Een postliberaal Europa? – Zaki Laïdi
Slechts enkele weken nadat de extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD) bij de deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt het grootste aantal stemmen behaalde, bevestigen de verkiezingsuitslagen in Mecklenburg-Vorpommern dat Duitsland in dezelfde cyclus van hyperpolitieke polarisatie is beland die in een groot deel van Europa al zichtbaar is.
Als deze trend zich in 2027, wanneer Frankrijk, Italië, Griekenland en Polen parlementsverkiezingen houden, verder versterkt, zou Europa wel eens in een postliberaal tijdperk terecht kunnen komen waarin de volkssoevereiniteit geen grenzen kent.
Tot de vele factoren die Europa in de richting van een postliberale politiek duwen, behoren de deïndustrialisering, de hoge kosten van levensonderhoud (verergerd door herhaaldelijke pieken in de energieprijzen) en het ‘Trump-effect’, dat illiberale navolgers ver buiten de Verenigde Staten heeft aangemoedigd. Maar veruit de krachtigste factor is migratie, die een aanzienlijk gewicht in het Europese politieke leven heeft gehad sinds het besluit van de toenmalige Duitse bondskanselier Angela Merkel in 2015 om een miljoen vluchtelingen op te vangen die op de vlucht waren voor onrust in het Midden-Oosten en elders.
In de afgelopen elf jaar zijn de Europese landen erin geslaagd de migratiestromen aanzienlijk in te dammen door middel van strengere grenscontroles, overeenkomsten met herkomst- en doorreislanden, en strengere asiel- en toelatingsvoorwaarden. Maar Europa blijft in de greep van de migratiedebat, zoals we deze zomer zagen toen meer dan 70.000 migranten plotseling de grens tussen Marokko en de Spaanse exclave Ceuta overstaken. Uit angst voor een toestroom van migranten sloot Italië Spanje onmiddellijk uit van de visumvrije Schengenzone en overwogen andere landen hetzelfde te doen, hoewel er geen enkele migrant de Straat van Gibraltar was overgestoken.
Het is algemeen bekend dat de angst voor migranten niet direct samenhangt met de aanwezigheid van buitenlanders op het grondgebied van een land. De Duitse deelstaten waar de AfD floreert, zijn juist die waar het aandeel buitenlanders in de bevolking het laagst is – in het geval van Saksen-Anhalt is dat de helft van het landelijk gemiddelde. Net als andere maatschappelijke angsten houden door migratie aangewakkerde paniekgevoelens niet noodzakelijkerwijs verband met objectieve risicobeoordelingen. Volgens een recent rapport van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken is de angst voor inbraak het grootst waar het werkelijke risico het laagst is.
Angsten op basis van identiteit weerspiegelen altijd een complexe mix van factoren, die doorgaans verband houden met een gevoel van sociale, culturele of etnische achteruitgang, versterkt door een verruiming van de categorie “migrant“. In sommige kringen heeft de term niet langer alleen betrekking op illegale/ongedocumenteerde migranten of asielzoekers, maar in toenemende mate ook op genaturaliseerde burgers of mensen met in het buitenland geboren ouders. Wanneer er rellen uitbreken, hebben populisten en postliberalen de neiging om migranten de schuld te geven, ook al zijn de meeste deelnemers Europese burgers.
De angst voor migratie heeft degenen in de kaart gespeeld die strengere controle over buitenlandse of van buitenlandse afkomst zijnde bevolkingsgroepen beloven, en dit heeft de deur geopend voor het postliberalisme. Marine Le Pen van de extreemrechtse Rassemblement National wil bijvoorbeeld dat Franse burgers voorrang krijgen boven anderen bij de toewijzing van sociale woningen, ook al verbiedt de Franse grondwet momenteel discriminatie op basis van afkomst of nationaliteit bij de toegang tot sociale voorzieningen. Door legaal verblijvende buitenlanders uit te sluiten van uitkeringen waarvoor zij in aanmerking komen, zouden zij weinig andere keuze hebben dan terugkeer naar hun land van herkomst, waardoor de kwestie verschuift van immigratiecontrole naar het door extreemrechts geprefereerde beleid: remigratie.
Evenzo wil het Rassemblement National, hoewel het dragen van een hoofddoek op Franse scholen al verboden is in naam van het secularisme (dat vereist dat de staat neutraal blijft ten opzichte van alle religies), dit in alle openbare ruimtes verbieden. De Franse wet zou een dergelijk beleid niet toestaan, dus wil het Rassemblement National een volksreferendum over deze kwestie. Maar dit voorstel stuit op een ander probleem: het organiseren van een referendum over de sluier zou een wijziging van artikel 11 van de Grondwet vereisen, dat aangelegenheden op het gebied van levensstijl of zeden uitsluit. De oplossing van het Rassemblement National is om het toepassingsgebied van referenda uit te breiden tot alle onderwerpen, met het argument dat geen enkel rechtsbeginsel de uitoefening van de volkssoevereiniteit in de weg mag staan.
Met andere woorden: zelfs als de Constitutionele Raad zou oordelen dat een verbod op de sluier in openbare ruimten ongrondwettelijk is, zou een volksreferendum het mogelijk maken om het verzet van de Raad terzijde te schuiven. Juist op zulke momenten – wanneer ‘het volk’ overal het laatste woord heeft en niets, ook de rechtsstaat niet, het in de weg kan staan – verandert een liberaal systeem in een postliberaal systeem. Een liberale staat berust op het idee dat bepaalde beginselen zelfs tegen de volkssoevereiniteit zelf afdwingbaar zijn, dat de wil van het volk in evenwicht moet worden gehouden; anders zouden vijandige meerderheden de individuele rechten en de rechten van minderheden met voeten kunnen treden.
Als volkssoevereiniteit boven alles gaat, wordt alles toegestaan. Uit een recente peiling blijkt bijvoorbeeld dat een meerderheid van de Franse kiezers voorstander is van het herinvoeren van de doodstraf voor moordenaars van kinderen.
Debatten over de grenzen van de volkssoevereiniteit en andere grondbeginselen van het liberalisme zijn nu van het grootste belang, en Frankrijk is zeker niet het enige land dat hiermee worstelt. In Italië heeft premier Giorgia Meloni de rechterlijke macht al aangevallen omdat deze de pogingen van haar regering om buitenlanders naar derde landen te deporteren, blokkeert.
De komende verkiezingscyclus in Europa zou ons kunnen leren of kiezers nog steeds accepteren dat er grenzen moeten worden gesteld aan de volkssoevereiniteit. Het verwerpen van dat principe betekent dat de verschuiving van een liberale naar een postliberale samenleving wordt verwelkomd. Mocht dat gebeuren, dan zou er in Europa een hysterie à la Trump kunnen ontbranden, die hier evenveel schade zou aanrichten als zij al in de VS heeft aangericht.
Zaki Laïdi
De auteur is hoogleraar internationale politiek aan Sciences Po, is voormalig speciaal adviseur van de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie (2020-24) en auteur van het binnenkort te verschijnen boek A Post-Liberal World.
Copyright: Project Syndicate, 2026 www.project-syndicate.org


