Teksten

Antizionisme. Een joodse geschiedenis – Benjamin Moser

Antizionisme. Een joodse geschiedenis – Benjamin Moser

Eerder dit jaar verscheen Antizionisme van de Amerikaans joodse historicus Benjamin Moser. Het boek werd door zionisten onmiddellijk afgeserveerd. De ontvangst van dit boek was op zijn zachtst gezegd rumoerig. Reden genoeg om er opgewekt aan te beginnen maar al gauw zou me blijken dat er weinig aanleiding voor zo’n positieve stemming was. In zijn inleiding schetst Moser (°1976) een bijzonder beeld van Theodor Herzl: chronisch leugenachtig, wangedrag tegenover zijn vrouw en kinderen, snotterig zelfmedelijden en tot slot zijn afkeer van joden. Volgens Moser was Herzl een van de grootste antisemitische extremisten van zijn tijd. Voorwaar, dat is niet mis! Moser groeide – net als ikzelf – op in de idee dat zionisme logisch was. Pas later zou hij beseffen dat de joodse staat wel degelijk het probleem was, dat zionisme het probleem was. Maar het bleek nog niet zo eenvoudig om dat zionisme te deconstrueren, af te leren.

Gaandeweg begreep Herzl dat de Palestijnen, net zomin als enig ander volk, hun land aan een stelletje buitenlandse indringers af zouden staan. In zijn boek schetst hij joden die zich niet met het zionisme konden vereenzelvigen. Lang voordat de joden het zionisme omarmden was dat zionisme van oorsprong een christelijk idee. Onder een protestantse minderheid leefde het idee dat met de terugkeer van de joden naar Palestina de wederkomst van Jezus aanstaande zou zijn. Lang hadden Joodse leiders terugkeer naar Palestina afgewezen en daarom leefden er ook nauwelijks joden in Palestina. Herzl gooide met zijn ‘Judenstaat’ echter alles omver. En natuurlijk, de Holocaust leek het gelijk van de zionisten te bevestigen. Met dit boek hoopt Moser een alternatieve visie op het Joodse leven over te brengen die vrij is van racisme, nationalisme en militarisme. Veel hedendaagse joden lijken te menen dat alleen zij slachtoffer zijn (van de Holocaust) maar het zionisme kent slechts één slachtoffer en dat is het Palestijnse volk. Met dit boek laat Moser zien dat ook het antizionisme al een lange geschiedenis kent.

In 1917 schreef de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour dat zijn regering welwillend stond tegenover de vestiging van een joodse staat in Palestina en hij voegde eraan toe: “Onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er niets dient te geschieden dat afbreuk doet aan de burgerlijke rechten en religieuze vrijheden dan de huidige niet-Joodse gemeenschappen in Palestina noch aan de rechten en politieke status van joden in andere landen.” Maar de Britten hadden helemaal geen zeggenschap in Palestina dus hoe kon hij zo’n belofte überhaupt doen? Balfour richtte zijn brief aan de zionisten. Het is bizar om te lezen hoe dat idee van een joodse staat langzaam maar zeker rijpte en vaste grond onder de voeten kreeg. Balfour was nota bene zelf een racist en antisemiet, hij had zowaar geprobeerd joden uit Groot-Brittannië te weren! Maar er waren wel degelijk Britten, ook op regeringsniveau die donders goed beseften dat mohammedanen en christenen plaats zouden moeten maken voor joden in Palestina. Het blijft echter bizar dat zo’n verklaring werd opgesteld ten behoeve van een clubje zionisten dat hooguit een paar duizend man sterk was en niet eens over een eigen gebouw kon beschikken. En wat zei Churchill over deze kwestie? “Ik accepteer niet dat de hond in de kribbe voorgoed het recht op gebruik vanaf kribbe toevalt, hoelang die er misschien al heeft gelegen.” De Palestijn was een hond en omdat hij toch al bezig was, trok hij zijn perfide vergelijking maar meteen door naar roodhuiden in Amerika en zwarte mensen in Australië. Schokkend dat een man met de achtergrond en statuur van Churchill zo kon, durfde en mocht denken! Al in 1920 realiseerden de Arabieren en Palestijnen zich dat ze met de komst van de zionisten niet alleen hun politieke overwicht zouden kwijtraken maar ook hun gebieden en heilige plaatsen. Kijk nu, meer dan honderd jaar later nog eens om u heen!

