Wat de crisis in Iran betekent voor middelgrote mogendheden – Ekrem İmamoğlu

Wat de crisis in Iran betekent voor middelgrote mogendheden – Ekrem İmamoğlu

Nu ik het eerste jaar van mijn opsluiting in de Silivri-gevangenis markeer, suggereren de gebeurtenissen die zich buiten deze muren ontvouwen dat we niet alleen getuige zijn van een verschuiving in het beleid, maar ook van het afbrokkelen van de internationale orde. De krantenkoppen worden gedomineerd door escalerend geweld in Iran en in het hele Midden-Oosten, wat ons er op pijnlijke wijze aan herinnert dat machtspolitiek opnieuw de voorwaarden bepaalt voor de wereldpolitiek.

Het conflict in Iran belichaamt de “breuk” die de Canadese premier Mark Carney zo welsprekend beschreef in zijn toespraak in Davos. De geruststellende aannames die de afgelopen drie decennia vorm gaven – dat economische onderlinge afhankelijkheid conflicten zou voorkomen, dat mondiaal bestuur in de loop van de tijd zou verdiepen en dat technologische vooruitgang de vrijheid zou vergroten – verliezen snel aan geloofwaardigheid.

In de plaats daarvan staat een hardere waarheid: de instrumenten die bedoeld waren om de wereld samen te binden, zijn omgevormd tot middelen van intimidatie. Sterker nog, het begrip ‘samenwerking’ zelf is van betekenis ontdaan, eerst door overmatig gebruik en tegenwoordig door leugens en kwade trouw. Maar al te vaak wordt ‘diplomatie’ gereduceerd tot pressiepolitiek – dreigementen vermomd als betrokkenheid, achterkamertjesdeals of fotomomenten.

Zowel in Davos als in München was de ondertoon dat crisisbeheersing steeds minder hiërarchisch wordt. Grootmachten mogen dan nog steeds de boventoon voeren als het gaat om het creëren van afschrikking, maar nu hegemonische spelers disruptie omarmen en het internationaal recht schaamteloos schenden, worden de taken van de-escalatie en bemiddeling steeds vaker op de schouders gelegd van middelgrote mogendheden die opereren via flexibele, overlappende diplomatieke netwerken.

Deze staten leren om gezamenlijk op te treden, niet door één formeel blok te vormen, maar door themagerichte coalities op te bouwen die sneller kunnen handelen dan de rivaliteit tussen grootmachten toelaat. Middelmogendheden kunnen sancties en humanitaire corridors coördineren, gevangenenruil bemiddelen, discrete achterkanalen openen en multilaterale instellingen draaiende houden wanneer de grootste spelers zich terugtrekken of sabotage plegen. Wanneer confrontaties tussen de sterkste staten het potentieel voor compromissen bedreigen, zijn het vaak de middelmogendheden die de smalle openingen creëren waardoor diplomatie kan doorgaan.

Maar wil een kader van middelgrote mogendheden standhouden, dan moet het zijn gebouwd op een fundament van democratisch vertrouwen, waarbij alle deelnemers zich aan dezelfde regels houden. In tijden van breuken presenteren autocratische staten zich vaak als “onmisbaar” voor de mondiale stabiliteit. Ze kunnen op de korte termijn een stap naar voren zetten om internationale crises te helpen beheersen, terwijl hun leiders dezelfde omstandigheden uitbuiten om hun heerschappij in eigen land te versterken. Maar autocraten kunnen nooit fungeren als geloofwaardige hoeders van een nieuwe, op regels gebaseerde orde, omdat zij regels niet als bindend beschouwen. Alles is transactioneel.

Het conflict met Iran illustreert zowel wat er gebeurt als dergelijke openingen te zwak zijn, als waarom legitimiteit net zo belangrijk is als capaciteiten. In de nieuwe geopolitiek hebben grootmachten de neiging het heft in eigen handen te nemen, waarbij ze eerst dwang en pas daarna diplomatie inzetten. Maar wanneer het gezag in eigen land meer op dwang dan op instemming berust, wordt de externe stabiliteit broos: het beleid wordt reactief, afschrikking wordt geïmproviseerd en de manoeuvreerruimte van een staat hangt minder af van duurzame toezeggingen dan van verschuivende machtsverhoudingen. Het resultaat is geen vernieuwde orde, maar een landschap dat wordt gevormd door voldongen feiten, waarbij alle anderen gedwongen worden zich achteraf aan te passen.

Dit is een onoverkomelijk obstakel. Een regering die de wet beschouwt als een instrument van gemak zal in principe altijd hervormingen beloven, maar zich er in de praktijk tegen verzetten. Zij zal een rechtvaardiger systeem onderschrijven, terwijl zij stilletjes zorgt voor voortzetting van de wanorde waarvan zij profiteert. Voor landen die gedijen op chaos en onrust is een werkelijk rechtvaardige orde geen doel; het is een bedreiging.

