Make Democracy Great Again – Dominique Willaert

Make Democracy Great Again – Dominique Willaert

Uit onderzoek van Varieties of Democracy (V-Dem) van de universiteit van Göteburg, een van de belangrijkste datasets op het gebied van democratie en staatsinrichting, waren er 25 jaar geleden wereldwijd ongeveer 120 democratieën. Vandaag is dat aantal gedaald naar 87 democratieën en zijn er momenteel 92 autocratieën. Daarbij stelt het onderzoek vast dat zich een verschuiving voordoet van liberale democratieën naar electorale democratieën. Bij dat laatste kunnen de burgers nog via regelmatige en vrije verkiezingen hun leider(s) kiezen, maar gebeuren ingrepen in kiesomschrijvingen en zijn de media en rechterlijke macht in handen van politici die hun invloed gebruiken om de kansen van hun tegenstanders te verkleinen en zo de macht kunnen behouden. Soms lukt dat niet helemaal zoals in Hongarije waar Viktor Orbán een verpletterende nederlaag leed. Maar in andere gevallen zoals vroeger in Polen, en nu in Turkije, India, Rusland en zelfs de VS gaat het in die richting.

De afzwakking van de democratie spoort met de wereldwijde opkomst van extreemrechts. Door hun populisme, hun keiharde polarisatie, hun vingerwijzen naar zondebokken – de vreemdelingen, de moslims, de anderstaligen, de progressieven, de vermeende elites – verdelen ze de samenleving steeds meer in een ‘wij’ tegenover ‘zij’ situatie. Daarbij schilderen ze onafhankelijke instituten zoals de rechterlijke macht, de wetenschappers, de journalisten, de onderwijzers en andere intelligentia af als onderdeel van die ‘corrupte’ elites. En met succes. In grote Europese landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland, maar ook in Nederland (PVV, Forum voor Democratie, Ja21, BBB) en Vlaanderen staan extreemrechtse partijen op kop in de peilingen. En nog verontrustender is dat hun gedachtengoed steeds meer burgers beïnvloedt. In maart 2026 deden de Universiteit Antwerpen en Université Libre de Bruxelles een bevraging voor De Stemming waaruit blijkt dat ongeveer een derde ontevreden is over de werking van de democratie en een grotere openheid betonen voor een autoritair systeem.

Met de opkomst van extreemrechts, en in mindere mate extreemlinks, blijken vooral de traditioneel democratische partijen te imploderen. Doordat ze al decennialang mee aan de macht zijn en dus vaak compromissen moesten sluiten voor het vormen van een regering, vervagen hun ideologische verschillen. De extreme partijen die nooit in een regering zaten, en dat vaak ook niet willen, hoeven geen compromissen te sluiten en blijven dus ‘zuiver’ in de leer. Ook in landen waar het systeem berust op ‘the winner takes all’ waarbij de kandidaat of partij met de meeste stemmen in een kiesdistrict de volledige vertegenwoordiging of alle zetels wint, zoals in het Verenigd Koninkrijk, India en de VS zien we hoe de extremen binnen de grote partijen steeds sterker worden, de gematigden verliezen en de democratie onder druk komt te staan. Wat moet er gebeuren om de democratie te redden, zo vragen steeds meer wetenschappers, onderzoekers, middenveldorganisaties en politici zich af?

In zijn nieuwste boek Make Democracy Great Again onderzoekt de Belgische opiniemaker, columnist en activist Dominique Willaert waarom grote groepen mensen zich afkeren van de politiek, open staan voor meer autoritaire ideeën en politici, en hun stem geven aan extreme partijen. Wat te doen? Zijn allereerste stap is luisteren naar de mensen die voor die extreme partijen en figuren stemmen om zo de oorzaken van hun aantrekkingskracht te begrijpen. Dat deed hij onder meer in de Denderstreek waar het Vlaams Belang hoge scores haalt en in Ninove zelfs de burgemeester levert, en schreef daarover het interessante boek Niet alles, maar veel begint bij luisteren. Hetzelfde deed hij in het voorjaar 2024 in de Rust Belt States in de Verenigde Staten waar heel veel mensen van plan waren om voor Trump te stemmen – wat nadien ook effectief gebeurde – en waarover hij het boek En wat nu? De coup van Trump en de superrijken schreef.[1] Zo vernam hij hoeveel mensen ontgoocheld, wrevelig en zelfs rechtuit woedend zijn omdat ze zich door de klassieke democratische partijen en politici in de steek gelaten voelen.