De homoseksueel Jacob Israël de Haan (1881-1924), aanvankelijk een zionist maar daarna een spijtoptant, merkte op: “Wij zijn wel een volk zonder land. Maar Palestina is niet een land zonder volk.” Hij zag hoe de Arabieren door de joden geweerd en tegengewerkt werden. De Haan koesterde steeds meer sympathie voor Arabieren en orthodoxe joden, beide zeer antizionistisch. De rapen waren gaar toen de Britten de zionisten toestonden belasting te heffen op matses. Daarmee financierden de orthodoxen hen die ze als hun ongelovige vijanden zagen. Maar de zionisten werden in het gelijk gesteld. De Haan werd al gauw de meest gehate vijand van de zionisten. Onvermoeid bleef hij uitleggen waarom de Arabieren niets moesten hebben van de zionistische doelstellingen: “Omdat Joodsch Nationaal Tehuis op den duur noodlottig zou worden voor de Arabische herleving in Palestina. Dat er grote Arabische landen elders gelegen zijn, is geen vergoeding voor de Palestinensische Arabieren.”

En al in 1923 maakte Emir Abdoellah van Transjordanië tijdens een meeting met zijn broer Feisal van Irak, hun vader Hoessein, koning van de Hidjaz en Jacob Israël de Haan volstrekt helder dat de Arabieren nooit zouden instemmen met Weizmanns streven om Palestina ‘zo joods te maken als Engeland Engels is.’ De Emir benadrukte dat alle Arabische landen open stonden voor joden maar dat hen geen speciale politieke privileges zouden worden toegekend. Op 30 juni 1924 werd De Haan vermoord door een zionistische huurmoordenaar. Niemand werd ooit voor de moord berecht.

Terwijl Palestina al begin jaren twintig aan de zionisten werd gegeven, zorgden Engeland en Frankrijk er tegelijkertijd voor dat de Arabische wereld vooral geen zeggenschap kreeg over het eigen gebied. De Britse gouverneur van Egypte schreef: “Het komt erop neer dat elk besluit naar eer en geweten wordt genomen, voor het welzijn van het onderworpen ras en gezien in het licht van de westerse kennis en ervaring.” We schrijven 1907 of daaromtrent. Kolonialisme pur sang. En al in 1917 was voor velen volstrekt helder dat het doel van het zionisme was een joodse meerderheid in Palestina te creëren en de Arabieren te verdrijven. De Arabieren werden inderdaad verdreven en kregen evenmin de mogelijkheid op het land van hun kolonisten te werken. Een stad als Tel Aviv was voor Arabieren verboden. En zolang de meerderheid van de bevolking nog Arabisch was, werden verkiezingen in Palestina verboden.

Egyptenaar Ahmad Sadiq Saad (1919-1988), een jood, liet in zijn boek Palestina in de klauwen van het kolonialisme onderbouwd zien hoezeer de zionisten zich van Palestina hadden meester gemaakt en de Palestijnen tot de marginaliteit dreven, uitbuitten en van hun rechten beroofden. De naqba moest toen nog plaatsvinden! En de Britten zorgden er wel voor dat de zionisten niets in de weg werd gelegd. Zowel in Egypte als in Palestina werd verzet tegen de zionisten als verzet tegen de Engelsen beschouwd! In 1948 begon de nieuwe staat Israël met het etnisch zuiveren van Palestina. Arabieren spreken sindsdien van de Naqba.

Kernpunt van het zionisme is dat de joden niet alleen een geloofsgemeenschap vormen maar ook een volk, een natie en daarmee werd het vormen van een joodse staat gerechtvaardigd. De joodse gemeenschap Beth Israël in Houston Texas verzette zich fel tegen die gedachte: “Dat we elke poging om een joodse staat te vestigen ten diepste afkeuren. Dergelijke pogingen geven blijk van een verkeerd begrepen missie van Israël.” Maar Israël, de staat, zou er komen, als compensatie voor de Holocaust.

De bekende Iraakse en Joods historicus Avi Shlaim (1945) noemt zichzelf een Arabische jood, in Israël is dat evenwel een ‘ontologische onmogelijkheid’. De Britten hadden zich na de Eerste Wereldoorlog Egypte, Irak, Palestina en Jordanië toegeëigend. Churchill had het lef om Irak ‘een ondankbare vulkaan’ te noemen. Net als in Egypte was de Joodse gemeenschap in Irak nog nooit aangevallen of bedreigd. Maar Ben Goerion verklaarde doodleuk “dat de joden in islamitische landen deel hadden uitgemaakt van een achterlijke, corrupte en onderontwikkelde samenleving, met een gebrek aan onafhankelijkheid en zelfrespect.”

