Amor Mundi – Peter Venmans
Wat is het belangrijkste doel van het menselijk bestaan? Voor de meeste mensen is dat het nastreven van het persoonlijk geluk en de verbetering van de eigen welvaartspositie, zowel voor zichzelf als voor de eigen kinderen en kleinkinderen. Daarnaast bestaat er doorgaans een grote bekommernis om het lot van de ouders, grootouders, broers, zusters, neven, nichten en andere familieleden en goede vrienden en kennissen. Verder hebben de meeste mensen een zekere verbondenheid met hun buren, hun collega’s op het werk, de leden van verenigingen waar men zelf actief is en met andere vrienden en kennissen. Tenslotte voelen bepaalde burgers een zekere band met de medeburgers van de stad of gemeente waar men woont, maar ook met de sociale, economische, politieke en maatschappelijke leden van groepen waartoe men zelf behoort. Veel verder reikt de sympathie en interesse van de meeste mensen niet.
Natuurlijk bestaan er uitzonderingen. Het gaat om mensen die niet alleen begaan zijn met hun eigen lot en dat van hun naasten en hun directe omgeving, maar die ook aandacht hebben voor de wereld om ons heen. Dat merken we bijvoorbeeld bij succesvolle geldinzamelacties naar aanleiding van grote rampen die ver van ons deur gebeuren. Dat was bijvoorbeeld het geval na de catastrofale tsunami in de Indische Oceaan in 2004 waarbij zowat 290.000 slachtoffers vielen. Daarnaast zijn er ook mensen die zich vanuit hun ecologisch en maatschappelijk bewustzijn, inzetten voor mondiale problemen zoals de opwarming van de aarde, de bedreiging en verdwijning van bepaalde fauna en flora, en de internationale migratiestromen. Het lijkt dat deze aandacht voor de wereld aan belang wint. Over deze kwestie schreef de Vlaamse filosoof Peter Venmans het boek Amor Mundi, met als ondertitel Hoe komen we tot een betekenisvolle relatie met de ander?
Venmans overloopt het geheel van menselijke emoties, houdingen en gedragingen die al dan niet leiden tot ‘liefde voor de wereld’. Zijn rode draad is een uitspraak van de Joodse filosofe Hannah Arendt waarin ze pleit voor amor mundi: ‘Pas laat, eigenlijk alleen in de laatste jaren, begon ik van de wereld te houden… en uit dankbaarheid wil ik mijn boek de titel Amor Mundi geven,’ zo schreef ze na de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast bestaat er nog een gedicht van een Engelse schrijfster met die titel, maar verder bleef dit begrip onbesproken. ‘Misschien is het simpelweg een onhoudbaar begrip en is het helemaal niet mogelijk om van de wereld te houden,’ zo schrijft de auteur. Dat hoeft niet echt te verwonderen want in het christendom werden mensen aangezet tot amor dei en moesten gelovigen juist wegblijven van die liefde van de wereld en van wereldse zaken in het algemeen. Maar binnen het christendom wordt aangezet tot liefde tot de naaste wat volgens Venmans toch ergens aanduidt dat amor dei onmogelijk is zonder een zekere vorm van amor mundi.
Door de toenemende secularisering en liberale ideeën maakte de amor dei stilaan plaats voor een vorm van amor sui, liefde voor jezelf of eigenbelang. Venmans verwijst hiervoor naar de ideeën van Bernard Mandeville en Adam Smith die erop wezen dat het eigenbelang finaal goed is voor de samenleving in haar geheel. Toch ziet de auteur het eigenbelang niet als een motor naar amor mundi. ‘De radicale liberaal waant zich een soevereine meester over zichzelf; het ontbreekt hem aan amor mundi omdat hij niet kan accepteren dat de omgeving hem beperkingen oplegt,’ aldus Venmans. Al nuanceert hij door te stellen dat de grondleggers van het klassieke liberalisme, zoals John Stuart Mill, meer oog hadden voor de wereld dan de hedendaagse neoliberalen van tegenwoordig. Hij verwijst naar het beruchte citaat ‘There is no such ting as “society”’ van Margaret Thatcher, maar nog meer naar de Amerikaanse filosofe Ayn Rand die stelde dat er alleen individuen bestaan en dat er niets is wat hen bindt, iets wat natuurlijk haaks staat op de notie amor mundi.