Dat laatste is een opvallende en snelle trend. Na de val van de Berlijnse Muur en de ondergang van het communisme, leek de liberaal democratische staatsvorm het ideologische pleit te winnen. Francis Fukuyama had het zelfs over ‘het einde van de geschiedenis’. De ‘liberal way of life’ had overwonnen. Maar een kwart eeuw later blijft van dat optimisme maar weinig over. De redenen liggen voor de hand, aldus Willaert en hij wijst op de teloorgang van de plaatselijke fabrieken, het massaal jobverlies, de afbraak van de publieke dienstverlening en de ontwrichting van het sociale weefsel in steden en dorpen. Heel veel mensen waarmee hij sprak, voelen zich gewoon in de steek gelaten. “Handelaars in stads- en dorpskernen verdwenen, banken en publieke diensten zoals postkantoren sloten hun deuren of fuseerden, en het openbaar vervoer werd stelselmatig afgebouwd of overgeheveld naar de private sector,” stelt hij vast. Het gaat zelfs over meer: ook buurtwinkels, cafés, geldautomaten, dokterspraktijken, lokale kantoren van ziekenfondsen en vakbonden, sociaal dienstbetoon van politici, dorpsscholen, kleine ziekenhuizen, wijkagenten, gratis advertentiebladen, enzovoort zijn in de loop van de voorbije decennia verdwenen of gingen op in een groter geheel.

“Heel veel mensen, zowel in het Westen als in het voormalige Oostblok, kampen sinds het begin van de globalisering met verlieservaringen: verlies van jobs, van sociale en economische zekerheid, en van respect, erkenning en politieke betrokkenheid,” aldus Willaert. Zij vinden bij extreemrechtse partijen wél gehoor. Het is een harde analyse die de huidige situatie in heel wat westerse landen goed weergeeft, maar niet volledig is. Het klopt dat door de globalisering lokale werkgelegenheid verloren ging, maar we moeten erkennen dat het ook positieve gevolgen had en heeft. Uit onderzoek van de Wereldbank blijkt dat de voorbije drie decennia zowat 1,5 miljard mensen uit de extreme armoede zijn gehaald dankzij de globalisering. Het bracht ook mee dat producten, zoals computers, smartphones, en tal van huishoudelijke apparaten, die we met zijn allen massaal gebruiken en onmisbaar vinden, goedkoper werden. Het zorgde voor veel jobs in landen waar voordien massale werkloosheid bestond.[2] Globalisering zorgde er ook voor dat innovaties en wetenschappelijke kennis (zoals nieuwe landbouwmethodes, betere medische behandelingen en doeltreffende geneesmiddelen) sneller gedeeld en toepassing kregen. Dat neemt niet weg dat nearshoring – het dichter bij eigen land brengen van bedrijfsactiviteiten – steeds meer succes kent en, alleen al om ecologische redenen, aanmoediging verdient.   

Protectionisme – zoals het verplichten of subsidiëren van bedrijven om zich in eigen land te vestigen en het heffen van hogere importtarieven – zoals Trump doet, leidt tot innovatieve achteruitgang en een verstoring van de vrije wereldhandel. Ook het nationaliseren van bepaalde bedrijfstakken heeft in het verleden bewezen dat het meer slecht dan goed doet. Dat leidt immers tot innovatieve stilstand, inefficiëntie, slechtere service, hogere prijzen, corruptie en achteruitgang van het investeringsklimaat. Dat neemt niet weg dat de overheid veel meer moet investeren in een betere en persoonlijkere publieke dienstverlening, denk aan het openbaar vervoer. De manier waarop in Vlaanderen de voorbije jaren buslijnen worden afgeschaft, en er zelfs een voorstel kwam om dat ook te doen voor kinderen met een bepaalde beperking, is gewoon hemeltergend. Het isoleert vooral oudere en zieke mensen. Nabijheid, maar ook persoonlijk contact zijn noodzakelijk – in kleinere stations zit geen personeel meer – om de band met de burger deels te herstellen. In feite zou er een nieuw Sociaal Impulsfonds voor kleinere steden en gemeenten moeten komen met een alomvattend plan voor een betere leef- en woonkwaliteit, meer kwalitatieve sociale woningen, een degelijk openbaar vervoer, en het versterken van het sociaal weefsel. We zouden zelfs fiscale stimuli moeten geven aan wie nieuwe initiatieven neemt zoals het openen van een bakkerij, een bankfiliaal, een school, een dokterspraktijk, enz. door ze vrij te stellen van onroerendgoed- en vennootschapsbelastingen en te ontlasten van al teveel bureaucratische regels.[3]

