De grenzen van de vrijheid – Dirk Verhofstadt

De grenzen van de vrijheid – Dirk Verhofstadt

Het is niet eenvoudig de grenzen van de vrijheid scherp en duidelijk te trekken. De algemeen erkende vrijheid van godsdienst levert geen enkel probleem op, maar de neigingen van religieuze sektes om de persoonlijkheid van het individu te vernietigen zijn dan weer vormen van onvrijheid. Het vrij initiatief zoals het uitbaten van een handelszaak is normaal, maar niet als het gaat om handel in verwerpelijke producten zoals drugs, wapens of diamanten waar bloed aan kleeft. De vrijheid om voedsel te produceren en te verkopen is absoluut noodzakelijk zolang men bij de productie en distributie niet knoeit met de gezondheid van de mens en het leefmilieu geen onherstelbare schade aanbrengt. Vrij onderzoek is essentieel maar mag niet raken aan de menselijke integriteit. Internationale vrijhandel is noodzakelijk voor de globale vergroting van de welvaart maar mag geen middel zijn voor enkelen om zich te verrijken ten koste van anderen.

Vrijheid wijzigt dus naargelang de omstandigheden. Daarbij moet het individu handelen overeenkomstig zijn geweten. Het inzicht van de mens of hij het al dan niet met zijn geweten in overeenstemming kan brengen om een bepaalde daad te stellen of niet. Dit inzicht is uiterst persoonlijk en kan heel ver gaan, maar kan nooit de grens van de menselijke integriteit en het leven overschrijden. Om dit te illustreren, geef ik hierbij een omstreden voorbeeld. Sommige ouders in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland weigeren een bloedtransfusie voor hun kinderen omwille van religieuze redenen. Deze beslissing kan het leven in gevaar brengen van deze kinderen. Wat dan met de vrijheid van de ouders om namens hun kinderen en in overeenstemming met hun geweten te handelen? Hier moet de overheid, tegen het geweten van de ouders in, optreden om het leven van de kinderen via een transfusie te redden. Op dit vlak gaat het leven van een individu boven het geweten van een ouder.

Misschien is het leven zelf wel de ultieme – maar in de ogen van sommigen al veel te breed opgevatte – grens van de vrijheid. Alle handelingen zijn toegelaten zolang ze het leven van anderen niet gevaar brengen. Het voldoet me niet. Ook mistoestanden die niet levensgevaarlijk zijn, mogen niet ondergeschikt zijn aan de individuele vrijheid. Een betere definitie van de vrijheid lijkt me het toelaten van alle handelingen door de mens voor zover ze geen medemensen benadelen. De vrijheid kan alleen beperkt worden door de basisbehoeften van anderen. Hierbij stelt zich de onvoorstelbaar moeilijke vraag of de nood aan voedsel en huisvesting primeren op de individuele vrijheid. Dit dilemma werd gedurende decennia als reden gebruikt om ondemocratische regimes in stand te houden. Verschillende communistische leiders hebben dit argument lang gebruikt ter verantwoording van hun politieke handelingen. “En wat schiet de hongerige werkloze ermee op dat er politieke vrijheid is?”, vragen de aanhangers van het communisme zich af. Volgens de Poolse filosoof Leszek Kolakowski schiet hij er wel iets mee op. “Honger mag dan een zeer dringend gevoel zijn, dringender dan het gebrek aan politieke vrijheden, maar als die vrijheden aanwezig zijn, hebben hongerige werklozen aanzienlijk meer kans om hun lot te verbeteren. Ze kunnen zich organiseren in de strijd voor hun belangen en kunnen hun recht eisen als ze zich tekortgedaan voelen.”[i] Mij lijkt die vraag alleen te beantwoorden met de stelling dat een afweging tussen honger en vrijheid onmogelijk is en dat beide elementen, het verzekeren van vrijheid en het verlenen van voedselhulp, noodzakelijk zijn voor een menselijk bestaan. Het leveren van voedsel bij extreme en onverwachte rampen is zelfs een menselijke plicht. Maar nooit kan dit een reden zijn om mensen in onvrijheid te houden. Je kunt over de hoofden van de mensen beslissen dat men voedselhulp geeft en zelfs hoe men dat voedsel op een zo eerlijk mogelijke manier verdeelt, maar niemand kan hiervoor de individuele vrijheid van de mens ontnemen. Deze denkwijze leidt onvermijdelijk tot het principe dat mensen geen meester zijn over hun eigen leven en dat zelfmoord dus ontoelaatbaar is. “Vrijheid is niet de toelating om van zijn vrijheid definitief afstand te doen”, aldus Mill. Dit leidt ook tot de erkenning dat mensen voedsel mogen stelen van bemiddelden om zichzelf in leven te houden. Een mensenleven is immers onbetaalbaar.