In een volgende hoofdstuk onderzoekt Venmans de relatie tussen het nastreven van geluk en amor mundi. De geluksvisie werd onder meer uitgewerkt door Jeremy Bentham die ernaar streefde dat de mens zoveel mogelijk genot ervaart en zo weinig mogelijk pijn lijdt. Een doorgedreven utilitaristische visie van het nastreven van geluk kan leiden tot conformisme waardoor de belangstelling voor de wereld verdwijnt. ‘Waarschijnlijk is echte liefde voor de wereld pas mogelijk wanneer je veiligheid verzekerd is en je je geen zorgen hoeft te maken om je lijfsbehoud,’ aldus de auteur. In die zin kon Hannah Arendt pas spreken over amor mundi nadat ze het fascisme ontvlucht was en zich veilig voelde in de Verenigde Staten waar ze het Amerikaanse staatsburgerschap verwierf. Is het dan empathie dat kan leiden tot liefde voor de wereld? Dat is geen garantie, aldus Venmans, omdat empathie ook kan leiden tot het slechte. Ook gevoelens zoals verdriet, verontwaardiging, diepe ellende kunnen helpen tot amor mundi, maar ook leiden tot louter en vruchteloos sentimentalisme.
Toch staat Venmans stil bij het gevoel verontwaardiging zoals gepropageerd door de Franse schrijver Stéphane Hessel. Dat is een soort woede die men voelt ‘omdat je geconfronteerd wordt met een aantasting van iets van wat je op de een of andere manier heilig is’. Dit gevoel kan de aanzet zijn om de wereld te veranderen en op die manier een aanzet tot amor mundi, aldus de auteur. Maar verontwaardiging kan ook uitdoven. Daarom moet ook ‘oordelen’ aanwezig zijn, namelijk ‘je houding bepalen tegenover iets in de wereld en daar dan ook achter gaan staan’. Venmans staat ook stil bij de visie van de Joods Duits-Amerikaanse filosoof Hans Jonas die vooral nadacht over de verantwoordelijkheid voor mens, dier en natuur. Hij komt op voor het ecologische en voor de belangen van onze nakomelingen, dus ook voor mensen die na ons komen en die we nooit zullen kennen. We moeten ons gedrag veranderen al hebben we daar zelf geen baat bij, maar dat ten bate komt van de wereld. In elk geval maakt Venmans met zijn boek duidelijk dat het leven meer is dan amor sui.
De lezer begrijpt intussen dat amor mundi een hoogstaand ideaal is. Het leven draait finaal niet over het eigen ik, hoezeer de mens in het aanschijn van de dood er ook alleen voor staat. Wat wel blijft en belangrijk is, is het voortbestaan van de wereld, de mensheid, de fauna en flora. Want ons bestaan is al bij al maar kort en vergankelijk, en is, in het licht van de hele geschiedenis, nauwelijks van enige betekenis. Essentiëler is het voortbestaan van de wereld en de natuur voor wie na ons komt om ervan te genieten tijdens zijn of haar leven. Vandaar dat het hoofdstuk over ‘De nieuwkomers’ dat vooral handelt over onze kinderen, maar ook over andere nieuwkomers zoals migranten en vluchtelingen, belangrijk is voor de zoektocht naar amor mundi. Daarbij komt Venmans tot de ‘ontvankelijkheid voor het ongevraagde’ waarbij je oog hebt voor het nieuwe en het onverwachte.
Een finaal antwoord hoe je tot amor mundi komt, geeft de auteur niet. Maar zijn diverse essays maken wel duidelijk welke zaken dat belemmeren en welke ertoe bijdragen. In elk geval is dit boek een toegankelijk filosofisch werk dat ons heel wat nieuwe inzichten geeft in een belangrijk thema, namelijk over de manier waarop we als mensen in staat zijn onze morele kring en gevoeligheid verder uit te breiden.
Recensie door Dirk Verhofstadt
Peter Venmans, Amor Mundi, Atlas/Contact, 2016


