Het democratisch tekort - Claude Lefort
Dat extreemrechtse en populistische partijen de democratie zwaar onder druk zetten is een understatement. Opeenvolgende verkiezingen in Europa en elders in de wereld brengen leiders voor met illiberale en autocratische doelstellingen. En autocraten hebben maar één doel: politieke tegenstanders proberen uit te schakelen en zo aan de macht te blijven. Dat zien we bijvoorbeeld in Turkije waar vorig jaar de populaire burgemeester van Istaboel, Ekrem Imamoglu, plots werd opgepakt en in de gevangenis gegooid zonder duidelijke redenen. Ook vijftien andere burgemeesters, die oppositie voerden tegen de Turkse leider Recep Tayyip Erdoğan, werden in het voorbije jaar opgepakt. Van een democratie is daar al lang geen sprake meer. En hetzelfde gebeurt in Hongarije. De geschiedenis heeft aangesoond tot welke drama’s dat kan leiden. Daarom moeten we de democratie opnieuw duidelijk definiëren en verdedigen.
In zijn boek Het democratisch tekort toonde de Franse filosoof Claude Lefort zich een hartstochtelijk voorstander van de democratie. Lefort was eerst een trotskist die zich in 1957 afkeerde van het marxisme. Vanaf dan uitte hij - tegen de tijdsgeest in Frankrijk die werd gedomineerd door Sartre en Merleau-Ponty in - felle kritiek op het totalitair karakter van de Oostblok-landen. Zijn onderzoek naar de wortels van het totalitarisme leidde hem naar een liefde voor de democratie. “De democratie is de enige samenlevingsvorm die het onophefbare sociale conflict dat aan de basis van elke maatschappij ligt, erkent. Meer nog, ze leeft van dat conflict. Het is haar bron van energie en vernieuwing. De conflictualiteit kan in een democratie noch worden opgeheven, noch te boven gekomen,” aldus Lefort.
Hij wees erop dat een verkiezing wel een belangrijke graadmeter is maar dat het democratisch proces onmiddellijk nadien doorgaat. “De verwijzing naar de wil van het volk (bij een verkiezing, nvdv) kan dus nog alleen dienen als een verplicht referentiepunt in een nooit eindigende discussie die haar definitieve bepaling onmogelijk maakt.” Hierdoor ligt de ‘last van de democratie’ niet zozeer bij de burgers die eens om de vier, vijf of zes jaar mogen stemmen maar wel bij de politici. Zij moeten voortdurend in discussie gaan en hun meningen confronteren met anderen. Hiermee kant Lefort zich tegen al wie het conflict wil smoren in een kleurloos compromis en de politieke debatten wil verengen tot een simpel ja of neen ten opzichte van de door de regering voorgekauwde teksten.
Deze opvatting over democratie staat haaks op het conservatisme en het belang dat conservatieven hechten aan waarden, tradities en ‘zekerheid’. Voor Claude Lefort is democratie juist een aanvaarding van onzekerheid en ambiguïteit. De definitieve oplossing en ideale samenleving bestaat niet. We zijn gedwongen om die steeds weer in vraag te stellen. Dat geldt zowel voor gewoontes en tradities als voor nieuwe trends en rationele evidenties. Die redenering is gewoon revolutionair. Ze houdt in dat geen enkele samenleving ooit de perfectie zal bereiken, dat geen enkele ideologie ooit de eindoverwinning zal behalen (iets wat Fukuyama nochtans beweerde in zin boek Het einde van de geschiedenis en van de laatste mens, nvdv). We zullen steeds rekening moeten houden met andere meningen, zelfs als die uitgaat van één enkel individu tegen de rest van de bevolking. Om dan bij een volgende verkiezing vast te stellen wat het draagvlak is van diegenen die bepaalde veranderingen willen doorvoeren of bestaande toestanden willen behouden.
Deze visie sluit mijn inziens perfect aan bij het liberalisme en de voortdurende strijd voor de vrijheid van het individu. Meer nog, het sluit aan bij de historische evolutie van de mens van een aan de natuur geketend wezen tot een vrij mens. Met tussendoor allerlei ups en downs, zoals in de 20ste eeuw het communisme, het nazisme en het fascisme die de mens wilden onderwerpen aan bepaalde utopische denkbeelden. Het is hen toen gelukkig niet gelukt, en het liberalisme zette na de Tweede Wereldoorlog taai zijn weg verder. Met horten en stoten. Opgehouden door nationalistische excessen, door ethnische denkbeelden en egoïstische verlangens, door collectivistische ideeën en staatsinterventionisme, door extreem eigenbelang en marktfundamentalisme.
De democratische verdeeldheid en het onophoudelijk gevecht om de ‘lege plaats’ van de macht, die geen enkel individu of groep zich definitief mag toeëigenen, verklaren de totalitaire verleiding. Maar zij geven ook aan wat er op het spel staat als de politieke vrijheid en de mensenrechten in het geding zijn. Verkiezingen zijn enorm belangrijke momenten waarop tussenstanden kenbaar worden. “Bij verkiezingen wordt de samenleving juist geheel ontbonden in een puur numerieke optelsom van de uitgebrachte stemmen van geheel anonieme burgers. Die expressie is de resultante van velerlei overtuigingen en belangen, waarvan iedere stemgerechtigde een eigenzinnige synthese is.” Hiermee beklemtoont Lefort het belang van het individu en diens mening. Individuen die in het politieke debat tussen diverse partijen afwegingen en keuzes moeten maken, voor zichzelf en voor de samenleving.
Het belang van de democratie is in elk geval de onmogelijkheid voor welke partij of persoon ook om definitief de macht te verwerven en zijn ideeën blijvend door te drukken. Dankzij de democratie is in feite elke koerswisseling mogelijk. Geen enkele macht is absoluut en steeds wordt het beleid getoetst aan het oordeel van de burgers of kiezers. In die zin zijn verkiezingen nog echt ‘feesten’ van de democratie. Waarbij bestaande partijen onverwacht worden afgestraft en nieuwe kandidaten kansen krijgen. Om dan, na enkele jaren tijd, zelf het oordeel van de kiezers te moeten ondergaan.
De ideeën van Lefort leren ons alvast dat liberale partijen niet met gekruiste armen naar verkiezingen mogen gaan. Hoe goed de resultaten van een beleid ook mag geweest zijn, de kiezers zullen opnieuw kiezen in functie van nieuwe beloftes en vooruitzichten. Aan die vooruitzichten moeten liberalen voortdurend werken. Vooruitzichten die de kiezers niet alleen overtuigen dat bepaalde veranderingen noodzakelijk zijn, maar tevens dat ze zullen zorgen voor nieuwe zekerheden. Want de mens is in feite een traditioneel wezen die zich goed voelt in bestaande, onveranderlijke structuren, die hem zekerheid en onafhankelijkheid verzekeren.
Claude Lefort ijverde voortdurend voor een botsing van ideeën. Niet om stokken in de wielen te steken van een bestuurlijk apparaat, maar om de vrije meningsuiting alle kansen te geven in de vormgeving van onze samenleving. Het lijkt allemaal wat theoretisch maar dat is het niet. Elke politicus die een standpunt inneemt moet rekening houden met een kritische evaluatie en tegenspraak. Dergelijke kritiek kan en zal de liberale democratie niet verzwakken, maar juist versterken.
Recensie door Dirk Verhofstadt
Claude Lefort, Het democratisch tekort, Boom, 1992