De Britse filosoof John Locke wordt algemeen beschouwd als een van de vaders van het liberalisme. In zijn boek Over staatsbestuur stelt hij duidelijk dat vrijheid niet hetzelfde is als wetteloosheid. “De natuurtoestand wordt beheerst door een natuurwet die voor iedereen bindend is. Deze wet is de rede die de hele mensheid, als zij er maar bij te rade wil gaan, leert dat waar allen gelijk en onafhankelijk zijn niemand een ander dient te schaden in leven, gezondheid, vrijheid of bezit.”[ii] Op deze manier tekende Locke reeds in 1690 op een verrassend moderne manier de grens van de vrijheid. Deze vrijheid is een vrijwillig en onafhankelijk handelen, gesteund op brede maatschappelijke waarden die niet ingaan tegen de vrijheden van anderen. Het staat ver van de door een regime opgelegde verplichtingen ten aanzien van een natie of etnische groep, maar ook ver van de ultraegoïstische manier van denken van sommige individuen. Het verbindt vrijheid met verantwoordelijkheid, rechten met plichten, eigenbelang met solidariteit. Vanuit dit standpunt kan vrijheid heel ver gaan. Ver voorbij de grenzen van wat in de voorbije eeuw aanvaardbaar was. Ze is een levensstijl van al wie gelooft in de kracht en de creativiteit van de mens en van al wie een teveel aan overheidsoptreden wantrouwt.

Individuele handelingen moeten voortdurend getoetst worden aan algemeen erkende waarden en grondrechten. Het stellen van handelingen uit eigenbelang, die niet direct confronteren met de bepalingen van de Rechten van de Mens, is daarom niet automatisch aanvaardbaar. Menselijke handelingen moeten steeds afhankelijk van het tijdstip en de lokale omstandigheden vergeleken worden met de ethiek, de moraal en de deontologie. Dit kan leiden tot verrassende gevolgen. Vrijheden die men absoluut achtte, kunnen naar gelang de omgang met medemensen moreel verwerpelijk zijn en verplichtingen die men in strijd achtte met de menselijke vrijheid kunnen in een bepaalde context perfect aanvaardbaar zijn. Daarbij moeten we opletten dat we niet gaan moraliseren want dat is een arrogante manier om de eigen veronderstelde superioriteit tegenover anderen op te dringen.

De zoektocht naar de grenzen van de vrijheid is, zoals de filosofen Max Horkheimer en Theodor Adorno in hun Dialektik der Aufklärung stelden, niet begonnen bij de Verlichting maar al ver voor Christus.[iii] Zelfs al van bij het begin van de mensheid. Want van bij de aanvang waren er ongetwijfeld pogingen van de mens om te ontsnappen aan de beperkingen van de natuur. Dankzij zijn verstand, inzicht en creativiteit vond de homo sapiens sinds het Paleolithicum middelen om zichzelf en zijn soortgenoten in stand te houden en de natuurelementen aan zijn wil te onderwerpen. En nadien ook aan de beperkingen die anderen hem oplegden, in naam van de staat, de religie of de ideologie. Want alle latere politieke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen brachten nieuwe vormen van onvrijheid aan. De Verlichting is aldus maar één, zij het wel belangrijke, stap in de menselijke ontwikkeling naar meer vrijheid. De strijd tegen de beperking van de vrijheid is er altijd geweest en zal ook altijd blijven bestaan. Daarom kan er ook geen eindpunt in de geschiedenis zijn omdat er elke dag opnieuw hindernissen voor de mens moeten opgeruimd of bestreden worden. Daarbij toont de hedendaagse geschiedenis aan dat de strijd voor individuele vrijheid niet vanzelfsprekend is en dus geen constante beweging van minder naar meer. In haar boek The Origins of Totalitarism stelt Hannah Arendt terecht dat het twintigste-eeuwse totalitarisme zowel wat betreft schaal als wat betreft intensiteit onvergelijkbaar is ten aanzien van alles wat eraan voorafging.[iv] Auschwitz is het bewijs dat zogenaamd beschaafde culturen de vrijheid op slag weer ongedaan kunnen maken en de mensheid kunnen terugvoeren naar een stadium dat erger is dan het beginstadium van waaruit de mens zijn opmars begonnen is als vrij en redelijk wezen.

 

Dirk Verhofstadt

De auteur is politiek filosoof en auteur van onder meer Het menselijk liberalisme dat 20 jaar geleden verscheen, maar nog steeds actueel blijft.


[i]  Leszek Kolakowski, Over het alledaagse leven, Boom, 2000.

[ii]  John Locke, Over het staatsbestuur, Boom, 1988.

[iii]  Max Horkheimer en Theodor Adorno, Dialektik der Aufklärung, Fischer, 1973.

[iv]  Hannah Arendt, The Origins of Totalitarism, Harcourt, 1951.

 

Print Friendly and PDF
Bluets. Bespiegelingen in blauw – Maggie Nelson

Bluets. Bespiegelingen in blauw – Maggie Nelson

Het wordt een hele klus voor Macron – Paul De Grauwe

Het wordt een hele klus voor Macron – Paul De Grauwe