Europese eenheid als kracht tegenover China – Daniela Schwarzer
Voorafgaand aan zijn langverwachte reis naar Peking – zijn eerste als Duitse bondskanselier – gaf Friedrich Merz een openhartige oordeel over de internationale rol van China. Volgens Merz bevordert China systematisch afhankelijkheden, streeft het naar een hervorming van de internationale orde en zou het militaire gelijkheid met de Verenigde Staten kunnen bereiken. Bovendien zouden, zoals Duitse beleidsmakers steeds vaker benadrukken, de Russische president Vladimir Poetin zijn oorlog in Oekraïne – die al vier jaar duurt en de Europese veiligheidsorde van na de Koude Oorlog heeft doorbroken – niet kunnen voortzetten zonder de steun van China.
Deze openhartige diagnose van een systemische rivaal kan niet verhullen dat Duitsland voor een dilemma staat: ondanks de veiligheids- en economische uitdagingen die China met zich meebrengt, zou de druk op de Duitse economie kunnen pleiten voor een verzoenende houding ten opzichte van het land. Maar in plaats van concessies en deals voor Duitsland na te streven, zou Merz zich moeten richten op het organiseren van de Europese macht op een manier die effectief inspeelt op de uitdagingen van zowel China als de VS.
De diepe economische onderlinge afhankelijkheid die zich de afgelopen vier decennia tussen Duitsland en China heeft ontwikkeld, is nu in het nadeel van Duitsland uitgepakt. In 2025 was China opnieuw de belangrijkste handelspartner van Duitsland, met een bilaterale omzet van ongeveer 252 miljard euro (297 miljard dollar). Maar de invoer van elektronica, computerapparatuur en industriële componenten uit China heeft het bilaterale handelstekort tot recordhoogte gedreven – 89 miljard euro in 2025 – terwijl de afnemende Chinese vraag naar Duitse precisiemachines, voertuigen en chemische producten ervoor heeft gezorgd dat de export naar China in slechts drie jaar tijd met bijna 20% is gedaald, tot 81 miljard euro.
Wat economen de "China-schok 2.0" noemen, leidt tot een nationaal debat over het concurrentievermogen van Duitsland. China is een graadmeter omdat het is gezakt naar de zesde plaats onder de Duitse exportmarkten, terwijl het vijf jaar geleden nog op de tweede plaats stond, achter de VS.
De oorzaken van deze neergang zijn legio. Chinese bedrijven zijn beter in staat geworden om producten met een hogere waarde en technologisch complexere producten te vervaardigen en zijn daardoor niet langer afhankelijk van duurdere import. Tegelijkertijd hebben sommige Duitse bedrijven hun bedrijfsactiviteiten grotendeels gelokaliseerd in China, wat betekent dat ze in China produceren voor China. Wat de zaak nog moeilijker maakt, is dat de aanhoudende economische zwakte en de ernstige vastgoedcrisis in China de binnenlandse vraag hebben doen dalen. Kortom, de daling van de Duitse export naar China zal zich voortzetten.
De belangrijkste uitdaging voor Duitsland en voor Europa is om geopolitieke imperatieven te verzoenen met de economische praktijk en een evenwicht te vinden tussen kortetermijnbelangen en langetermijnspanningen, waaronder niet alleen enorme industriële overcapaciteit en verstoorde markttoegang, maar ook exportbeperkingen op kritieke materialen. De overcapaciteit van de Chinese productiesector is niet alleen een marktfenomeen, maar ook een machtsinstrument. De Chinese industrie overspoelt de markt met door de staat gesubsidieerde overproductie, wat de deflatie in China aanwakkert en druk uitoefent op de Europese prijzen.
Als China strategisch gebruikmaakt van onderlinge afhankelijkheid, volstaat het niet om dit feit alleen maar te erkennen en op te roepen tot "eerlijke concurrentie". Een Europese strategie moet concreet inspelen op de logica van het Chinese economische systeem.
