De afschaffing van de Senaat is een handig rookgordijn – Jean-Jacques De Gucht
Dat de huidige Senaat weinig tot geen zin heeft, daar bestaat weinig discussie over. Maar dat is niet omdat een reflectiekamer per definitie overbodig zou zijn. Het is omdat men haar jarenlang heeft uitgehold. Vanuit populistisch gemak over alle partijgrenzen heen levert het afschaffen van een instelling altijd applaus op, vanuit kostenargumenten of vanuit een regionalistische reflex die de Senaat ziet of zag als een federaal bindmiddel dat beter zou verdwijnen. Het resultaat is een instelling zonder rol. Dat is geen toeval, maar het gevolg van politieke keuzes.
Laat er geen misverstand over bestaan. Ik leg mij neer bij het feit dat de volwaardige reflectiekamer is afgeschaft. Dat is vandaag de realiteit. Maar het is intellectueel oneerlijk om daaruit te besluiten dat de Senaat nooit waarde heeft gehad. Integendeel. Wie de geschiedenis van bepaalde dossiers kent, weet dat net daar, in sereniteit en buiten de waan van de dag, werk werd geleverd dat elders moeilijk tot stand kwam. De huidige stilstand in ethische dossiers zegt genoeg. Zou bijvoorbeeld euthanasie er ooit gekomen zijn zonder de toenmalige Senaat? In complexe, ethische en institutioneel gevoelige dossiers heeft de Senaat een meerwaarde geboden die de Kamer, met haar politieke dynamiek, moeilijk kan evenaren.
Daarnaast verdwijnt met de hervorming ook iets fundamenteels. De structurele betrokkenheid van de deelstaten bij grondwetsherzieningen. Dat is geen detail, maar een essentieel onderdeel van de federale logica. Wie bevoegdheden uitoefent, moet ook mee kunnen beslissen over het institutionele kader waarbinnen die bevoegdheden functioneren. Dat alles in een periode waarin een uitgesproken nationalistische partij als de N-VA zowel de premier als de minister-president van Vlaanderen levert.
Minstens even problematisch is wat men toen heeft nagelaten. De Senaat werd hervormd, de Kamer niet. Vandaag bestaat er daardoor geen enkel parlement meer waarvan de leden over het volledige grondgebied van een taalgroep worden verkozen. Dat heeft gevolgen. Ministers en parlementsleden worden politiek afgerekend binnen hun eigen provincie, niet door alle kiesgerechtigden in het gebied waarover zij beslissen. Dat voedt een vorm van politiek provincialisme die leidt tot minder goed bestuur. De enige echte politieke afrekening gebeurt immers in de eigen provincie. Beleidskeuzes worden daardoor onvermijdelijk gekleurd door lokale reflexen, in plaats van door het bredere algemeen belang.
Op het moment dat de rechtstreeks verkozen Senaat werd hervormd, had men een andere en betere keuze kunnen maken. De Kamer had gedeeltelijk hervormd kunnen worden, met kieskringen per taalgroep, of zelfs met een beperkt aantal zetels die over de taalgroepen heen worden verkozen. Die keuze werd niet gemaakt. Dat is een duidelijke gemiste kans en een democratisch deficit. De Senaat kan net hervormd worden tot wat België vandaag mist. Een flexibele ontmoetingskamer tussen parlementaire niveaus. Geen vaste senatoren, maar parlementsleden die samenkomen wanneer het dossier dat vereist, zowel tussen de deelstaten onderling als tussen het federale niveau en de deelstaten. Een plaats waar dialoog structureel georganiseerd wordt, in plaats van toevallig of helemaal niet.
Vandaag gebeurt die dialoog nauwelijks. Interparlementaire samenwerking blijft in de praktijk beperkt. In bepaalde politieke stromingen wordt het belang van overleg met de overkant zelfs systematisch geminimaliseerd. Dat maakt de huidige discussie des te opvallender. Terwijl men pleit voor intensere samenwerking binnen de Benelux, en terecht, wordt intern een van de laatste bruggen tussen de regionale niveaus en het federale niveau verder afgebroken. Nochtans is samenwerking in een democratische rechtsstaat niet enkel een zaak van regeringen, maar in de eerste plaats van parlementen. Een hervormde Senaat kan net die rol spelen. Een plaats waar parlementaire niveaus elkaar ontmoeten, ook in een bredere Europese of Benelux-context.
En dan is er het kostenargument. Dat houdt weinig steek. Parlementsleden worden immers al vergoed binnen hun eigen assemblee. Maar de reden dat het dossier van de Senaat vandaag opnieuw op tafel ligt, is niet inhoudelijk, maar politiek. Politiek van de slechte soort.
De afschaffing van de Senaat wordt voorgesteld als een daad van politieke efficiëntie en duidelijkheid. In werkelijkheid dreigt ze vooral een handig rookgordijn te worden. Want achter dat symbolische dossier schuilt een ongemakkelijke realiteit. Een meerderheid die het over weinig eens raakt, behalve dat alles de schuld is van het verleden, onder leiding van een premier die zich gedraagt alsof hij geen deel uitmaakt van zijn eigen regering.
Wanneer institutionele hervormingen gebruikt worden om interne verdeeldheid te verbergen, dan is dat geen teken van kracht, maar van zwakte. Dan gaat het niet langer over hoe we het systeem verbeteren, maar over hoe we vermijden dat men ziet dat er geen gedragen visie is. Precies daarom is deze discussie belangrijk. Niet om de Senaat te verdedigen zoals hij was, maar om te erkennen wat men nalaat te doen. België heeft nood aan een plek waar dialoog structureel verankerd wordt tussen gemeenschappen en niveaus. Die kans laat men liggen. En vandaag dreigt men die gemiste kans te gebruiken als afleiding, in plaats van ze recht te zetten.
Jean-Jacques De Gucht