Het zal echter veel meer vergen dan dat. Willaert beseft dat en heeft het ook, en terecht, over een gebrek aan erkenning en respect voor de gewone man en vrouw, iets wat mensen in tijden van angst en onzekerheid nog veel dieper treft. Economische onzekerheid, waarbij mensen niet weten hoe ze elke maand de eindjes aan elkaar kunnen knopen, is moordend. Tijdens zijn reis door de VS ontmoette Willaert quasi niemand die geen tweede job nodig had om financieel rond te komen. Die trend slaat ook over op Europa waar vooral studenten, bepaalde werknemers en gepensioneerden via flexi-jobs het hoofd boven water proberen te houden. Die onbelaste jobs ondermijnen op de lange termijn de solidariteit en de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid die we – zeker in ons land – gelukkig nog hebben. Daarbij verdringen ze reguliere banen zodat ze nauwelijks bijdragen tot een verlaging van de werkloosheid. Maar ook op dit sociaal- en economisch vlak voert extreemrechts een ranzig discours. Voor hen zijn de vreemdelingen de schuldigen. Ze nemen niet alleen onze jobs af, maar ook onze huizen, en onze sociale zekerheid, zo beweren ze. Dat zijn boodschappen die ze voortdurend verspreiden via hun sociale media. ‘Architecten van de haat’, zo omschrijft Willaert hen.

Extreemrechts komt ook steeds meer aan bod in de traditionele media. Tom Van Grieken wordt om de haverklap uitgenodigd in radio- en televisieprogramma’s, als was hij een normale politicus. Het gevolg is een toenemende normalisering van zijn gedachtengoed waardoor extreemrechts meer salonfähig wordt. Nog erger is dat sommige democratische partijen extreemrechtse ideeën overnemen, zeker als het over migratie gaat. Dat zien we in het parlement waar ze het onzalige idee van de woonstbetredingen mee goedkeuren, of in het Europees Parlement waar ze akkoord gaan met terugkeerhubs voor asielzoekers naar landen die niet het land van herkomst zijn van de uitgeprocedeerden, en in hun meegaandheid om zaken te doen met de Taliban-moordenaars om Afghanen in ons land terug te nemen. Maar ook in het kortwieken van subsidies aan media die hen niet welgevallig zijn, in de manier waarop ze burgerlijk protest en activisme willen criminaliseren, in de wijze waarop regeringen, hier en elders, lak hebben aan vakbonden en het middenveld. Willaert wijst op het gevaar van deze evolutie en veroordeelt tegelijk scherp de extreemrechtse mythes die veel mensen, maar blijkbaar ook sommige journalisten, intellectuelen (zoals Mark Elchardus) en democratische politici, over de zwarte streep trekken.

In zijn laatste hoofdstuk over Tien bouwstenen voor een weerbare democratie geeft Willaert aan hoe we de harten en geesten van de bevolking kunnen heroveren. Het zijn tien ambitieuze, goed doordachte en efficiënte methodes die een dam kunnen opwerpen tegen het populistische discours van extreemrechts en van andere partijen die hen achternalopen. Zo heeft hij het over het bieden van erkenning en bestaanszekerheid, het verdedigen van de belangen van gewone mensen, het verdedigen van onze taal tegen extreemrechts, het aanmoedigen van burgers om zich te engageren in het maatschappelijke middenveld, en het stimuleren en versterken van de geletterdheid. Zijn punt 7 is bijzonder en luidt als volgt: “Laat het ons vooral hebben over wat we met elkaar delen”. Er bestaat vandaag een groot onvermogen van de bestaande democratische partijen om een wervend, ambitieus en vooral geloofwaardig democratisch project als alternatief voor te leggen. Een strijdvaardige Willaert roept op tot frontvorming van “vakbonden, mutualiteiten, vrouwen-, antiracisme – en milieubewegingen” in één collectieve identiteit. Dat er onderling verschillen zullen bestaan erkent hij, maar hij schrijft: “Tegenover het vast blijven hangen in het eigen grote gelijk, spreidt zich klaarblijkelijk een immense ruimte uit waarin mensen kunnen leren luisteren naar elkaar en onderhandelen over de vele zaken – zowel materiële als immateriële – die ze met elkaar gemeen hebben.” Hij heeft het dan ook over een “zoektocht naar een gedeelde agenda”.