In 1950 en 1951 deden zich in Bagdad zware bomaanslagen voor, reden voor veel Iraakse joden om het land te verlaten. Zo ook het gezin Shlaim. Avi Shlaim zou in de staatsarchieven van Israël leren dat Israël zich helemaal niet beperkte tot defensieve oorlogen maar integendeel, alle oorlogen zelf had geïnitieerd. Het narratief van de joden was dat zij tegenover een Arabische overmacht kwamen te staan maar toch wisten te winnen waarop honderdduizenden Palestijnen zelf besloten het land te verlaten. We weten inmiddels dat dit een leugenachtige voorstelling van zaken is. Zoals ook het verhaal dat de Arabieren na 1948 geen vrede zouden hebben gewild verzonnen is. Maar Ben Goerion was onverbiddelijk en deed er alles aan om het conflict voort te laten duren. Langzaam maar zeker zou Shlaim, heel anders dan zijn confrater Benny Morris, zijn zionistische koers verlaten. In 2017 zou uit onderzoek van Shlaim klinkklaar blijken dat het de joden zelf waren die drie van de vijf bommen in Bagdad hadden geplaatst in 1950 en 1951! De opdrachtgever van de Joodse bommenlegger was de Mossad. Het was een plan van de zionisten om de joden uit Irak te verdrijven. De zionisten hadden immers een tekort aan joden in Israël. Shlaim zou in zijn boek Genocide in Gaza de zwaarste der misdaden erkennen.

We zijn aangeland bij Hannah Arendt (1906-1975). Toen zij haar boek Eichmann in Jeruzalem: A Report in the Banality of Evil publiceerde, ontketenden de zionisten een ware hetze tegen haar. Ze werd voor zelfhater, antisemiet en nazi uitgemaakt. Zelf was Arendt zionist noch antizionist maar naarmate de oorlog vorderde nam zij steeds nadrukkelijker een antizionistische positie in. Ze realiseerde zich dat de Palestijnen nooit gelijke rechten zouden krijgen en dat de joden altijd in een vijandige omgeving zouden moeten leven.

Ben Goerion toonde zich niet betrokken bij het lot van individuele joden in de nazi-jaren. Hij verklaarde doodleuk de zaak van het zionisme veel belangrijker te vinden. Het waren de zionisten die een deal met Hitler sloten, de Ha’avara-overeenkomst op basis waarvan een ruilhandel tussen Duitsland en Palestina ontstond. Heel welkom voor de nazi’s die in Europa overal geboycot werden. Het behoeft geen nader betoog dat de zionisten en de nazi’s een gezamenlijk doel nastreefden, aldus Moser. Onder leiding van Avraham Stern waren de zionisten zelfs bereid openlijk de zijde van Hitler te kiezen. Ook verzetten de zionisten zich tegen de opname van joodse vluchtelingen tijdens de oorlog in andere landen dan Palestina. Volgens Moser beweerde Ben Goerion doodleuk dat de joodse cultuur floreerde in het getto van Warschau met vierentwintig boekhandels en bibliotheken. Zulke leugens durfde zelfs Goebbels niet aan! Sterker nog, Ben Goerion beweerde dat de joden de Holocaust aan zichzelf te wijten hadden: “Ze wilden niet naar ons luisteren”, aldus Moser.

Juist in deze dagen verscheen van Hannah Arendt haar Het zionisme bij nader inzien. Vier van haar essays over dit onderwerp, geschreven tussen 1946 en 1948. Alleen het laatste essay verscheen na de oprichting van de staat Israël. Zij voorspelde dat Arabieren en Palestijnen tweederangsburgers zouden worden en sprak zelfs van een joodse ‘Herrenstaat’. Ook de verdrijving van Palestijnen, desnoods met geweld, voorzag ze. We noemen dit nu vestigingskolonialisme: het bezetten van een vreemd land met de bedoeling de inheemse bevolking te verdrijven. En hoewel Israël graag en gretig het narratief uitdroeg dat de Arabieren geen vrede zouden willen waren het eerst en vooral de zionisten die niets voor vrede voelden.

