Hoe Rusland vrienden en wereldwijde invloed verloor – Nina L. Khrushcheva
Sinds hij meer dan vier jaar geleden zijn grootschalige invasie van Oekraïne lanceerde, is de Russische president Vladimir Poetin er niet alleen niet in geslaagd de militaire overwinning te behalen waarnaar hij zo verlangde. Hij heeft ook een hele reeks andere relaties ondermijnd die hij decennialang had opgebouwd, waardoor Rusland nu meer geïsoleerd is dan ooit sinds de vroegste dagen van de bolsjewistische revolutie.
Alleen al de invasie van Oekraïne was genoeg om spanningen te veroorzaken tussen Rusland en zijn bondgenoot Kazachstan. Poetin heeft namelijk vaker vraagtekens gezet bij de historische basis van de onafhankelijkheid van Kazachstan en gesuggereerd dat de bevolking eigenlijk nauwere banden met Rusland zou willen. Dat soort uitspraken lijkt sterk op de retoriek die hij ook tegenover Oekraïne gebruikt.
Na de invasie van 2022 wees de Kazachse president Kassym-Jomart Tokayev verzoeken van het Kremlin om steun dan ook af. Later maakte hij tegenover Poetin ook duidelijk dat Kazachstan de door Rusland gesteunde separatistische regio’s in Oekraïne niet zou erkennen. Daarnaast sloot Tokayev een militaire samenwerkingsovereenkomst met Turkije. Daarmee werd Kazachstan het eerste lid van de door Rusland geleide Collective Security Treaty Organization (CSTO, Organisatie voor het Verdrag inzake Collectieve Veiligheid) dat een dergelijke militaire regeling aanging met een NAVO-lidstaat. Hoewel de relatie tussen Poetin en Tokayev sindsdien weer enigszins is verbeterd, lijkt dat vooral voort te komen uit het feit dat beide landen elkaar nog steeds nodig hebben.
Ook de relatie met Armenië is sterk verslechterd. Toen Azerbeidzjan in september 2023 een militaire operatie begon om de controle over de etnisch-Armeense enclave Nagorno-Karabach terug te veroveren, grepen de daar aanwezige Russische vredestroepen niet in. Uiteindelijk werd vrijwel de volledige Armeense bevolking van de enclave – ongeveer honderdduizend mensen – gedwongen te vluchten. Binnen een jaar kondigde Armenië plannen aan om zich terug te trekken uit de CSTO. Tegelijkertijd begon het land wapens te kopen van Frankrijk en India. Rusland trok daarop zijn vredestroepen eerder dan gepland uit de regio terug.
Het Kremlin wist zelfs de relatie met Azerbeidzjan te beschadigen, ondanks het feit dat Azerbeidzjan profiteerde van Ruslands verraad aan Armenië. In december 2024 werd een passagiersvliegtuig van Azerbaijan Airlines geraakt door een Russische grond-luchtraket, waarbij 38 mensen om het leven kwamen. De Azerbeidzjaanse president Ilham Aliyev eiste compensatie en verantwoordelijkheid van het Kremlin, maar Poetin weigerde bijna een jaar lang openlijk schuld te erkennen. De spanningen liepen daarna verder op. Aliyev bezorgde Poetin een duidelijke diplomatieke belediging door weg te blijven van de jaarlijkse Russische militaire parade ter gelegenheid van de Dag van de Overwinning in mei 2025. Kort daarna voerden Russische speciale eenheden in Jekaterinburg een dodelijke inval uit tegen etnische Azerbeidzjanen. Vervolgens viel Azerbeidzjan het kantoor van het Russische staatsmedium Sputnik in Bakoe binnen en arresteerde het aanwezige personeel.
Toch blijft Azerbeidzjan voor Rusland van groot belang, omdat het land een cruciale handelscorridor vormt richting Iran. Totdat de Verenigde Staten en Israël in februari hun oorlog tegen Iran begonnen, leverde Iran drones en ballistische raketten aan Rusland voor gebruik in de oorlog tegen Oekraïne. Rusland liet Iran overigens grotendeels aan zijn lot over toen dat land onder vuur kwam te liggen. Om de handelsroute via Azerbeidzjan open te houden, zag het Kremlin zich uiteindelijk genoodzaakt de Azerbeidzjaanse belediging te slikken. In oktober 2025 gaf Poetin uiteindelijk toe dat Russische luchtverdedigingssystemen het passagiersvliegtuig hadden neergeschoten en bood hij in algemene bewoordingen compensatie aan.
Hoewel deze formele verontschuldiging de weg vrijmaakte voor het herstel van de betrekkingen, betekende de hele affaire een ernstige diplomatieke blunder voor Rusland. Vanaf de tijd van de tsaren tot aan de Sovjetperiode waren de leiders in het Kremlin er eeuwenlang in geslaagd zorgvuldig te laveren in de spanningen tussen Armenië en Azerbeidzjan. Maar sinds het begin van de oorlog tegen Oekraïne is Poetin erin geslaagd de relaties met beide landen ernstig te beschadigen.
In Syrië steunde Rusland bijna tien jaar lang het regime van Bashar al-Assad. Het voerde luchtaanvallen uit, zette grondtroepen in tegen rebellen en bood Assad diplomatieke bescherming in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In ruil daarvoor mocht Rusland de controle behouden over de marinebasis in Tartus en de luchtmachtbasis in Hmeimim.
