Het internationaal recht geldt voor iedereen – Jurgen Geevels
Als iemand die de strijd voor de rechten van het Palestijnse volk en voor de toepassing van het internationaal recht in de Palestijnse gebieden én elders steunt, vond ik het eredoctoraat voor Francesca Albanese initieel een goede zaak. Juist daarom zijn haar recente uitspraken over Oekraïne zo problematisch.
Op 20 september verklaarde Albanese tijdens het Festival di Open in Parma dat zij het eens is met degenen die vinden dat de wapenleveringen aan Oekraïne moeten stoppen. Ze stelde daarbij dat de Russische invasie illegaal blijft (gelukkig maar), maar betoogde ook dat de situatie in Oekraïne volgens haar wordt geïnstrumentaliseerd om een Europees discours over een hybride oorlog te rechtvaardigen. Daarnaast stelde ze dat er volgens haar een politieke berekening achter het voortduren van de oorlog zit die binnen de NAVO zou zijn ontstaan. Exact het narratief dat het Kremlin graag verspreidt. Daarmee legt ze de verantwoordelijkheid bij het Westen, terwijl Rusland als imperialistische agressor de invasie uiteraard alleen zelf kan beëindigen.
Stoppen met wapenleveringen aan Oekraïne betekent in de praktijk dat je het slachtoffer zijn middelen om zich te verdedigen ontneemt en richting capitulatie duwt. Rusland wordt beloond voor zijn expansionistische invasie. Dit is de internationale rechtsorde volledig ondersteboven zetten.
Haar uitspraken dreigen niet alleen de strijd van Oekraïne tegen de Russische agressie in een negatief daglicht te plaatsen, maar ook haar eigen geloofwaardigheid en de aandacht voor de Palestijnse zaak te overschaduwen. Alsof opkomen voor de rechten van Oekraïners haaks zou staan op die van het Palestijnse volk, of omgekeerd. Dat is natuurlijk een valse tegenstelling die we ons, zeker in een wereld waarin autoritaire regimes steeds meer de internationale rechtsorde uitdagen, niet kunnen veroorloven.
De situaties in Oekraïne en de Palestijnse gebieden zijn uiteraard niet identiek, maar de principes van internationaal recht zijn dat wel. Het zijn afzonderlijke kwesties, maar dat is geen reden om niet consequent voor de (mensen)rechten van beide volkeren op te komen. Wie het internationaal recht centraal stelt, zou consequent moeten zijn wanneer het gaat om territoriale integriteit en het recht op zelfverdediging van staten, zéker wanneer men optreedt als VN-Speciaal Rapporteur.
UAntwerpen, UGent en de VUB motiveerden het gezamenlijke eredoctoraat vanuit het belang van internationaal recht, onafhankelijke expertise en een genuanceerd, feitengebaseerd maatschappelijk debat. UAntwerpen-rector Herwig Leirs stelde daarbij dat Albanese symbool staat voor iedereen die de internationale orde respecteert en benadrukte dat de erkenning bewust “breder dan alleen de Palestijnse gebieden” moet worden gezien. De VUB benadrukte op haar beurt het belang van internationaal recht, dialoog en onafhankelijke expertise. UGent-rector Petra De Sutter verwees naar het belang van een eerlijk en genuanceerd maatschappelijk debat op basis van weloverwogen en op feiten gebaseerde argumenten, en naar de juridisch onderbouwde analyses van Albanese.
Daarom stel ik een eenvoudige vraag: Vinden deze universiteiten de recente uitspraken van Albanese over Oekraïne verenigbaar met de onafhankelijke expertise, het respect voor het internationaal recht en het genuanceerde, op feiten gebaseerde debat? Uiteraard moeten universiteiten ruimte bieden aan controversiële standpunten en aan een stevig publiek debat. Albanese benadrukte bij de uitreiking van dit eredoctoraat zelf het belang van universiteiten en studenten die zich uitspreken wanneer anderen aarzelen. Maar dat principe geldt uiteraard ook voor kritische vragen bij haar eigen standpunten.
Een eredoctoraat is natuurlijk veel meer dan het bieden van een podium. Het is een van de hoogste onderscheidingen die een universiteit kan uitreiken. De drie universiteiten omschrijven Albaneses onderscheiding als erkenning voor haar inzet voor mensenrechten en internationale rechtvaardigheid, en plaatsen die expliciet in het kader van de internationale rechtsorde. Juist daarom dringt zich de vraag op hoe haar recente uitspraken over Oekraïne daarmee te rijmen vallen.
Zou men vandaag, met kennis van deze uitspraken, opnieuw een eredoctoraat voor algemene verdiensten aan Francesca Albanese toekennen? Opkomen voor het internationaal recht, maar het selectief toepassen, is een contradictio in terminis. Het woord ‘internationaal’ is niet optioneel, zelfs niet in 2026.
Jurgen Geevels
De auteur is bestuurslid van Anders Gent