Ronduit schokkend is het hoofdstuk over Felicia Langer (1930-2018) waarin de Israëlische samenleving zich laat zien als een volstrekt geperverteerde gemeenschap. Maar wat een moedige vrouw was deze Felicia Langer! Zij rapporteerde over misstanden in het Israëlisch rechtssysteem en over de misdaden die jegens de Palestijnen werden begaan door overheid, rechters, kolonisten, soldaten en burgers. Dit systeem was zelfs volgens historicus Benny Morris “gegrondvest op bruut geweld, repressie en angst, collaboratie en verraad, mishandeling en martelkamers, dagelijkse intimidatie, vernedering en manipulatie.” Ik geef hier slechts één voorbeeld: een zwangere Palestijnse vrouw wordt ervan beschuldigd (en daarvoor veroordeeld!) een steen te hebben gegooid naar de Joodse moordenaar van haar broer. Wat een moedige vrouw en wat een intrieste geschiedenis!

Niet alleen Herzl en Ben Goerion vallen door de mand. Ook Rabin blijkt zich niet altijd even voorbeeldig te hebben gedragen, bijvoorbeeld wanneer hij de Zuid-Afrikaanse premier, de extreem rechts-radicale John Vorster in het zonnetje zette door hem de belichaming van de idealen die Israël en Zuid-Afrika met elkaar delen te noemen. Israël werd daarmee toch een bondgenootschap de Apartheid. Mandela zou later zeggen dat Zuid-Afrika nooit zou vergeten dat Israël het apartheidsregime steunde en voegde daaraantoe: “Wij zijn pas vrij als Palestina vrij is.”

Het laatste hoofdstuk gaat over de Amerikaanse Joodse fotografe en activiste Nan Goldin. Ronduit schokkend om te lezen hoe Duitsland haar nog heel recent behandelde. De houding van Duitsland tegenover Israël is mij al jaren een gruwel. Ai Wei Wei schreef hierover: “Typerend voor een bureaucratie is dat de legitimiteit van de macht collectief wordt onderschreven, en daarom doen individuen afstand van hun morele oordeelsvermogen - of misschien hebben ze dat wel nooit ontwikkeld.”

Ik vind dit Antizionisme van Benjamin Moser een even opzienbarend als belangwekkend boek. En mijn eigen houding tegenover het zionisme onaangenaam naïef. Maar beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Ik heb ook altijd gedacht dat mannen als Theodor Herzl en David Ben Goerion respectabele kerels waren maar niets is minder waar. Moser beschreef aan de hand van twaalf mannen en vrouwen een indrukwekkende geschiedenis van het zionisme dat al aan het begin van de vorige eeuw ontstond. Zijn studie is buitengewoon goed en sterk onderbouwd ook al wordt hem dat door velen niet in dank afgenomen, zeker niet door zionisten. In zijn dankwoord stipt hij even aan dat hij veel vrienden door dit boek verloor om zichzelf meteen te corrigeren en dan zegt dat veel van zijn vrienden hem verloren. Een terechte verbetering lijkt me. Het is waar: de joden hebben sinds de Holocaust in ieder geval de schijn van morele zuiverheid gehad maar die mythe is nu wel definitief doorgeprikt: eerst door de genocide in Gaza en nu met dit belangwekkende boek van Benjamin Moser.

Inmiddels zijn de verkiezingen in Israël achter de rug en blijft Likud de grootste partij. De Israëliërs hebben geen duidelijke keuze gemaakt en nieuwe verkiezingen lijken onvermijdelijk. Maar wat ik veel erger vind, is dat de Israëlische kiezer geen aanleiding vond om Netanyahu die als geen ander de Holocaust koppelde aan het verwijt van antisemitisme dat daarmee de kracht van een islamitische fatwa leek te krijgen, op morele gronden weg te stemmen. En of het nu Netanyahu of Eisenkot wordt, voor de Palestijnen zal het niets uitmaken. Want, en dat is onverteerbaar, er is geen hoop meer voor de Palestijnen. De Israëlische joden zullen niet stoppen met het verdrijven en vernietigen van de Palestijnen. En wij? Wij staan erbij en kijken ernaar en we doen niets om de Palestijnen te helpen. Wij zijn allemaal medeplichtig aan het gruwelijk lot dat de Palestijnen nu ondergaan.

 

Recensie door Enno Nuy

Benjamin Moser, Antizionisme. Een joodse geschiedenis, De Arbeiderspers, 404 pagina’s. Vertaald door Toon Dohmen en Paul van der Lecq

Print Friendly and PDF
Wat heeft het liberalisme de das omgedaan? – Gene Frieda

Wat heeft het liberalisme de das omgedaan? – Gene Frieda