Daarom moet elk nieuw mondiaal systeem worden geleid door democratische landen. In democratieën wisselen leiders elkaar af, maar blijven instellingen bestaan. De wet is er om de willekeurige uitoefening van macht te beteugelen, niet om deze te dienen. De ultieme test voor de soevereine onafhankelijkheid van een democratie is of zij niet alleen haar grondgebied en economie kan verdedigen, maar ook haar politieke levenswijze en de rechtsstaat. Deze verbintenissen maken democratische landen voorspelbaar en betrouwbaar.

Het is een illusie te denken dat geografie hetzelfde kan doen. Een “scharnierland” dat de macht tussen mondiale rivalen in evenwicht houdt, is geen vervanging voor stabiele instellingen. Als een strategisch belangrijke staat zwakke instellingen heeft, zal het altijd een onbetrouwbare partner zijn – gemakkelijk onder druk te zetten door anderen en te duur om aan zijn kant te houden.

Democratie is wat staatsmacht betrouwbaar maakt. Het maakt besluitvorming op de lange termijn en duurzame allianties mogelijk. Het onderbouwt het vertrouwen dat verplichtingen worden nagekomen, fouten worden gecorrigeerd en crises met veerkracht worden aangepakt. In landen waar de wet wordt ingezet als wapen om de oppositie het zwijgen op te leggen, verliezen oproepen tot een rechtvaardigere internationale orde alle geloofwaardigheid. Mijn eigen land is daar een goed voorbeeld van.

Ik neem Carney’s oproep tot solidariteit onder middelgrote mogendheden serieus. Maar wil die solidariteit ertoe doen, dan moet ze worden gebruikt om een nieuw systeem van staten te creëren die worden geregeerd door de rechtsstaat en zich oprecht inzetten voor democratische normen en principes. Principiële diplomatie is het gedisciplineerde nastreven van belangen binnen het internationaal recht, zonder dwang of het ontkennen van andermans rechten, gericht op resultaten die standhouden omdat ze legitimiteit genieten.

Nee, ik pleit niet voor uitsluiting. Landen met democratische problemen, zoals Turkije, mogen niet naar de marge worden geduwd. Elk nieuw mondiaal systeem moet inclusiever zijn dan het vorige, en verankerd zijn in de basisprincipes van het internationaal recht. Gedeelde normen zouden deelname duurzaam, geloofwaardig en veerkrachtig maken in de loop van de tijd, en landen samen vooruit helpen in plaats van iemand achter te laten.

Concreet zou de effectiviteit van elke nieuwe orde afhangen van een dubbele verbintenis: samenwerken op basis van gedeelde waarden op internationaal niveau, en de democratie en de rechtsstaat op nationaal niveau versterken. Met deze criteria zouden staten in staat moeten zijn om te onderhandelen en overeenstemming te bereiken over een gezamenlijke reeks beginselen.

Hieronder vallen onder meer dat de “macht van de wet”, en niet de “wet van de macht”, de handel, financiële stromen, technologie en data moet regelen; dat multilateralisme niet louter crises zoals migratie en klimaatverandering moet beheersen, maar de onderliggende oorzaken ervan moet aanpakken en de lasten eerlijker moet verdelen; dat veerkracht, bijvoorbeeld in digitale infrastructuur of grensoverschrijdende toeleveringsketens, gezamenlijke mechanismen vereist; en dat legitimiteit democratische instellingen vereist: een onafhankelijke rechterlijke macht, een vrije pers, echte verkiezingsconcurrentie en een taboe op het criminaliseren van politieke rivalen.

De boodschap die dit jaar uit Davos en München komt, is niet dat de diplomatie dood is, maar dat het zwaartepunt ervan is verschoven. Naarmate de rivaliteit tussen de grootmachten verscherpt, komt het praktische werk om de spanningen te verminderen terecht bij die middelgrote mogendheden die bereid zijn hun deuren open te houden. Zij moeten deze verantwoordelijkheid serieus nemen, want een wereld met 8,3 miljard mensen zal het gewicht van eindeloze dwang en wanorde niet kunnen dragen. Gecoördineerde actie door de middelgrote mogendheden van de wereld zal niet alleen henzelf ten goede komen, maar ook de ontwikkelingslanden in het Zuiden. Bij gebrek aan solidariteit zullen deze landen geïsoleerd raken en één voor één onder dwang hun soevereiniteit verliezen.

Als middelgrote mogendheden de handen ineen slaan, kunnen we een nieuwe basis leggen voor de internationale orde die het evenwicht herstelt. De crisis in Iran maakt duidelijk dat een dergelijk herstel cruciaal is om de geopolitiek weg te leiden van een wereld die uitsluitend door macht wordt geregeerd. Zelfs vanuit een gevangeniscel heb ik er vertrouwen in dat een dergelijke basis mogelijk is.

 

Ekrem İmamoğlu

De auteur is de burgemeester van Istanbul, maar werd geschorst en gevangengezet nadat hij de kandidaat van de Republikeinse Volkspartij (CHP) was geworden voor de volgende Turkse presidentsverkiezingen, die uiterlijk in mei 2028 moeten worden gehouden. © Project Syndicate, 2026 (www.project-syndicate.org).

Print Friendly and PDF
Dagboek 1933. Het gevaar van extreemrechts – Dirk Verhofstadt

Dagboek 1933. Het gevaar van extreemrechts – Dirk Verhofstadt