Verlinden ziet het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere vrouw als bijzaak – Heleen Debruyne

Verlinden ziet het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere vrouw als bijzaak – Heleen Debruyne

Een zwangere vrouw die bij een abortuskliniek komt, weet doorgaans wat ze wil. Ze wil niet meer zwanger zijn. Dat is geen radicaal-feministisch waanidee. Het blijkt uit het vele wetenschappelijke onderzoek, rigoureus doorploegd door het onafhankelijke wetenschappelijk comité dat in 2023 een aanbeveling rond de abortuswet schreef.

In ons land moet die zwangere vrouw na de eerste consultatie weer naar huis. Nog zes dagen wachten, voor ze wordt behandeld. Zich elke dag weer een beetje meer zwanger voelen. Ik hoor het van iedereen die deze wachttijd heeft moeten doormaken: het is zenuwslopend, vernederend en praktisch onhandig.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), ook al geen radicaal-feministische organisatie, stelt hierover: “Verplichte wachttijden kunnen tot gevolg hebben dat de zorg wordt uitgesteld, wat het vermogen van vrouwen om toegang te krijgen tot veilige, legale abortusdiensten in gevaar kan brengen en vrouwen vernedert in hun hoedanigheid van competente beslissers. (...) Staten moeten overwegen wachttijden die niet medisch vereist zijn, te elimineren en de diensten uit te breiden om alle in aanmerking komende vrouwen snel te kunnen helpen.”

Het VN-Comité voor economische, sociale en culturele rechten stelt voor dat “staten maatregelen die leiden tot belemmeringen voor goederen en diensten op het vlak van seksuele en reproductieve gezondheid, moeten opheffen en niet mogen invoeren”.

Tijdens een eerste consultatie hoort een arts de zwangere vrouw in te lichten over de aard en de eventuele risico’s van een procedure. Deze informatie volstaat voor een competente volwassene ruimschoots om te beslissen of zij al dan niet doorgaat met de procedure. De weinigen die nog twijfelen, kunnen en mogen dat ook. Het comité raadde in 2023 dan ook aan om de wachttijd af te schaffen.

Maar volgens minister Verlinden (CD&V) zijn zwangere vrouwen geen competente volwassenen. Verlinden heeft een wetsvoorstel klaar, waarin ze de termijn van 12 naar 14 weken optrekt. En de wachttijd wil ze terugschroeven naar twee dagen. Te nemen of te laten. De minister wil hierover immers geen ‘tapijtenmarkt’ - ik leen even haar eigenaardige oriëntalistische metafoor - organiseren. Ironisch genoeg leest het voorstel alsof de minister zelf naar zo’n markt trok, en is teruggekomen met precies hetzelfde tapijt dat we al hadden.

Verlinden zegt de rechten van het ‘ongeboren kind’ te willen afwegen tegen de rechten van de zwangere vrouw. Op zich al een eigenaardige denkoefening, want het ‘ongeboren kind’ is geen rechtspersoon. En de rechten van de zwangere vrouw zijn ver te zoeken – net zoals in de huidige wetgeving wordt de zwangere vrouw nog steeds als verminderd handelingsonbekwaam gezien. Waarom? Omdat ze een ‘ongeboren kind’, dat de jure nog niet bestaat, in zich draagt. Twee of zes dagen wachten, maakt daarbij geen verschil. De overheid blijft zwangeren behandelen, tegen alle adviezen van internationale organisaties in, als incompetente personen.

Ook het idee om de termijn slechts twee weken op te trekken is zinloos. De minister zegt zelf dat er aanwijzingen zijn dat er op 15 weken al sprake is van pijn bij de vrucht. Wie dat gelooft, verwijs ik graag door naar het uitstekende rapport van het wetenschappelijk comité, gratis online te lezen. Die vermeende pijnperceptie schuift de minister dan wel weer terzijde als het gaat om een zwangerschap na verkrachting, dan mag de vrucht wél tot 18 weken worden afgedreven. Vermeende pijn of niet.

Om zuiver praktische redenen zou een grens van 14 weken nog te begrijpen zijn, vanaf dan verandert de medische procedure. Dat zou een aanpassing vergen van de abortuscentra. Maar de centra in ons land zijn zélf vragende partij om de termijn op te trekken naar 22 weken, zoals in Nederland. Zij noemen de termijn verlengen met twee weken ‘een maat voor niets’.

Inderdaad, minister Verlinden had zich de moeite kunnen besparen. Dit voorstel weegt nog steeds te zwaar door richting ‘het ongeboren kind’, en blijft het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere vrouw zien als bijzaak.

 

Heleen Debruyne

De auteur studeerde geschiedenis, maakt radio en schrijft. Dit opiniestuk verscheen eerst in De Morgen van 8 juni 2026

Print Friendly and PDF
Rechtsextremisme aan de kaak stellen of doodzwijgen? – Enno Nuy

Rechtsextremisme aan de kaak stellen of doodzwijgen? – Enno Nuy