Appeasement is terug - Jurgen Geevels
Maximus moet zich toch even verslikt hebben in zijn brokjes. Zijn baasje bleek zich plots verkleed te hebben als Neville Chamberlain.
De recente uitspraken van Bart De Wever over de oorlog in Oekraïne worden door hemzelf verpakt als realpolitik. Europa moet volgens hem onder ogen zien dat Rusland niet zomaar zal verliezen en dat er vroeg of laat een deal zal moeten komen. Zeker nu Amerika de facto geen bondgenoot meer is. Achter dat zogenaamd ‘realisme’ schuilt echter een fundamenteel probleem.
Wie suggereert dat Oekraïne zich moet neerleggen bij territoriumverlies, zegt in de praktijk dat grenzen in Europa en daarbuiten opnieuw met geweld kunnen worden gewijzigd. Daarmee wordt een basisprincipe van de internationale orde opnieuw ondergraven. Sinds 1945 geldt een eenvoudige regel: landen veroveren geen grondgebied met militaire macht. Dat principe ligt verankerd in het verbod op agressie in het VN-Handvest. Hadden we echt nog een verdere verzwakking van de Verenigde Naties nodig?
Een ‘realistische deal’ die Russische veroveringen legitimeert, begraaft dat principe dus. En daarmee ook een groot stuk van het internationale recht waarop kleinere landen net vertrouwen om zich te beschermen tegen agressie. Je zou hopen dat iedereen in België dat begrijpt.
De inzet van deze oorlog gaat bovendien verder dan territorium. Oekraïne is een democratie die zich verdedigt tegen een dictatoriaal regime. Wanneer democratische landen beginnen suggereren dat zo’n agressie moet worden aanvaard als geopolitieke realiteit, geven ze een gevaarlijk signaal. Niet alleen aan Rusland, maar aan elke leider die bereid is geweld te gebruiken om zijn invloedssfeer uit te breiden.
Europa heeft deze discussie al eens gevoerd. In de jaren dertig geloofde Chamberlain dat toegevingen aan nazi-Duitsland stabiliteit zouden brengen. De geschiedenis leerde het omgekeerde. Wie agressie beloont met territorium, moedigt de volgende stap aan. Het is ook toegeven dat de nieuwe wereldorde met een losgeslagen Amerikaanse president en autoritaire leiders het nieuwe normaal is. Liberale democratie is blijkbaar maar een modeverschijnsel voor Bart De Wever.
Opvallend is ook wie voor deze redenering applaudisseert: Vlaams Belang. Een partij die het al langer heeft voor een samenleving met minder rechten en die al jaren pleit voor een veel zachtere houding tegenover Rusland en minder steun aan Oekraïne. Dat discours verwacht je misschien van beide extremen, maar liefst niet van iemand die zich probeert te profileren als staatsman.
De huidige uitspraken komen niet uit het niets. Het debat rond de bevroren Russische tegoeden in België was al een eerder signaal. Een groot deel van die middelen staat bij Euroclear. Toen het voorstel op tafel lag om die middelen te gebruiken voor Oekraïne, klonk plots vooral voorzichtigheid. Juridische risico’s, financiële stabiliteit, mogelijke repercussies. Allemaal argumenten die misschien relevant zijn, maar die vooral één boodschap uitdroegen: economische belangen wegen zwaarder dan het principe dat agressie een hoge prijs moet hebben.
Dat maakt de symboliek van zijn ‘emotioneel bezoek’ aan Kyiv des te wranger. Daar klonken woorden, inclusief tranen, van solidariteit met Oekraïne en haar bevolking. Maar solidariteit die blijkbaar stopt wanneer een benzinetank vullen iets te duur wordt.
De geloofwaardigheid van het Westen, ook de EU, op het vlak van internationaal recht staat al langer onder druk. Wanneer internationale regels selectief worden toegepast, verliezen ze hun kracht. Het wegkijken bij schendingen van internationaal recht door onder andere Israël heeft die geloofwaardigheid verder aangetast. Autoritaire leiders hoeven dan alleen nog te wijzen op die inconsistentie om hun eigen agressie te rechtvaardigen. Wat natuurlijk nooit een argument is, maar het maakt de wereld dus opnieuw wat onveiliger wanneer liberale democratieën hun moreel kompas selectief raadplegen.
Wie overigens denkt dat toegeven aan agressie stabiliteit zal brengen, vergist zich. Als Europa duidelijk maakt dat geweld uiteindelijk beloond wordt met territoriumwinst of geopolitieke erkenning, leren niet alleen Rusland daaruit. Ook rivalen, tegenstanders en ex-bondgenoten met een ‘FIFA Peace Prize’ kijken mee. Wat doen we wanneer Vladimir Putin zijn plannen verderzet en de Baltische staten viseert, en ons zo meesleurt in een oorlog die we zelf deels hebben gefinancierd met onze gasverslaving?
Realisme begint dus niet met toegeven aan machtspolitiek. Het begint met het besef dat de regels die na de Tweede Wereldoorlog zijn opgebouwd er precies zijn om die machtspolitiek te vermijden. Wie het internationaal recht vandaag ‘realistisch’ wil negeren, moet zich afvragen welke wereld hij morgen helpt creëren. Geschiedenis schrijven kon echt wel op een andere manier, meneer De Wever. Weinig politici willen herinnerd worden als de nieuwe Chamberlain.
Jurgen Geevels
De auteur is bestuurslid van Anders.Gent


