De gevaarlijkste leugen over vrijheid – Jean-Jacques De Gucht
Vrijheid en democratie zijn geen natuurtoestanden. Ze zijn geen vast gegeven dat, eenmaal bereikt, vanzelf blijft bestaan. Ze zijn het resultaat van strijd, afspraken en herinnering.
De gevaarlijkste leugen die vandaag opnieuw opduikt, is de bewering dat vrijheid efficiënter, strakker en beter georganiseerd kan worden door autoriteit. Dat vrijheid zou winnen bij minder debat, minder tegenspraak en snellere beslissingen. Wie dat belooft, bereidt haar afschaffing voor.
Vrijheid is per definitie inefficiënt. Ze kost tijd. Ze vraagt overleg. Ze veroorzaakt frustratie. Ze verdraagt twijfel en conflict. Ze is traag en rommelig. Dat is geen tekortkoming, dat is haar essentie. Zodra vrijheid wordt voorgesteld als een probleem dat moet worden opgelost, en niet als een principe dat moet worden beschermd, is de glijbaan ingezet.
In tijden van relatieve stabiliteit vergeet een samenleving hoe kwetsbaar vrijheid is. Ze wordt gewoon. Administratief. Iets dat er nu eenmaal is. Tot ze langzaam begint te verdwijnen. Dat is geen toeval. De geschiedenis toont telkens opnieuw hetzelfde patroon. Wanneer democratie traag aanvoelt, wanneer debat vermoeit en complexiteit frustreert, ontstaat er ruimte voor leiders die eenvoud beloven. Snelle beslissingen. Duidelijke vijanden. Een gevoel van orde. Ze zeggen niet dat ze de vrijheid willen afschaffen. Ze zeggen dat ze haar zullen verbeteren.
Ook religie speelt hierin opnieuw een centrale rol. Lange tijd leek het alsof religie in het Westen aan invloed verloor. Vandaag zien we het tegenovergestelde. Religie is terug, niet zozeer als geloof, maar als politiek instrument. In de Verenigde Staten proberen evangelische bewegingen via politieke leiders opnieuw greep te krijgen op de staat. Niet door de scheiding tussen kerk en staat openlijk af te schaffen, maar door haar stap voor stap uit te hollen.
Ook in Europa keert dat mechanisme terug. Religie wordt opnieuw gekoppeld aan identiteit. Europeaan zijn wordt voorgesteld als christen zijn. Politici beroepen zich op een zogenaamd christelijk erfgoed om zich af te zetten tegen andere religies, vooral de islam. Omgekeerd trachten orthodoxe moslims, zoals salafisten, via (koran)scholen, moskeeën en boeken jonge moslims aan te zetten tot afkeer voor onze liberaal-democratische grondrechten. Dat is een gevaarlijke evolutie. Niet omdat religie geen rol speelt in onze geschiedenis, maar omdat het seculiere bewust wordt verdrongen. Alsof men alleen maar een goed mens kan zijn door zelf militant religieus te worden.
Sociale media versterken deze evolutie. Ze belonen verontwaardiging, vereenvoudiging en wij-tegen-zij-denken. Nuance verdwijnt. Twijfel wordt zwakte. Kritiek wordt verdacht. Dat maakt samenlevingen vatbaarder voor autoritair denken.
Het is dan ook geen toeval dat autoritaire systemen vroeg of laat het onderwijs aanvallen. Dat zien we vandaag opnieuw in de Verenigde Staten, waar universiteiten en onderwijsinstellingen onder politieke druk staan. Niet omdat ze falen, maar omdat ze doen wat onderwijs hoort te doen. Kritisch denken aanleren. Alles in vraag stellen. Ook de macht.
Onderwijs is gevaarlijk voor autoritaire leiders. Het leert mensen niet wat ze moeten denken, maar hoe ze moeten denken. Het leert dat geen enkel verhaal onaantastbaar is. Dat ook de staat, de leider en de meerderheid bevraagd mogen worden. Een autoritair systeem kan daar niet mee om.
De vraag moet dan ook gesteld worden of morele vooruitgang onmogelijk is. Het antwoord is nee. Maar ze zit niet alleen in betere mensen. Ze zit vooral in betere structuren. In seculier onderwijs dat kritisch denken organiseert. In seculiere instellingen die macht verdelen in plaats van concentreren. In onafhankelijke rechtspraak die ook geldt wanneer ze politiek ongemakkelijk wordt. Met andere woorden in een rechtsstaat die haar eigen kritiek verdraagt.
De mens zal zichzelf blijven herhalen. Dat is geen pessimisme, maar realisme. De vraag is niet hoe we die herhaling stoppen, maar of we binnen die herhaling voldoende geheugen, structuur en moed opbouwen om de schade te beperken. Vrijheid is geen eindpunt. Ze is een voortdurende opdracht. Ze voelt zelden comfortabel aan. Maar precies daarom blijft ze het verdedigen waard.
Jean-Jacques De Gucht


