Teksten

The Common Good Economy – Mariana Mazzucato

The Common Good Economy – Mariana Mazzucato

België en Vlaanderen produceren beleidsnota’s aan de lopende band, maar missen de samenhang en daadkracht om ze waar te maken. Dat ligt niet alleen aan een versnipperde staatsstructuur, maar evenzeer aan populisme, kortetermijndenken en een politieke cultuur die snelle ad hoc zichtbaarheid boven consistent beleid plaatst — een dynamiek die door sociale media nog wordt versterkt.

De energietransitie, de woningmarkt en de industriële vernieuwing botsen telkens op dezelfde muur: traagheid, versnippering en compromissen waarin de oorspronkelijke ambitie al is verdampt voor ze het terrein bereikt. Het resultaat? Een land dat wel beweegt, maar zelden vooruitgaat. In The Common Good Economy legt de Italiaans‑Britse econome Mariana Mazzucato de vinger op die zere plek. Ze reikt een kompas aan om weer scherp te kiezen, te sturen en maatschappelijke meerwaarde af te dwingen.

De ondernemende overheid

Mazzucato’s denken is geen plotse ommezwaai, maar een traject van meer dan tien jaar.

In The Entrepreneurial State (2013) ontmantelde ze de mythe dat innovatie louter het werk is van private visionairs. Ze toonde hoe overheden via langetermijnonderzoek, risicokapitaal en aanbestedingen markten creëren en richting geven — van het internet en GPS tot de technologie achter de iPhone. De staat neemt het strategische risico dat de markt schuwt, terwijl de opbrengsten vaak privaat blijven.

In The Value of Everything (2018) stelde ze de vraag wat waarde eigenlijk is. Te vaak wordt waarde verward met prijs, en financiële extractie verkocht als waardecreatie. Mazzucato pleit voor een waardetheorie die publieke waarde centraal stelt: waarde die collectief wordt gecreëerd door overheid, bedrijven en burgers.

Met Mission Economy (2021) maakte ze die ideeën operationeel. Overheden moeten gerichte, meetbare maatschappelijke missies formuleren — zoals klimaatneutraliteit, gezondheid en duurzame mobiliteit — en daar publieke en private actoren rond bundelen. Missies zijn geen slogans, maar contracten met harde verplichtingen.

In The Big Con (2023) waarschuwt ze dat die ondernemende staat onmogelijk wordt wanneer overheden hun kernexpertise massaal uitbesteden aan consultants. Die afhankelijkheid holt interne capaciteit uit en verzwakt de onderhandelingspositie tegenover marktpartijen. België, met zijn uitdijende consultancybudgetten, is een schoolvoorbeeld van dat risico.

The Common Good Economy bundelt dat alles tot één kader: een economie die het common good expliciet centraal zet.

De werkelijke betekenis van common good

Voor Mazzucato is het common good geen verheven ideaal maar een bestuurbaar principe: een samenleving kiest bewust welke voorwaarden mensen nodig hebben om te floreren, en organiseert haar economie rond die gedeelde doelstelling.  Het common good is voor Mazzucato een kader om de economie te sturen en vorm te geven richting collectieve doelen, niet om enkel marktfalen te corrigeren.

Het common good omvat daarbij zowel materiële voorwaarden (gezondheid, onderwijs, mobiliteit, huisvesting), sociale voorwaarden (vertrouwen, cohesie, gedeelde infrastructuur), democratische voorwaarden (participatie, verantwoording, publieke macht) als culturele voorwaarden (creativiteit, verbeelding, betekenisgeving). Het creatieve is dus geen apart domein, maar een integraal onderdeel van een bredere set capabilities (vermogens) die menselijk floreren mogelijk maken.

