Groot-Brittannië is geen lichtend voorbeeld van de juiste politieke instellingen – Paul De Grauwe

Groot-Brittannië is geen lichtend voorbeeld van de juiste politieke instellingen – Paul De Grauwe

Wat een afgang van de Britse politiek. Zes eerste ministers in tien jaar tijd. Meer dan in Italië, een land met een reputatie van politieke instabiliteit.

Er was een tijd dat de Britse democratie het toonbeeld was van redelijkheid en stabiliteit. Velen (ik ook) geloofden toen dat dit te maken had met het kiesstelsel, dat ervoor zorgde dat na (haast) elke verkiezing een duidelijke winnaar uit de bus kwam die alleen kon regeren. Geen coalitieregeringen dus die voor elke belangrijke beslissing moeilijke en complexe compromissen moesten sluiten. Groot-Brittannië was het lichtende voorbeeld van de juiste politieke instellingen. Niet dus. Na twee jaar ziet het ernaar uit dat Keir Starmer naar de uitgang wordt geleid door zijn politieke vrienden binnen zijn eigen partij, ondanks de verpletterende meerderheid waarover hij beschikt in het Lagerhuis.

Ik zal het hier niet hebben over de oorzaken van dat politieke verval. Politieke wetenschappers zijn beter in het vinden van de oorzaken. Ik wil het wel hebben over een raadselachtig verschijnsel van de laatste jaren. De Britse regering betaalt al een aantal jaar meer interest op haar schuld dan de Belgische regering (en dan de meeste regeringen in de eurozone).

Het verschil is niet niks. De rente op 10 jaarstaatsobligaties staat vandaag in Groot-Brittannië op 5,2 procent, in België is die rente 3,7 procent. Hadden we de Britse rente, dan zou de Belgische overheid jaarlijks een slordige 10 miljard euro extra interest moeten betalen. In plaats van te moeten zoeken naar 7 miljard zou de regering-De Wever de zoektocht moeten uitbreiden tot 17 miljard euro. Die regering zou al lang gevallen zijn.

Waarom torst de Britse regering een dergelijke hoge rente? In de Britse pers is het antwoord klaar en duidelijk: opeenvolgende regeringen zijn er niet in geslaagd de begrotingstekorten in toom te houden. Het gevolg is dat de ‘obligatie-vigilanten’ (de beleggers, eigenlijk) die regering nu straffen door de rente op te drijven. Die rentestijging weerspiegelt het verhoogde risico dat de Britse regering haar schuld niet meer zal kunnen torsen en tot wanbetaling zal overgaan.

Echt? Als dat zo is, waarom bezoeken de ‘vigilanten’ ook niet België en Frankrijk. Die twee landen hebben hogere begrotingstekorten en hogere schuldratio’s dan Groot-Brittannië, en toch genieten ze van een veel lagere rente. Er is betere verklaring: de inflatie. Sinds 2020 is de inflatie in Groot-Brittannië systematisch hoger dan in België en in de eurozone. Het verschil met de eurozone bedraagt sinds 2020 ongeveer 1,5 procent per jaar. Verleden jaar was de Britse inflatie opgeklommen tot 4 procent, versus 2,2 procent in de eurozone.

Een belegger die zijn geld vastlegt voor 10 jaar in een staatsobligatie moet incalculeren hoe hoog de inflatie zal zijn gedurende die termijn. Als hij vreest dat de inflatie zal stijgen, zal hij slechts bereid zijn op zo een lange termijn te beleggen als de rente die hij zal krijgen die hoge inflatie weerspiegelt. Anders verliest hij koopkracht en zal hij uitkijken naar andere beleggingen. De reden waarom de rente op 10 jaarstaatsobligaties nu zo hoog is in Groot-Brittannië heeft dus alles te maken met de hoge inflatie van de laatste jaren in dit land en met de verwachting dat dit nog een tijdje zo zal zijn.

De obligatie-vigilanten zijn dus geen sinistere individuen die een regering willen straffen voor slecht beheer, maar gewone beleggers die de koopkracht van hun portefeuille willen vrijwaren. En wie is verantwoordelijk voor inflatie? Juist: de centrale bank. Regeringen staan meestal machteloos tegenover het inflatiefenomeen en kunnen dat ook niet bedwingen. Centrale banken hebben de instrumenten om dat te doen.

De Bank of England is er veel minder in geslaagd dan de Europese Centrale Bank om, na de schokken van de pandemie en de oorlog in Oekraïne, de inflatie in toom te houden. Starmer wordt nu met de vinger gewezen, maar die kan niets doen aan de inflatie en de langetermijnrente. Diegenen die dat wel kunnen, hebben zich verstopt in Threadneedle Street (waar het hoofkwartier van de Bank of England ligt). Ze wachten tot de storm uitraast.

Maar er is een ‘silver lining’. De inflatie zorgt er ook voor dat de noemer in de verhouding schuld/bbp sneller stijgt. Met het gevolg dat de schuldratio in Groot-Brittannië sinds vijf jaar heel stabiel verloopt, tussen 93 en 94 procent van het bbp. Dat is beter dan in België. De Britten geraken wel uit het slop. Tenzij Nigel Farage van Reform UK eerste minister wordt.

 

Paul De Grauwe

De auteur is professor economie aan de London School of Economics. Deze tekst verscheen eerst in De Morgen van 18 mei 2026.

Print Friendly and PDF
Blijf in leven. Berlijn 1939-1945 – Ian Buruma

Blijf in leven. Berlijn 1939-1945 – Ian Buruma