De ontdekking van de vrouw – Alicja Gescinska
“Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met rede en geweten en behoren zich jegens elkaar in een geest van broederschap te gedragen,” zo luidt het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dat werd goedgekeurd in 1948. Het is een gedachte die mee gebaseerd is op de ideeën van de Engelse filosoof John Locke op het einde van de zeventiende eeuw. In zijn Two Treatises of Government verdedigde hij het principe dat alle mensen vrij en gelijk zijn, en natuurlijke rechten bezitten, zoals het recht op leven, vrijheid en eigendom. Theoretisch klonk dat mooi, maar al snel kwam er de vaststelling dat vrouwen nooit gelijk behandeld werden. De Engelse schrijfster en feminist Mary Astell haalde in haar essay Some Reflections upon Marriage uit 1700 fel uit met haar scherpe uitspraak: “If all Men are born Free, how is it that all women are born slaves?” Het is een kwestie die tot op de dag van vandaag relevant is.
Een jaar na de UVRM publiceerde de Franse filosofe Simone de Beauvoir haar ophefmakende boek Le deuxième sexe waarin ze net als Astell wees op het grote onrecht dat vrouwen binnen het patriarchale systeem wordt aangedaan. Dit boek leidde tot de tweede feministische golf en inspireerde tal van (vooral vrouwelijke en westerse) politici en filosofen om vrouwen meer rechten, vrijheid en autonomie te geven. Het boek zorgde voor een fundamentele ommekeer in onze houding tegenover gender, ongelijkheid en de sociale structuren die ervoor zorgen dat vrouwen in die onderdanige positie worden gedwongen. Het heeft ons doen beseffen hoe sterk ‘de tweede sekse’ nog steeds verankerd zit in de patriarchale structuren die bestonden en nog steeds bestaan. Het boek was zo ‘blasfemisch’ dat het Vaticaan het onmiddellijk op haar lijst van Verboden Boeken zette. Veertig jaar na haar overlijden in 1986, komt de Pools-Belgische filosofe Alicja Gescinska met haar vlammend betoog De ontdekking van de vrouw waarin ze aantoont dat de precaire situatie van de vrouw vandaag nog steeds bestaat, en op bepaalde vlakken zelfs erger wordt.
Gescinska kroop daarvoor in de huid en in het hoofd van Simone de Beauvoir en laat haar op verzoek van God terugkeren op aarde met als opdracht de mensheid duidelijk te maken dat vrouwen niet inferieur zijn aan mannen, dat ze nog steeds in die verstikkende patriarchale structuren vastzitten, en dat het nu dringend gedaan moet zijn met die ongelijkheid. De ontdekking van de vrouw is volgens de uitgever ‘een filosofische monoloog waarin Alicja Gescinska De tweede sekse een hernieuwde, krachtige urgentie geeft’. Maar het is veel meer dan dat. Het is een vlijmscherp J’accuse ten aanzien van al die mannen, maar ook soms vrouwen, die om politieke, economische, culturele en/of religieuze redenen weigeren deze eeuwenlange schande ongedaan te maken. Die menen dat ze het recht hebben om vrouwen te behandelen als inferieure wezens. Die zeggen dat vrouwen er enkel zijn om kinderen te baren en de man ter wille te zijn. Die poneren dat God de vrouw schiep uit de rib van een man en daarom onderdanig moeten zijn.
Lees de Bijbelse tekst Brief aan de Efeziërs (5:32): “Vrouwen, schik u naar uw man als naar de Heer, want de man is het hoofd van de vrouw.” Of in Korinthiërs 1 (14:3-35): “Zoals in alle gemeenten van de heiligen moeten de vrouwen in uw bijeenkomsten hun mond houden. Het is hun niet toegestaan het woord te nemen; zij moeten ondergeschikt blijven, zoals trouwens de wet voorschrijft. Willen zij iets te weten komen, dan moeten zij er thuis hun man maar naar vragen.” Tot vandaag stellen heel wat islamitische geestelijken dat de vrouw compleet gehoorzaam moet zijn aan de man, haar hoofd moet bedekken, geen hand mag geven aan mannen, zich niet buitenshuis mag begeven zonder goedkeuring van de man en aan de seksuele wensen van haar echtgenoot moet voldoen. Een vrouw die haar haren niet volledig bedekt, kan zelfs gedood worden, zoals in 2022 nog gebeurde met Mahsa Amini in Iran. “De mannen zijn zaakwaarnemers voor de vrouwen, omdat God de een boven de ander heeft bevoorrecht...,” aldus de vierde soera van de Koran: De Vrouwen (4:34).
Dat betekent niet dat in onze westerse, meer geseculariseerde samenleving met steeds meer ongelovigen, vrouwen gelijk behandeld worden. Ook hier en nu zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in leidende functies, krijgen ze nog steeds minder loon voor hetzelfde werk, zijn zij het die in het overgrote deel van de gevallen moeten instaan voor het huishoudelijk werk en voor de kinderen, die in overgrote mate het slachtoffer zijn van seksuele intimidatie en geweld, die nog steeds geen baas zijn over hun eigen lichaam door strenge abortuswetten – in Malta is abortus zelfs compleet verboden in geval van verkrachting, incest of ernstige foetale afwijkingen. Maar over zowat al die kwesties zijn het hoofdzakelijk mannen die politiek beslissen – Lucienne Herman-Michielsens was een uitzondering. En Gescinska haalt ook uit naar het kapitalisme dat de onderdrukking van de vrouw alleen maar heeft versterkt, al is ze even streng voor de communistische heilstaten. “In termen van vrijheid is de vrouw nog altijd de slaaf van haar leefwereld,” klinkt het bij Gescinska als echo van Mary Astell en Simone de Beauvoir.
Het geniale aan dit J’accuse is dat Gescinska doorheen haar diatribe Simone de Beauvoir zelf aan het woord laat. Die woorden of zinnen staan in cursief, zodat de lezer goed aanvoelt hoezeer De tweede sekse, na bijna tachtig jaar, nog niets van zijn actualiteit en urgentie verloren heeft. “Meer dan een kwart van de nieuwe eeuw is verstreken en de positie van de vrouw is nog altijd deplorabel! De beide seksen hebben de wereld nooit op voet van gelijkheid gedeeld. De vrouw is altijd de slaaf geweest van de man,” aldus Gescinska en de Beauvoir, elk op hun manier. De auteur eindigt met de boodschap dat ze niets tegen mannen heeft, ze heeft zelf een huisman en drie jongens. “De bevrijding van de vrouw moet hand in hand gaan met die van de man. Je wordt ook niet als man geboren, je wordt tot man gemaakt,” zo parafraseert ze Castor. Ik lees opnieuw de tekst J’accuse die Emile Zola in 1898 publiceerde rond de Dreyfusaffaire en stoot op deze uitspraak die me ook de drijfveer lijkt van Gescinska: “Je n'ai qu'une passion, celle de la lumière, au nom de l'humanité qui a tant souffert et qui a droit au bonheur.”
Recensie door Dirk Verhofstadt
Alicja Gescinska, De ontdekking van de vrouw, Atheneaum–Polak & Van Gennep, 2026, 87 bladzijden