Om te beginnen moet Europa snel actie ondernemen om de economische groei te stimuleren door meer te investeren in innovatie, schone technologieën en digitale infrastructuur, en tegelijkertijd de interne markt te verdiepen, met name op het gebied van diensten, kapitaalmarkten en energie. Het verminderen van fragmentatie van de regelgeving en het stroomlijnen van vergunningsprocedures zou particuliere investeringen mogelijk maken, vooral in combinatie met een gericht Europees industriebeleid dat strategische sectoren ondersteunt zonder de concurrentie te ondermijnen. Tegelijkertijd moet Europa zijn handelspartnerschappen uitbreiden tot buiten de traditionele markten en gezamenlijke financieringsinstrumenten inzetten om particulier kapitaal aan te trekken.
Ten tweede moeten kritieke afhankelijkheden van grondstoffen, sleuteltechnologieën en digitale infrastructuur systematisch worden verminderd. Dit betekent dat er duidelijk omschreven diversificatiedoelstellingen moeten worden vastgesteld, een Europese circulaire economie moet worden bevorderd en gezamenlijke Europese aanbestedingen moeten worden omarmd.
Ten derde is Europa begonnen met een verschuiving van vrijhandel naar een meer defensieve houding. Maar exportcontroles, investeringsscreening, antisubsidie-onderzoeken en nieuwe instrumenten voor industriebeleid moeten op Europees niveau nog strategischer worden gecoördineerd. Nationaal unilateralisme verzwakt ieders invloed. Europa moet zijn marktmacht gebruiken om een uniforme aanpak te ontwikkelen voor industriële overcapaciteit, industriële allianties en agenda's in multilaterale fora. China zou kunnen worden uitgenodigd om in Europa te investeren volgens duidelijke regels in ruil voor markttoegang.
Aangezien China economisch beleid als een geopolitiek instrument beschouwt, zal de reis van Merz naar China een belangrijke test zijn voor de geloofwaardigheid van Europa. Om die test te doorstaan, zijn bindende toezeggingen nodig. Als de Duitse bondskanselier oproept tot Europese eenheid, kan de Duitse regering niet tegelijkertijd nationale industriële uitzonderingen nastreven. China observeert nauwlettend waar de Europese cohesie wankelt en test systematisch de consistentie van de Europese Unie. Een uniforme Europese strategie vereist strategische discipline.
Terwijl China technologische en industriële dominantie nastreeft, is een groeimodel dat overcapaciteit en toenemende sociale spanningen veroorzaakt, niet onkwetsbaar. De EU beschikt over belangrijke troeven die zij kan inzetten in haar concurrentie met China: de kracht van de interne markt, regelgevende capaciteit en technologische excellentie. Maar deze troeven leveren alleen invloed op als Europa eensgezind optreedt.
Tegelijkertijd mag systemische concurrentie de ruimte voor samenwerking niet tenietdoen. Op het gebied van klimaatbeleid en mondiale financiële stabiliteit blijft pragmatische betrokkenheid bijvoorbeeld noodzakelijk. Maar samenwerking kan alleen duurzaam zijn als zij berust op duidelijk omschreven belangen en verminderde kwetsbaarheden.
Om de omvang van de uitdaging die China vormt het hoofd te bieden, moet Merz bereid en in staat zijn om de macht van Europa te mobiliseren. Strategische rivaliteit vereist strategische actie. Het bezoek van Merz zal alleen meer zijn dan symbolische economische diplomatie als het de Europese eenheid naar buiten toe en de Europese discipline naar binnen toe uitdraagt.
Daniela Schwarzer
De auteur is lid van de raad van bestuur van de Bertelsmann Stiftung, is voormalig directeur van de Duitse Raad voor Buitenlandse Betrekkingen, voormalig uitvoerend directeur voor Europa en Centraal-Azië bij de Open Society Foundations, en auteur van Krisenzeit: Folgen Sicherheit, Wirtschaft, Zusammenhalt – Was Deutschland jetzt tun muss (Piper, 2023). © Project Syndicate, 2026. www.project-syndicate.org