Er zal echter meer nodig zijn om het conservatieve, nationalistische en extreemrechtse blok te counteren. Waarom niet zoeken naar een veel bredere progressieve beweging, naar overeenkomsten tussen alle democratische krachten, met socialisten die de solidariteit nog centraal stellen, liberalen die het humanisme nog omarmen, christendemocraten die nog opkomen voor de zwaksten, en groenen die zich inzetten voor de toekomstige generaties. Een brede progressieve beweging van mensen die streven naar rechtvaardigheid, dienstbaarheid, generositeit en zorg voor het klimaat. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar ook hier lijkt het mij nodig dat mensen van goede wil naar elkaar luisteren en in gesprek gaan. Make Democracy Great Again bevat alvast heel wat interessante ideeën daartoe, al ben ik het als liberaal niet met alles eens. Zo blijft het mijn overtuiging dat een gecontroleerde vrije markt de sterkste motor voor welvaart is, dat privileges en verstikkende bureaucratische regels moeten weggewerkt worden, dat individualisme of zelfbeschikkingsrechtsrecht een zegen is (denk aan vrouwenrechten, abortus, homohuwelijk, euthanasie), dat machtsconcentratie zowel in de private sector als bij de overheid een gevaar vormen, en dat eerlijke concurrentie en wereldhandel een conditio sine qua non zijn.

Maar er zijn meer overeenkomsten. Zoals dat onderwijs gratis moet zijn (Willaert heeft het over geletterdheid, een 19de-eeuwse term toen volksverheffing nog werd verdedigd in progressieve kringen), dat er fors geïnvesteerd moet worden in sociale woningbouw, dat iedereen recht heeft op betaalbare mobiliteit en dat er dus een fijnmazig openbaar vervoer moet komen, dat klimaat- en milieuproblemen structureel moeten worden aangepakt (zoals bedrijven die volledig CO2-neutraal moeten functioneren), dat werknemers niet mogen uitgebuit worden (zoals het geval was in de Borealis-affaire), dat een sterk sociaal opvangnet noodzakelijk is, dat we samen moeten opkomen voor het asielrecht als een fundamenteel mensenrecht, dat we duidelijk maken dat migratie wel degelijk positieve kanten heeft, dat belastingen echt progressief moeten zijn waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, dat mensen en organisaties het recht hebben om te protesteren tegen bestuurlijke wanpraktijken en beslissingen, dat monopolies en kartels moeten doorbroken worden (denk aan de grote tech-bedrijven). En vooral ook dat 8 mei opnieuw een feestdag moet worden als herdenking van de overwinning van de democratie op het nazisme, zodat burgers en vooral scholieren begrijpen waar ze die feestdag aan te danken hebben.[5]  

Willaert kan niet alleen goed luisteren, hij is ook een bruggenbouwer. In de Denderstreek slaagde hij erin om mensen met totaal verschillende ideologische overtuigingen rond de tafel te brengen. Niet dat ze nadien elkaar om de armen vielen, maar er werden wel zaadjes van begrip en overeenstemming gezaaid. Zou men in een bredere context dan niet kunnen komen tot een reeks breed gedragen progressieve standpunten? “Laten we elke dag opnieuw reageren op onrecht,” zo besluit Willaert. Dit boek geeft er alvast een sterke aanzet toe en moet dan ook breed gelezen worden, vooral in kringen waar men vergeten is wat ‘progressief zijn’ echt betekent.

 

Recensie door Dirk Verhofstadt

Dominique Willaert, Make Democracy Great Again, Houtekiet, 2026

[1] De Rust Belt States zijn de staten in het noordoosten en het Midwesten van de VS waar vroeger veel industriële activiteit was, maar waar nu veel werklozen zij. De meeste mensen uit de arbeidersklasse stemden in 2024 voor Trump. Willaert bezocht New Jersey, Virginia, North Carolina, Kentucky, West-Virginia, Ohio en Pennsylvania.

[2] De belangrijkste productiefaciliteiten van het populaire en goedkope automerk Dacia bijvoorbeeld, bevinden zich in Roemenië en in Marokko. De tewerkstelling is er enorm gestegen, de lonen zijn er lager dan in West-Europa maar zijn er bovengemiddeld goed, vakbonden zien er streng toe op de sociale rechten en arbeidsvoorwaarden, de fabriek in Tanger is hypermodern en volkomen CO2-neutraal, en de infrastructuur (wegen en havens) is er drastisch verbeterd.

[3] Guy Verhofstadt, De burger in opstand, De Arbeiderspers, 2026, pp. 287-288.

[4] 8 mei was vroeger een officiële feestdag in België ter herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. In 1974 beperkte de regering-Tindemans het aantal feestdagen als besparingsmaatregel, en uiteindelijk schafte de regering-Martens deze feestdag in 1983 af.

Print Friendly and PDF
Het mysterie van de tijd – Carlo Rovelli

Het mysterie van de tijd – Carlo Rovelli