Het algoritme van de onvrijheid – Jean-Jacques De Gucht
De resultaten van het recente VRT-onderzoek “De foto van Vlaanderen” naar hoe jongeren kijken naar gender, homoseksualiteit en transpersonen zouden ons eigenlijk allemaal moeten wakker schudden. What’s in a name. Want als dit effectief de foto van Vlaanderen is, dan is Vlaanderen er niet bepaald mooier op geworden. Maar misschien nog belangrijker dan de resultaten zelf, is de analyse die eraan gekoppeld wordt. Dat dit zogezegd zou wijzen op een terugkeer naar “traditionalisme” of “conservatisme”. Volgens mij gaat die vlieger niet op.
Dit gaat niet over conservatisme of traditionalisme. Dit gaat over identitaire politiek. Bovendien zijn begrippen zoals “traditionalisme” en “terug naar traditionele waarden” op zich vaak al een verheerlijking van een verleden dat nooit echt bestaan heeft. Alsof er ooit een homogeen, stabiel en duidelijk verleden was waar iedereen zijn plaats kende, zonder conflict, zonder onzekerheid en zonder maatschappelijke spanningen. Geschiedenis is nooit zo eenvoudig geweest.
Wat we vandaag zien, is iets anders. Mensen voelen dat de wereld verandert. Snel. Misschien soms té snel. Er is economische onzekerheid, migratie, digitalisering, artificiële intelligentie, sociale media die permanent inspelen op emotie en conflict. Jongeren groeien op in een wereld waarin alles voortdurend beweegt, waar niets nog echt vast lijkt te liggen en waar onzekerheid bijna een constante geworden is. Dat gevoel is reëel. Dat moeten we ook durven erkennen. Maar het probleem ontstaat wanneer die onzekerheid bewust gevoed wordt en vertaald wordt naar vijanddenken.
Plots ligt de oorzaak van maatschappelijke onrust altijd bij “de ander”. De migrant. De moslim. De elite. De progressieve. De woke-beweging. Of omgekeerd: de conservatief, de blanke man, de gelovige. Mensen worden voortdurend tegen elkaar opgezet, omdat angst mobiliseert en conflict rendeert. En net daar raken extremen elkaar. De bange nationalisten die zich afzetten tegen religieus moslimfundamentalisme gebruiken vaak exact dezelfde mechanismen als dat fundamentalisme zelf: angst voor verandering, angst voor verlies van identiteit, nood aan duidelijke vijanden en nood aan absolute zekerheden. Les extrêmes se touchent.
Wat mij bovendien zorgen baart, is dat ook een deel van de traditionele democratische politiek daarin begint mee te schuiven. Politici die zichzelf omschrijven als liberaal, progressief of democratisch nemen steeds vaker delen van dat discours over, omdat ze voelen dat ze daar likes mee krijgen, applaus mee krijgen, klopjes op de rug mee krijgen op sociale media.
Maar dat is net niet waar politiek voor dient. Je zit niet in de politiek om populair te zijn. Je zit niet in de politiek om mensen voortdurend naar de mond te praten. Je zit in de politiek om een maatschappij mee vorm te geven, om ideeën te verdedigen en om soms tegen de stroom in te durven gaan wanneer dat nodig is. Democratische politiek heeft net de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat extremen geen voet aan wal krijgen. En toch zie je vandaag bijna overal hetzelfde mechanisme: partijen die vertrekken vanuit openheid en democratie schuiven langzaam op uit angst om irrelevant te worden. Het succes van figuren zoals Nigel Farage, ondanks de chaos en verdeeldheid die Brexit Groot-Brittannië heeft gebracht, toont hoe sterk identitaire nostalgie vandaag werkt.
Niet omdat mensen massaal terug willen naar traditie, maar omdat men hen een gevoel verkoopt van controle, duidelijkheid en een verleden dat zogezegd eenvoudiger was. En dat zie je vandaag overal in de westerse wereld. Ook in de Verenigde Staten. Leugens worden waarheid omdat ze eindeloos herhaald worden. Niet omdat ze juist zijn, maar omdat sociale media emotie belonen en nuance afstraffen. Dat is misschien wel het gevaarlijkste aspect van deze tijd.
Sociale media zijn niet zomaar neutrale platformen. Ze versterken emoties, verontwaardiging en conflict. In zekere zin doen ze denken aan wat nieuwe massamedia in de twintigste eeuw deden: mensen voortdurend onderdompelen in één bepaald wereldbeeld tot dat wereldbeeld vanzelfsprekend begint aan te voelen. En als we niet oppassen, ondergraven we precies datgene wat ons het meest dierbaar zou moeten zijn: vrijheid. Want vrijheid is niet alleen kunnen zeggen wat je wil. Vrijheid is ook leven in een samenleving waar nuance mogelijk blijft. Waar verschillen niet automatisch leiden tot vijandbeelden. Waar democratie sterk genoeg blijft om complexiteit, twijfel en kritiek te verdragen.
Geschiedenis beweegt zich als een slinger. Samenlevingen bewegen van openheid naar angst, van nuance naar radicalisering, van verbondenheid naar polarisering, tot de slinger opnieuw terugslaat. Alleen stel ik mij soms de vraag of we vandaag niet te lichtzinnig omgaan met wat vrijheid eigenlijk betekent. Of we niet zodanig gewend geraakt zijn aan democratie, vrede en openheid dat we vergeten hoe kwetsbaar die zijn.
Misschien zal een volgende generatie opnieuw moeten ontdekken wat eerdere generaties na de Tweede Wereldoorlog wél heel goed begrepen: dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is, en dat democratie niet sterft in één grote klap, maar langzaam, wanneer angst, gemakzucht en polarisering belangrijker worden dan moed, nuance en verantwoordelijkheid.
Jean-Jacques De Gucht