Dat idee van ‘common good’ staat in een lange traditie. Aristoteles zag het hoogste politieke doel in het gemeenschappelijke handelen van de polis: de gemeenschap waarin mensen samen handelen, debatteren en verantwoordelijkheid dragen. De Indische econoom en Nodelprijswinnnaar Amartya Sen vertaalde dat naar de moderne tijd met zijn capabilities‑benadering, waarin echte vrijheid bestaat uit de reële mogelijkheden om een waardevol leven te leiden. Gezondheid, onderwijs, mobiliteit, een politieke stem en sociale inbedding zijn substantiële voorwaarden om te kunnen kiezen en handelen. Zonder die capabilities blijft het common good een lege formule.

De Amerikaanse filosoof Michael Sandel benadrukt dat het common good ontstaat wanneer burgers samen redeneren over wat een goed leven inhoudt en de civiele deugden cultiveren die dat mogelijk maken.  Ook de katholieke sociale leer biedt een parallelle taal van solidariteit, subsidiariteit en zorg voor het gemeenschappelijke huis — een traditie die Mazzucato expliciet omarmt omdat ze economische structuren beoordeelt op hun bijdrage aan menselijke waardigheid en publieke waarde.

Cruciaal is dat Mazzucato het common good niet reduceert tot materiële voorwaarden. Kunst, cultuur en creatieve infrastructuur zijn strategische publieke goederen: ze vergroten de capabilities van burgers, versterken democratische verbeelding en creëren gedeelde betekenis. Maar ze maken deel uit van een bredere architectuur van publieke waarde die zowel economisch, sociaal als democratisch is.

Het kompas voor de Common Good‑economie

Om dat abstracte ideaal bestuurbaar te maken, introduceert Mazzucato het common good‑kompas: vijf principes die bepalen of beleid werkelijk in dienst staat van het algemeen belang. In België en Vlaanderen snijden die principes diep.

Richting. Transities vragen keuzes, geen optelsom van losse maatregelen. In België betekent dat expliciet maken welke industrie strategisch is — de kernbeslissing waaruit andere keuzes, zoals netaansluitingen, logisch voortvloeien — en welke voorwaarden gelden voor publieke steun. De terugvloeiing van steun is daarbij minder een kwestie van richting dan van gedeelde opbrengsten.

Cocreatie. Participatie is hier vaak een ritueel, maar cocreatie betekent dat stakeholders mede‑eigenaar worden van de uitkomst. Op de woningmarkt zou dat leiden tot afspraken over betaalbaarheid, sociale mix en publieke meerwaarde, gekoppeld aan vergunningen en subsidies.

Collectief leren. België investeert fors in onderzoek, maar de spill‑overs blijven beperkt. In waterstof, batterijen en circulaire chemie vloeit publieke steun te vaak naar gesloten consortia. Het kompas vraagt open innovatieplatformen, gedeelde testinfrastructuur en contractuele verplichtingen tot kennisdeling. Maar gesloten consortia kunnen soms noodzakelijk zijn: niet elk bedrijf engageert zich wanneer volledige openheid verplicht is. Openheid is het doel, maar selectieve geslotenheid kan een voorwaarde zijn om private actoren aan boord te krijgen.

Gedeelde opbrengsten. Wie publieke risico’s draagt, moet publieke dividenden krijgen. Vandaag leiden subsidies en infrastructuurinvesteringen te vaak tot private meerwaarden zonder wederkerigheid. Predistributie betekent royalties, aandelenparticipaties of verplichte investeringen in opleidingen en ecosystemen.

Radicale transparantie. Transparantie is geen administratieve last, maar een democratische voorwaarde. Wie steun ontvangt, onder welke voorwaarden en met welke resultaten, moet openbaar zijn — inclusief mislukkingen.

Die principes worden pas echt spannend wanneer je ze toepast op actuele crises. In de energietransitie betekent richting duidelijke keuzes over netten, aansluitingen en voorwaarden voor steun. Op de woningmarkt betekent cocreatie dat subsidies niet langer leiden tot private meerwaarden op grond. In het industriebeleid betekent kennisdeling dat steun geen blanco cheque is, maar een instrument om strategische autonomie en lokale werkgelegenheid te verankeren.

