De middelgrote mogendheden vormen nu de ‘vrije wereld’ - Michael Ignatieff
Iedereen die oud genoeg is om zich de Koude Oorlog te herinneren, herinnert zich ook een denkbeeldige plek die de ‘vrije wereld’ werd genoemd. Dat was de plek waar westerlingen dachten te wonen, terwijl Oost-Europeanen, Russen en Chinezen achter prikkeldraad leefden.
Die beschrijving was gedeeltelijk waar, voor zover er inderdaad prikkeldraad was en er buiten de communistische wereld een zekere mate van vrijheid bestond. Maar het algemene beeld was een leugen. De vrije wereld omvatte immers ook het Iran van de sjah, het Chili van Augusto Pinochet en het Spanje van Francisco Franco. Deze landen waren allesbehalve vrij, maar omdat ze anticommunistisch waren, kregen ze toch lidmaatschap van de club. Ondertussen verkondigde de leider van de club, de Verenigde Staten, regelmatig hoe vrij het land was, ook al werd hun eigen zwarte burgers in het Amerikaanse Zuiden tot 1965 het stemrecht ontzegd.
De vrije wereld was, met andere woorden, een nobele leugen. Ze hielp ons ons de wereld voor te stellen waarin we wilden leven, en ze hielp Amerikaanse presidenten, van John F. Kennedy tot Ronald Reagan, belangrijke waarheden onder woorden te brengen. Ze vertelden ons dat de Berlijnse Muur een morele gruwel was, geen onvermijdelijk feit dat we maar moesten accepteren, en ze hadden gelijk. De vrije wereld hielp de beste mensen aan “onze“ kant banden van solidariteit te smeden met de beste mensen aan de “andere kant“, van Sovjetdissidenten en de helden van het Poolse Solidarność tot de initiatiefnemers van Charta 77 in Tsjechoslowakije. Toen Václav Havel zei dat hij wilde dat Tsjechoslowakije een ‘normale’ plek zou worden, zinspeelde hij op de gewone, alledaagse vrijheden waarvan men aan de andere kant van het prikkeldraad genoot.
In de jaren zeventig en tachtig wisten de mensen in Portugal, Spanje en Griekenland dat de vrije wereld een leugen was, omdat de NAVO en de Amerikanen onder één hoedje hadden gespeeld met hun eigen regimes om hen vrijheid te ontzeggen. Toen zij die tirannieën omverwierpen, deden zij dat deels om zich aan te sluiten bij de vrije wereld die hun was beloofd maar ontzegd. Evenzo maakten de Taiwanezen, Zuid-Koreanen en Filippino’s, die hun door de VS gesteunde tirannen omverwierpen, van de ideologische grap die hen was uitgehaald iets serieus. En toen de Berlijnse Muur in 1989 eindelijk viel, voelde de vrije wereld niet langer als een verre droom. De mensen zelf, met tranen over hun wangen terwijl ze door de breuken in de muur stroomden, hadden die plotseling werkelijkheid gemaakt.
Die euforische dagen zijn nu een vage herinnering. Vandaag de dag zijn we als rouwenden bij een ondraaglijk lange begrafenis. De ondergang van de vrije wereld begon niet lang na 1989. De volkeren van de Balkan verlangden ernaar zich erbij aan te sluiten, maar toen de kans zich in de jaren negentig voordeed, gaven hun nationalistische elites hen een mengeling van etnische meerderheidsheerschappij en etnische zuiveringen van minderheden.
Op dezelfde manier maakten de Russische elites begin jaren negentig gebruik van de chaotische ineenstorting van het Sovjetimperium om zichzelf te verrijken. De democratie ging ten onder aan chaos, institutionele desintegratie en welig tierende corruptie. Toen Vladimir Poetin aan de macht kwam, doofde hij de vlam van de vrijheid. Een kwart eeuw later werpt hij jonge Russen in de smeltkroes van de oorlog om te voorkomen dat Oekraïne zich bij de vrije wereld aansluit.