Maar in november 2024 begonnen Syrische rebellen een verrassingsoffensief. Het Russische leger, dat door de oorlog in Oekraïne al zwaar overbelast was, bleek niet in staat om krachtig terug te slaan. Binnen enkele dagen vielen Aleppo en Damascus, waarna Bashar al-Assad naar Moskou vluchtte. Na jaren van militaire en diplomatieke investeringen bleef Rusland uiteindelijk met lege handen achter.
Het verhaal van de Russische overmoed in Afrika is al even pijnlijk. Vóór de oorlog in Oekraïne breidden huurlingen van de Wagner Group de Russische invloed over grote delen van het continent uit. Ze ruilden veiligheidsdiensten en militaire steun tegen politieke loyaliteit en toegang tot mijnbouwrechten. In Mali presenteerden zij zich bijvoorbeeld als onmisbare bondgenoten van de militaire junta in de strijd tegen jihadistische groeperingen.
Maar in 2024 lokten Toeareg-rebellen bij Tinzaouaten een gezamenlijk konvooi van Malinese troepen en huurlingen van de Wagner Group in een hinderlaag. Daarbij kwamen tientallen Russische huurlingen om het leven. Kort daarna voerden jihadistische groepen aanvallen uit op de luchthaven en de nationale gendarmerieacademie in Bamako. Daarmee werd het steeds moeilijker vol te houden dat Wagner Mali daadwerkelijk veiliger maakte. Hoewel sommige troepen – inmiddels omgedoopt tot het ‘Afrika-korps’ – achterbleven nadat Wagner in juni officieel uit Mali vertrok, hebben ook deze eenheden zich inmiddels teruggetrokken.
In Europa gaat het Poetin niet veel beter af. De Hongaarse premier Viktor Orbán, die vaak als een bondgenoot van Rusland werd gezien, is onlangs na zestien jaar aan de macht te zijn geweest weggestemd. De Servische president Aleksandar Vučić heeft ondertussen een veel dubbelzinnigere koers gevolgd. Hoewel Servië aanvankelijk sympathie leek te tonen voor de Russische invasie van Oekraïne, heeft Vučić sindsdien meerdere ontmoetingen gehad met de Oekraïense president Volodymyr Zelenskyy. Daarnaast exporteerde Servië via derde landen – waaronder Bulgarije, de Tsjechische Republiek en Polen – voor minstens 908 miljoen dollar aan munitie naar Oekraïne. Vučić heeft bovendien militaire contracten met Russische wapenleveranciers beëindigd en in plaats daarvan een overeenkomst gesloten met Frankrijk ter waarde van 2,7 miljard euro voor de aankoop van twaalf Dassault Rafale-gevechtsvliegtuigen. Toch heeft Poetin ervoor gekozen hier nauwelijks op te reageren. Het laatste wat hij zich kan veroorloven, is definitief een van zijn weinige overgebleven ogenschijnlijke bondgenoten in Europa te verliezen.
Ondertussen heeft Poetins oude bondgenoot, de Wit-Russische president Alexander Loekasjenko, politieke gevangenen vrijgelaten in een poging de relaties met het Westen te verbeteren. Hij heeft zelfs contact gezocht met de Amerikaanse president Donald Trump. Hoewel de man die vaak ‘de laatste dictator van Europa’ wordt genoemd niet openlijk breekt met het Kremlin, lijkt hij wel alvast een mogelijke uitweg voor zichzelf veilig te willen stellen – en daarmee de druk op Rusland verder op te voeren.
En dan is er nog China. Vóór de oorlog in Oekraïne presenteerden Rusland en China zich als twee grootmachten die samen weerstand boden tegen de dominantie van het Westen. Kort voor de invasie spraken zij zelfs over een ‘partnerschap zonder grenzen.’ Tegenwoordig lijkt die relatie echter minder op een bondgenootschap tussen gelijken en meer op een ongelijkwaardig verstandshuwelijk. China levert Rusland vooral goederen voor tweeërlei gebruik – zoals micro-elektronica en werktuigmachines – maar geen directe wapens. In ruil daarvoor verkoopt Rusland olie en gas aan China tegen gereduceerde prijzen.
Misschien is Noord-Korea tegenwoordig nog wel de trouwste bondgenoot van Rusland. Het land stuurde meer dan tienduizend soldaten om samen met Russische troepen te vechten in de regio Koersk, nadat Oekraïne daar in augustus 2024 een inval had gedaan. Maar zelfs deze relatie is vooral gebaseerd op wederzijds belang. Het partnerschap draait minder om echte verbondenheid dan om gedeelde onzekerheid en een gezamenlijke vijandigheid tegenover het Westen.
Poetin geloofde dat een invasie van Oekraïne de status van Rusland als grootmacht zou herstellen, de invloed van het Westen zou ondermijnen en de overgang naar een multipolaire wereldorde zou versnellen. In werkelijkheid heeft de oorlog juist de geloofwaardigheid van het Kremlin als partner en bondgenoot ernstig beschadigd. Rusland beschikt nog steeds over kernwapens, een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en enorme energievoorraden, maar de oorlog in Oekraïne heeft het land grondig verzwakt. Daardoor is Rusland steeds minder in staat om wereldwijd invloed uit te oefenen zonder terug te vallen op de dreiging met militair geweld.
Nina L. Khrushcheva
De auteur is hoogleraar Internationale Betrekkingen aan The New School, is mede-auteur (samen met Jeffrey Tayler) van het boek In Putin's Footsteps: Searching for the Soul of an Empire Across Russia's Eleven Time Zones (St. Martin's Press, 2019).
Vertaling: Menno Grootveld. © Project Syndicate (https://www.project-syndicate.org/)


