De regering subsidieert de schaarste die ze wil bestrijden – Lode Cossaer

De regering subsidieert de schaarste die ze wil bestrijden – Lode Cossaer

De federale regering trekt 80 miljoen euro uit om hogere energieprijzen te compenseren. Dat is helaas alweer een voorbeeld van slecht beleid. Wanneer een product duurder wordt omdat het schaarser is, is het onverstandig om precies dat verbruik te gaan subsidiëren. In dit geval is het extra merkwaardig, omdat de prijzen na hun eerste piek alweer deels waren gedaald.

Dit is elementaire basiseconomie, waarvan je mag verwachten dat politici die begrijpen. Een prijsstijging is het gevolg van een veranderde verhouding tussen vraag en aanbod. In dit geval is er minder beschikbaar, terwijl de vraag hoog blijft. De hogere prijs geeft dan een signaal: verbruik minder, stel aankopen uit, zoek alternatieven. Dat is onaangenaam, maar het is wel hoe een economie zich aanpast aan schaarste. Zodra de overheid die hogere prijs afzwakt met subsidies, verzwakt ze ook dat signaal. Ze maakt het aantrekkelijker om het verbruik op peil te houden, waardoor de druk op de prijs langer blijft bestaan.

Dat is de reden waarom het subsidiëren van de vraag altijd slecht beleid is. Schaarste verdwijnt niet omdat de overheid een deel van de factuur overneemt. Ze verdwijnt door meer aanbod of minder verbruik. Wat overheden daarentegen graag doen, is stoer tussenkomen, zodat ze kunnen zeggen dat ze “de mensen beschermen”. Politiek opportunistisch is dat begrijpelijk. Economisch is het contraproductief.

Ook deze energiemaatregelen illustreren die gemakzucht. De oorzaak kunnen ze niet aanpakken, dus proberen ze de consumptie kunstmatig betaalbaar te houden – wat niet zal werken. Daar komt nog bij dat de uitwerking omslachtig is. Een aanzienlijk deel loopt via werkgevers, die hogere tussenkomsten moeten voorschieten en later compensatie krijgen. Dat maakt de maatregel duur om te organiseren en lastig uit te voeren. Voor een heel beperkt effect creëert men opnieuw een complex systeem van voorschotten, terugbetalingen en administratieve rompslomp.

Bovendien wordt dit verkocht als steun “voor de werkenden”, terwijl dat de lading niet dekt. Het gaat in werkelijkheid om steun voor wie fossiele brandstoffen gebruikt, betaald met algemene middelen. Wie weinig rijdt, met het openbaar vervoer gaat, dicht bij het werk woont of al inspanningen deed om minder afhankelijk te zijn van fossiele energie, betaalt dus mee voor wie dat niet deed. Men kan dat verdedigen als politieke keuze, maar niet eerlijk voorstellen als een algemene maatregel voor arbeid.

Ook een sociale rechtvaardiging houdt weinig stand. Armoedebeleid hoort zo georganiseerd te zijn dat het niet bij elke prijsschommeling ad-hocmaatregelen vereist voor één specifiek product. Wie mensen met een laag inkomen wil beschermen, moet dat doen via een coherent inkomensbeleid, niet via subsidies die afhangen van een bepaald consumptiepatroon. Waarom zou iemand in armoede die veel fossiele brandstoffen verbruikt meer steun moeten krijgen dan iemand in armoede die zuinig leeft, geen auto heeft of al minder afhankelijk is van fossiele energie? Ook mensen in armoede kunnen niet volledig worden afgeschermd van schaarste. Als fossiele energie duurder wordt omdat ze schaarser is, dan geldt ook voor hen dat er geëconomiseerd zal moeten worden.

Het vreemde is bovendien dat de regering zich haast om een probleem te bestrijden dat al kleiner was geworden. De energieprijzen gingen omhoog door de oorlog in Iran, maar zakten daarna alweer ten opzichte van de eerste piek. De regering reageert dus te laat op een al voorbijgaande marktschok.

Het grootste onderliggende probleem is echter de schaal van het hele debat. Uiteindelijk gaat het over 80 miljoen euro, plus natuurlijk de administratieve kosten. In een land met een begrotingstekort van ongeveer 25 miljard euro werd dagenlang onderhandeld en geprofileerd over zo’n peulenschil. Allemaal tijd en energie voor een kleine, tijdelijke en economisch contraproductieve maatregel die vooral voortkwam uit de profileringsdrang van politici.

De echte opdracht, waar leiderschap nodig is, ligt elders. In een onzekere wereld zullen prijzen schommelen. De overheid kan burgers niet tegen elke prijsschok afschermen. Wat ze wel hoogdringend moet doen, is de staatsfinanciën op orde brengen. Dat vergt politieke eerlijkheid. De uitgaven zullen omlaag moeten, of de belastingen omhoog, of allebei. De levensstandaard van sommige burgers zal dalen — wie iets anders beweert, liegt.

Zelf zou ik eerst kijken naar de grootste uitgavenposten, zoals de hoogste wettelijke pensioenen, waar vandaag veel geld naartoe gaat, ook naar mensen met een aanzienlijk vermogen. Daar besparen om ruimte te geven aan wie werkt en weinig heeft, lijkt mij socialer dan fossiel verbruik subsidiëren. Over die keuzes kan men van mening verschillen. Maar schaarste bestrijden door de vraag te subsidiëren, is geen ernstig beleid. Het is platvloers stemmen proberen te kopen op kap van de begroting.

 

Lode Cossaer

De auteur is medewerker aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Dit opiniestuk verscheen eerst in De Morgen van 27 april 2026.

Print Friendly and PDF
Erfgoed van Europa – Elizabeth Drayson

Erfgoed van Europa – Elizabeth Drayson