De liberale uitdaging van de eenentwintigste eeuw – Ivan Vandermeersch
De liberale traditie vertrekt vanuit een eenvoudig maar krachtig uitgangspunt: mensen zijn geen objecten die bestuurd moeten worden, maar burgers die in staat zijn hun eigen leven vorm te geven. Vrijheid is daarom geen gunst die door de overheid wordt verleend. Zij behoort tot de fundamentele rechten van ieder individu en wordt beschermd door de democratische rechtsstaat, de grondrechten en de Europese traditie van mensenrechten die na de donkere ervaringen van de twintigste eeuw werden aanvaard. Die rechten beschermen burgers tegen willekeur en machtsmisbruik en vormen het fundament van een vrije samenleving.
Maar vrijheid kan niet los worden gezien van verantwoordelijkheid. Wie vrijheid opeist, moet ook verantwoordelijkheid opnemen voor zijn keuzes en voor de gevolgen van zijn handelen. Vrijheid wordt duurzaam door verantwoordelijkheid: tegenover zichzelf, tegenover de medemens, tegenover de samenleving die onze vrijheid mogelijk maakt en tegenover de wereld die wij doorgeven aan toekomstige generaties. Dat is de kern van verantwoordelijk individualisme.
Verantwoordelijk individualisme
Verantwoordelijk individualisme vertrekt vanuit vertrouwen in de mens. Niet vanuit de overtuiging dat mensen perfect zijn, maar vanuit het geloof dat zij kunnen groeien, leren en verantwoordelijkheid dragen. Die groei gebeurt bovendien zelden alleen. Mensen ontwikkelen verantwoordelijkheid in relatie tot anderen: binnen gezinnen, vriendschappen, scholen, verenigingen en gemeenschappen. Vrijheid is persoonlijk, maar zij krijgt pas betekenis in verbondenheid met anderen. Het vertrekt evenmin van de veronderstelling dat mensen gelijk zijn. Mensen verschillen. Zij beschikken over uiteenlopende talenten, overtuigingen, mogelijkheden en levensverhalen. Wat hen verbindt, is hun gelijkwaardigheid. Iedere mens bezit dezelfde menselijke waardigheid en dezelfde aanspraak op vrijheid en fundamentele rechten.
Een vrije samenleving respecteert daarom verschillen zonder afbreuk te doen aan die fundamentele gelijkwaardigheid. Zij erkent dat mensen verschillende keuzes maken en verschillende levenswegen volgen, maar weigert om sommige mensen meer waard te achten dan andere. Juist daarom verdient ieder individu de kans om zijn eigen leven vorm te geven en zijn eigen potentieel te ontwikkelen.
Een vrije samenleving kan slechts bestaan wanneer burgers niet enkel rechten hebben, maar ook het vermogen ontwikkelen om die rechten op een verantwoorde manier uit te oefenen. Daarom is onderwijs meer dan kennisoverdracht. Het moet mensen leren denken, argumenteren, twijfelen en onderscheiden. Kritisch denken is geen bijkomstigheid van vrijheid; het is één van haar voorwaarden. Vrijheid vraagt de moed om zelf te denken. Zodra mensen hun oordeel uitbesteden aan groepen, autoriteiten of systemen, wordt vrijheid kwetsbaar. Conformisme is comfortabel, maar een vrije samenleving kan er niet op gebouwd worden.
Samenlevingen worden kwetsbaar wanneer burgers hun oordeel uit handen geven. Een democratie heeft daarom behoefte aan mensen die zelfstandig denken, vragen durven stellen en verantwoordelijkheid opnemen voor hun overtuigingen. Vaak leren wij meer van een andersdenkende dan van een gelijkgezinde. Het open debat scherpt ons inzicht en vormt een noodzakelijke oefening in vrijheid, verantwoordelijkheid en wederzijds respect. Precies daarom volstaat het niet om te kiezen tussen een sterke staat en een kleine staat. De echte vraag luidt: welke overheid past bij vrije en verantwoordelijke burgers? Het antwoord ligt volgens mij in wat men een bijsturende staat zou kunnen noemen.
