Oorlog en Terpentijn - Stefan Hertmans
Vandaag is Stefan Hertmans 75 jaar geworden. Een uitzonderlijke auteur die een prachtig oeuvre bijeen schreef. Voor mij is en blijft zijn absolute meesterwerk Oorlog en Terpentijn. Hierna mijn recensie uit 2013.
Stefan Hertmans verhaalt over het leven van zijn grootvader Adriaan Martien die geboren werd in 1891 en stierf in 1981. Hij liet zijn memoires na in twee cahiers, die Hertmans al jaren in een kluis hield, maar die hij pas veel later en met enige schroom verwerkt heeft in deze aangrijpende reconstructie van het bijzondere leven van die bijzondere man. Het gaat immers niet alleen of zozeer over de ervaringen van zijn grootvader tijdens de Grote Oorlog – hoe verschrikkelijk en cruciaal die ook zijn – maar over zijn dramatische levenslot. Over zijn geloof in een goede almachtige God, zijn genegenheid voor zijn moeder, zijn adoratie voor zijn vader, zijn liefde voor een te vroeg gestorven vrouw, zijn respect voor zijn echtgenote en tenslotte, zijn aandacht voor die kleine kleinzoon van hem, Stefan Hertmans die pas met het schrijven van dit boek de grootsheid van zijn grootvader leerde kennen.
“Ik had me voorgenomen dat ik zijn memoires pas zou gaan lezen wanneer ik er ten volle tijd voor had”, aldus Hertmans. Met het aanstormende jaar 2014 werd hij uiteindelijk gedwongen om aan de slag te gaan en zijn grootvader een plaats te geven in de geschiedenis die hij verdient. Martien groeide op in een arm gezin in Gent. Om de kost te verdienen werkte hij op zijn dertiende in een ijzergieterij. Hertmans beschrijft die periode met veel inlevingsvermogen en schetst zo een beeld van Gent tijdens de eeuwwisseling, een stad met een kleine rijke, vooral Franstalige bourgeoisie, en een massa arbeiders die werkten in de meest onmenselijke omstandigheden. Maar tegelijk toont hij zijn liefde voor de vroegere stad met de Zuidstatie, de toen bestaande dierentuin en de vele typische winkeltjes die nu verdwenen zijn. Je hoeft geen Gentenaar te zijn om dit boek te lezen, maar al wie de stad wat kent, voelt dat Hertmans de kaalslag in parken en gebouwen, en het verdwijnen van typisch Gentse middenstandszaken betreurt.
Op twaalfjarige leeftijd krijgt Hertmans van zijn grootvader een gouden horloge, maar laat dit vallen. Pas veel later zal hij (en de lezer) begrijpen waarom dit Adriaan zo aangrijpt. Een horloge is toch maar een voorwerp, niet? Maar dat is het niet altijd. Sommige voorwerpen dragen een hele geschiedenis met zich mee en bieden een glimp in die voltooid verleden tijd. Met veel empathie en al zijn literaire kracht slaagt Hertmans erin om dit zo mooi uit te leggen. Zelfs de horloge en de vele schilderijen die zijn getalenteerde grootvader maakte, krijgen in die zin een bijzondere betekenis. Ze verwijzen naar een wereld die ooit bestond, maar niet langer bereikbaar en zelfs begrijpelijk is voor de hedendaagse mens. Het schildertalent heeft Adriaan van zijn vader die in kerken grote fresco’s herstelde en schilderde. En dat wil hij ook. Hij wil tekenen, schilderen, en hij blijkt er talent voor te hebben. Maar intussen moet er geld worden verdiend voor het gezin, en op een dag wordt hij gedwongen om te kiezen: priester of soldaat? Het wordt dat laatste, en ook dat zal zijn leven bepalen.
Enige tijd later breekt de oorlog uit. Wat volgt is een beschrijving van de eerste oorlogsdagen die bijna ondragelijk te lezen zijn. Hier benadert Hertmans de gruwel zoals beschreven in een van de meest bekende en indrukwekkende anti oorlogsboeken Krieg dem Kriege! van de anarchist en pacifist Ernst Friedrich. Oorlog aan de oorlog! bevat zo'n 180 gruwelijke fotobeelden uit de Eerste Wereldoorlog met scherpe commentaren in het Duits, Engels, Frans en Nederlands. De auteur omschreef zichzelf niet als ‘Duitser’ maar als ‘mens’. Hij droeg zijn boek op aan de ‘mensen van alle landen’ en dit tegen ‘alle oorlogsdwepers, planners en leiders van slachtpartijen’. De foto’s tonen onder meer close-ups van zwaar verminkte gezichten, van soldaten met weggeschoten neuzen, ogen, aangezichten en kinnen. Juist dat ziet zijn Hertmans grootvader aan het front. “De omgeving veranderde razendsnel in een soort woestenij, een oerlandschap waaruit in een uur jaar tijd elk spoor van beschaving was weggeblazen”, zo schrijft hij treffend.
De daaropvolgende bladzijden zijn de moeilijkste om lezen, zo hard en vreselijk beschrijft Hertmans de oorlogshandelingen. Hij wijst op de wreedheid van de Duitsers die steden en mensen zonder enige scrupules vernietigden: “We werden vervuld van het besef een vijand tegenover ons te hebben die geen enkele morele scrupule meer kende.” En zijn grootvader verhaalt hoe in minder dan een week van Diksmuide tot Nieuwpoort honderdvijftigduizend jonge soldaten vielen. Zijn grootvader raakt diverse keren gewond, telkens net op het nippertje van de dood, maar steeds terugkwam. Hij krijgt er medailles voor, maar geen echte waardering van de Franstalige officieren die de Vlaamse soldaten minachten. Hier groeit het flamingantisme van zijn grootvader. Maar dat is niet het belangrijkste. Hertmans schrijft in één enkele zin de essentie van de impact van de Grote Oorlog: “De wreedheden en de massaslachtingen veranderden de moraal, de levensvisie, de mentaliteit en de zeden van deze generatie definitief.” En hij besluit dat ‘de intimiteit van de Europese sfeer voorgoed geschonden was’. Het is eenzelfde vaststelling als die van Stefan Zweig in zijn onvolprezen boek De wereld van gisteren.
Na de oorlog raakt Adriaan verliefd op de dochter van een koopman. Hij verlooft zich met haar, maar ze sterft aan de Spaanse Griep die na de oorlog nog tientallen miljoenen doden veroorzaakte, meer dan tijdens de oorlog zelf. Een zoveelste slag, waarna hij trouwt met haar zuster. En daaruit komt uiteindelijk Stefan Hertmans voort. Waarna hij de laatste jaren van zijn grootvader beschrijft en stilstaat bij de kopie van een uitzonderlijk werk van Velázquez; de lezer moet het zelf ontdekken, maar het is onwezenlijk mooi. In elk geval heeft Hertmans hiermee een meesterwerk geschreven dat zijn plaats verdient naast dat van Erwin Mortier. Toen die laatste de AKO-literatuurprijs won zei de jury: "Met Godenslaap schreef Mortier een homerisch epos waarin de Eerste Wereldoorlog mythische, universele allures krijgt." Met Oorlog en Terpentijn deed Stefan Hermans hetzelfde. Sterker nog, hiermee hijst Hertmans zich op het niveau van de allergrootsten van de Nederlandstalige literatuur. Ik heb dit boek niet zozeer gelezen, maar verslonden.
Recensie door Dirk Verhofstadt
Stefan Hertmans, Oorlog en Terpentijn, De Bezige Bij, 2013