Terwijl deze democratische projecten wankelden en plaats maakten voor chaos of tirannie, bleven Amerikaanse presidenten – van George H.W. Bush tot Joe Biden– en hun Europese bondgenoten doen alsof zij de vrije wereld leidden. De Amerikaanse retoriek bracht veel Irakezen en Afghanen ertoe te geloven dat ook zij, met hulp van buitenaf, zich bij de vrije wereld zouden kunnen aansluiten. Maar die droom eindigde in de ineenstorting van de orde in Irak en in de chaotische terugtrekking van de Amerikanen uit Afghanistan.
Nu ligt de vrije wereld op haar sterfbed, en het is een Amerikaanse president die de genadeslag heeft toegebracht. Er is vandaag de dag nauwelijks een tiran of autocraat in leven die Donald Trump niet zal prijzen, noch een Amerikaanse bondgenoot die hij niet zal proberen af te persen. Hij speelt zijn vriendschap met de verfoeilijke tiran van Noord-Korea uit, terwijl hij de Amerikaanse militaire oefeningen met de voormalige democratische bondgenoot Zuid-Korea terugschroeft. Hij minacht openlijk de leider van een democratisch Oekraïne dat vecht voor zijn voortbestaan, en ontzegt het land zelfs raketafweersystemen die de burgerbevolking zouden beschermen tegen nachtelijke aanvallen.
Als dergelijk politiek vandalisme het werk van één man was, zouden we ons een veilige terugkeer naar de idealen van de vrije wereld kunnen voorstellen ergens na 2028. Maar de realiteit is somberder dan dat. Het idee dat Amerika zou moeten opkomen voor vrije volkeren is in de Amerikaanse publieke opinie zo in diskrediet geraakt dat Trumps flagrante verraad aan bondgenoten nauwelijks een zuchtje verontwaardiging uitlokt bij het Congres of de kiezers. De tussentijdse verkiezingen in november zullen worden beslist door de benzineprijzen, niet door het verraad van Amerika aan de idealen die sinds de Tweede Wereldoorlog de basis van zijn buitenlands beleid hadden moeten vormen.
Waar blijven dan middelgrote mogendheden zoals Canada en de Europeanen? Zij blijven vrijheid buiten hun grenzen ondersteunen en houden vast aan hun verbintenis met Oekraïne terwijl Amerika zich terugtrekt. Maar hun hoogste prioriteit moet nu zijn om hun eigen voortbestaan te verzekeren in een wereld van gewetenloze roofdieren.
Wanneer bondgenoten niet langer een gemeenschappelijke identiteit delen als deel van de vrije wereld, blijft de enige vraag over wie de overhand zal krijgen en wie zich zal onderwerpen. Canada is de eerste bondgenoot van Amerika die deze onwelkome waarheid onder ogen moet zien. Premier Mark Carney liep weg uit de handelsbesprekingen met de regering-Trump in plaats van toe te geven aan de eis om het externe economische beleid van Canada af te stemmen op dat van de VS. Europeanen prijzen de moed van Canada, maar moed is soms gewoon het vermogen om de realiteit onder ogen te zien.
In deze nieuwe realiteit staat elke staat er alleen voor. Elk land moet zijn kernindustrieën beschermen tegen concurrentie van buitenaf, terwijl het tegelijkertijd enorme staatsmiddelen investeert in de infrastructuur die nodig is om wereldwijd concurrerend te blijven. Alle vormen van afhankelijkheid kunnen als wapen worden ingezet, en daarom zijn alle afhankelijkheden in toeleveringsketens en grondstoffen kwetsbaarheden.
Trump heeft de vrije wereld om zeep geholpen omwille van een protectionistische idée fixe die de imperiale neergang van Amerika zal versnellen, niet tot stilstand brengen. Europa, Canada en de democratieën van Afrika, Azië en Latijns-Amerika zijn wat er nog over is van het oude ideaal. Zij dragen de last om het in leven te houden. Tijdens de Koude Oorlog stelde een soortgelijke uitdaging ons in staat een betere wereld voor te stellen. Dat kan nu weer gebeuren, en het herinnert ons eraan dat we gemeenschappelijke waarden hebben – vrijheid en democratie – en niet alleen economische belangen.
Michael Ignatieff
De auteur is emeritus rector van de Central European University
Copyright: Project Syndicate, 2026 www.project-syndicate.org


