigenaars van kapitaal, de aandeelhouders, gaat, ten nadele van de niet-bezitters van kapitaal. Om dat te justifiëren werd het fabeltje uitgevonden dat als je aandeelhouders fiscaal in de watten legt, meer groei op wonderbaarlijke wijze zou ontspruiten.
Hoe geraken we uit de begrotingsperikelen? Eerst moet het probleem herkend worden, in plaats van uit te gaan van een verkeerde diagnose. En dan moeten diegenen die in deze coalitie invloed uitoefenen de moed hebben om de inkomsten op te krikken door het sluiten van de vele ontwijkingsmanoeuvres die het gevolg zijn van de fiscale bevoordeling van de eigenaars van kapitaal.
Paul De Grauwe
De auteur is professor economie aan de London School of Economics


