De wet van de creatieve destructie speelt volop – Paul De Grauwe

De wet van de creatieve destructie speelt volop – Paul De Grauwe

Paul De Grauwe schrijft over hoe het verdwijnen van de auto-industrie geen ramp bleek voor België en legt uit dat economische vooruitgang vaak ontstaat door oude industrieën te vervangen door nieuwe, meer duurzame producenten.

Sinds 2000 is de automobielindustrie in België bijna volledig verdwenen. Na de sluiting van Renault-Vilvoorde in 1997 volgden die van Opel Antwerpen (2010), Ford Genk (2012) en recent nog Audi Vorst (2025). Er blijft haast niets over van een van de parels van de Belgische maakindustrie.

Doemdenkers voorspelden dat met het verdwijnen van de automobielindustrie het Belgische industriële weefsel verloren zou gaan en dat de hele industrie zou verdwijnen. Maar daar is helemaal niets van waar gebleken. Integendeel, sinds 2000 is de Belgische industriële productie, gemeten in volume, met maar liefst 80 procent toegenomen.

Hoe is zoiets mogelijk? Wel, in België zijn we andere dingen gaan produceren. Een van die andere dingen, er zijn er nog veel meer, is de productie van geneesmiddelen. De farmaceutische industrie kende sinds 2000 een spectaculaire expansie van de productie, met een stijgingsritme van haast 1.000 procent (ja, u leest het goed: duizend).

Weliswaar is de industriële tewerkstelling blijven dalen, met 15 procent sinds 2000, maar dat is eigenlijk de keerzijde van een succesverhaal. De productiviteitsstijging in de industrie heeft het mogelijk gemaakt om steeds meer te produceren met steeds minder mensen. De meesten die hun job zijn kwijtgeraakt in de industrie hebben een nieuwe job gevonden in de dienstensector.

Creatieve destructie

De kwarteeuw sinds 2000 leert ons het volgende. De automobielindustrie is bijna volledig verdwenen, maar we zijn bijzonder succesvol geweest in het produceren van andere dingen.

De wet van de creatieve destructie heeft volop gespeeld. Die wet, die door Schumpeter honderd jaar geleden werd geformuleerd, stelt dat economische vooruitgang tot stand komt door oude en versleten producties af te breken en op het puin daarvan nieuwe producties te creëren.

Die wet impliceert ook dat we, om die nieuwe producties mogelijk te maken, het oude moeten afbreken. Als we het oude niet afbreken, komt er niets nieuws.

Die afbraak leidt natuurlijk tot veel ellende voor degenen die hun job verliezen, maar er is geen ontkomen aan. Vasthouden aan het oude is meestal slechts uitstel van executie. Het verhaal van de afbraak van de automobielindustrie in Vlaanderen illustreert bovendien dat werknemers die hun job verloren in de automobielsector relatief vlot een nieuwe baan vonden.

We zitten vandaag aan de vooravond van een gelijkaardige verandering, die ons wordt opgedrongen door de wet van de creatieve destructie. Energie-intensieve bedrijven, zoals ArcelorMittal en de chemische industrie rond Antwerpen, staan onder druk omdat de energieprijzen, en vooral de prijs van energie opgewekt met fossiele brandstoffen, sterk zijn gestegen. Die energie zal duur blijven.

Ik vrees dat een significant deel van deze energie-intensieve chemische bedrijven gedoemd is. Niet allemaal. Degenen die zich kunnen aanpassen en hun energiebehoeften drastisch weten te verminderen, hebben nog een toekomst. Maar de andere zullen verdwijnen. En dat is ook goed. Het loslaten van dure, energieverslindende producties maakt het mogelijk om nieuwe dingen te produceren die meer duurzame welvaart mogelijk zullen maken.

Zullen we het succesverhaal van de periode sinds 2000 kunnen herhalen? Ik ben daar optimistisch over. De hoge energieprijzen doen duizenden dynamische ondernemers zoeken naar nieuwe productiemethodes die minder energie gebruiken of hernieuwbare energie aanwenden. Ze leiden ook tot creatieve inspanningen om nieuwe producten te maken die minder energie-intensief zijn. Dat proces gebeurt grotendeels onder de radar en wordt door de media nauwelijks gerapporteerd. Die dynamiek zal leiden tot meer en duurzamere productie.

Staalindustrie

Helaas oefenen de verliezers uit de oude industrieën vandaag ongemeen veel druk uit op politici, zowel in België als in Europa, om hen ervan te overtuigen dat ze onmisbaar zijn en dat zonder hen de hele industrie zal verdwijnen. Ze moeten, zo dringen ze aan, beschermd en gesubsidieerd worden door lagere energieprijzen en door het klimaatbeleid af te zwakken.

L’histoire se répète. In de jaren zeventig wilden Waalse politici de staalindustrie niet loslaten. Ze gebruikten dezelfde argumenten die de verdedigers van de energieverslindende chemische bedrijven in Vlaanderen nu gebruiken. Miljarden subsidies werden in die oude industrie gestopt. Het hielp niet.

Uiteindelijk moest de Waalse staalindustrie losgelaten worden. Ik vrees ervoor dat de Vlaamse chemische sector het historische equivalent wordt van de Waalse staalindustrie.

 

Paul De Grauwe

De auteur is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks in De Morgen.

Print Friendly and PDF
Hitlers hofhouding – Heike Görtemaker

Hitlers hofhouding – Heike Görtemaker

Ninove, waar bestuurlijk toezicht een bestuursmodel is - Victor Schollaert

Ninove, waar bestuurlijk toezicht een bestuursmodel is - Victor Schollaert