Bijsturende staat
Een bijsturende staat beschouwt burgers niet als passieve ontvangers van beleid, maar als actieve deelnemers aan de samenleving. Haar opdracht bestaat er niet in om mensen voortdurend te sturen, maar om de voorwaarden te creëren waarin vrijheid, verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid kunnen groeien. De kracht van een vrije samenleving ligt niet uitsluitend bij de overheid. Zij ligt evenzeer bij burgers, gezinnen, verenigingen, ondernemingen en lokale gemeenschappen. Zelfbeschikking, ondernemerschap, creativiteit en maatschappelijke betrokkenheid kunnen slechts bloeien wanneer mensen de ruimte krijgen om initiatief te nemen en verantwoordelijkheid op te nemen.
Daarom wordt de kwaliteit van een bijsturende staat niet gemeten aan haar omvang, maar aan haar vermogen om die ruimte te beschermen en te versterken. Het middenveld, het verenigingsleven en ondernemingen vormen geen aanvulling op een vrije samenleving, maar behoren tot haar fundamenten. Een bijsturende staat erkent die realiteit en vermijdt verantwoordelijkheden naar zich toe te trekken die beter door burgers en hun samenwerkingsverbanden worden opgenomen. Zij investeert in onderwijs, rechtszekerheid, veiligheid en gelijke kansen. Zij beschermt fundamentele rechten en corrigeert waar nodig maatschappelijke ontsporingen. Maar zij doet dit zonder de plaats van het individu in te nemen.
Daar ligt ook haar grens. De bijsturende staat mag voorwaarden creëren, maar geen levenskeuzes overnemen. Zij mag emanciperen, maar niet infantiliseren. Zij mag informeren, maar niet manipuleren. Zij mag rechten beschermen, maar geen voorkeuren opleggen. Haar legitimiteit eindigt waar zij de verantwoordelijkheid overneemt die burgers zelf behoren te dragen. Dat onderscheid is belangrijk. Een samenleving wordt niet sterker wanneer steeds meer beslissingen worden overgenomen door experts, procedures, algoritmen of overheidsstructuren. Zij wordt sterker wanneer burgers zelf sterker worden.
Dat geldt voor onderwijs, voor technologie, voor welzijn, voor economie en voor burgerschap. In elk van die domeinen moet de vraag worden gesteld of beleid mensen afhankelijker maakt of juist hun autonomie versterkt. De maatstaf voor goed beleid is niet hoeveel het regelt, maar hoeveel het mensen in staat stelt verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen leven en voor de samenleving waarvan zij deel uitmaken.
De liberale uitdaging van de eenentwintigste eeuw bestaat er niet in om te kiezen tussen paternalisme en laissez-faire. Zij bestaat erin een samenleving te bouwen waarin mensen voldoende vrijheid krijgen om hun eigen leven vorm te geven, en voldoende vorming, kansen en verantwoordelijkheid om dat ook daadwerkelijk te kunnen doen. Vrijheid, verantwoordelijkheid en gelijkwaardigheid vormen daarbij geen tegenstellingen. Zij versterken elkaar. Vrije mensen erkennen de gelijkwaardigheid van anderen. Gelijkwaardige mensen nemen verantwoordelijkheid op voor elkaar en voor de samenleving waarvan zij deel uitmaken. En precies daardoor wordt vrijheid duurzaam.
Dat is de ambitie van verantwoordelijk individualisme. En dat is de opdracht van de bijsturende staat. Vrije samenlevingen ontstaan niet vanzelf. Zij worden opgebouwd door burgers die bereid zijn verantwoordelijkheid op te nemen, initiatief te tonen en hun vrijheid actief vorm te geven. De toekomst overkomt ons niet. Wij maken haar samen: stap voor stap.
Ivan Vandermeersch
De auteur is Ere-Secretaris-Generaal BAM