Ook cultuur past perfect in dit kompas. Richting betekent dat cultuur wordt gezien als strategische infrastructuur voor democratische weerbaarheid. Cocreatie betekent samenwerking tussen culturele instellingen, scholen en lokale besturen. Gedeelde opbrengsten betekenen dat investeringen in cultuur worden terugverdiend via sterkere sociale cohesie, betere onderwijsresultaten en een rijkere publieke sfeer.

Bijzonder treffend is Mazzucato’s nadruk op gedeelde plekken: bibliotheken, zwembaden, sportvelden, parken en pleinen. Die fysieke ruimtes zijn infrastructuur voor menselijk floreren en sociale cohesie — geen luxe, maar voorwaarden voor collectieve actie.

De stresstest voor het beleid

Voor België en Vlaanderen is Mazzucato’s boek geen spiegel maar een stresstest — en we zakken voor het examen. We hebben ambities, maar geen instellingen die ze kunnen dragen. We hebben middelen, maar geen voorwaarden die publieke waarde garanderen. We hebben plannen, maar geen politieke cultuur die keuzes lang genoeg volhoudt om ze werkelijkheid te maken.

De energietransitie toont dat pijnlijk aan. Iedereen onderschrijft elektrificatie, sterkere netten en strategische autonomie, maar zodra kosten en baten verdeeld moeten worden, valt het land terug in oude reflexen: bevoegdheidsdiscussies, belangenstrijd, uitstelgedrag. Publieke middelen staan tegenover private meerwaarden, en de overheid durft te weinig te eisen in ruil voor steun.

De woningmarkt is een tweede testcase. Vlaanderen investeert miljarden in renovatie, garanties en fiscale stimuli, maar zonder cocreatie en voorwaarden vloeien die middelen weg in hogere grondprijzen en private meerwaarden. Het resultaat is een wooncrisis die niet wordt opgelost, maar gevoed.

In het industriebeleid herhaalt het patroon zich. Steun voor waterstof, batterijen of circulaire chemie wordt te vaak gezien als een manier om investeringen aan te trekken, niet om strategische autonomie, lokale werkgelegenheid en technologische spill‑overs te verankeren. Zonder kennisdeling, transparantie en gedeelde opbrengsten blijft industriebeleid een subsidiecarrousel.

Critici waarschuwen terecht voor risico’s van de common good‑aanpak. Geen enkele overheid kan alle verspreide kennis in een economie overzien; politieke cycli kunnen langetermijnmissies ondermijnen; en sterke bedrijven kunnen beleid naar hun hand zetten. Maar de kost van inertie is aanzienlijk groter dan die risico’s samen. Half werk vertraagt netinvesteringen, duwt woonprijzen verder omhoog, verzwakt onze industriële autonomie en leidt tot een overheid die steeds meer betaalt voor steeds minder resultaat. Niet beslissen is in België geen neutrale keuze, maar een peperdure.

België heeft geen tekort aan ambities. Het heeft een tekort aan ruggengraat. Een tekort aan instellingen die keuzes lang genoeg volhouden om ze werkelijkheid te maken. Een tekort aan politieke wil om future‑proof te handelen, voorwaarden te stellen en bij te sturen wanneer beloften niet worden nagekomen. Het algemeen belang ontstaat niet vanzelf uit de markt, en evenmin uit een overheid zonder richting. Het moet worden georganiseerd – met kennis, voorwaarden, transparantie en vooral de moed om missiegericht te kiezen.

Mazzucato’s boek is geen blauwdruk, maar een scherpe uitnodiging om die missiegedreven verantwoordelijkheid eindelijk te nemen – voordat de volgende ronde van plannen opnieuw verzandt in goede bedoelingen zonder resultaat.

 

Recensie door Dirk Diels

De auteur is redacteur bij het nieuwsplatform Flows en voormalig directeur Ondernemen en innovatie, stad Antwerpen

Mariana Mazzucato, The Common Good Economy,, Penguin, 2026

Print Friendly and PDF
Het EU-klimaatbeleid blijft een sisser op een hete plaat – Miguel Chevalier

Het EU-klimaatbeleid blijft een sisser op een hete plaat – Miguel Chevalier