De mythe van de wereldwijde chaos – Zaki Laïdi
De chaotische diplomatie tussen de regering van president Donald Trump en Iran levert nog meer bewijs dat de wereldpolitiek onbegrijpelijk is geworden. Maar als je een stapje terug doet, zie je dat alle grote conflicten van vandaag de dag deel uitmaken van één geheel, en dat er ondanks de schijnbare entropie een krachtige logica van aanpassing en veerkracht aan het werk is.
De vier grootste brandhaarden van dit moment vloeien voort uit historische processen die ze grotendeels voorspelbaar maakten. De wreedheid van de Russische invasie van Oekraïne mag de wereld dan wel hebben geschokt, maar de oorlog zelf vloeide voort uit de welbekende wrok en onzekerheden van het Kremlin. President Vladimir Poetin had al lang duidelijk gemaakt dat hij een hekel had aan het idee van Oekraïense onafhankelijkheid of strategische aansluiting bij het Westen. Zoals de voormalige Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski in de jaren negentig waarschuwde: “Zonder Oekraïne houdt Rusland op een imperium te zijn.”
De implicatie was dat Rusland, met Oekraïne weer onder zijn controle, weer groot zou worden. Alles wat daarop volgde, vloeit voort uit dit historische verlangen. Er is geen behoefte aan chaostheorie of psychoanalyse. De oorlog is simpelweg het resultaat van de Russische vastberadenheid om zijn status als postimperiale macht niet te accepteren.
Een tweede brandhaard, Taiwan, draagt het potentieel in zich voor wereldwijde verwoesting. Maar ook hier is de inzet niet fundamenteel veranderd sinds de Koreaanse Oorlog. Toen bracht de VS zowel Taiwan als Zuid-Korea binnen haar veiligheidsperimeter. Mao aarzelde zelf om zich ermee te bemoeien, juist omdat hij vreesde dat een oorlog op het schiereiland hem zou afleiden van de verovering van Taiwan die hij van plan was. Maar het was te laat. De Koreaanse Oorlog, die werd verlengd door de tussenkomst van de Amerikaanse Zevende Vloot, bevroor de situatie.
Driekwart eeuw later worstelt de wereld nog steeds met de strategische onduidelijkheid tussen de VS en China over Taiwan. China wil dat de VS zich formeel uitspreken tegen de onafhankelijkheid van het eiland, terwijl de VS niet willen zeggen wat ze zouden doen om het eiland te verdedigen. Toegegeven, deze onduidelijkheid duurt misschien niet eeuwig. Trump zou heel goed kunnen afzien van elke Amerikaanse toezegging om Taiwan te steunen, of China zou uiteindelijk kunnen besluiten het eiland te blokkeren en de VS tot actie te dwingen.
Maar zover is het nog niet, en zelfs als dat wel zo was, zou de daaruit voortvloeiende onrust niet onbegrijpelijk zijn voor iedereen die oplet. Dit is niet bedoeld om het gevaar van een dergelijke ontwikkeling te ontkennen, maar alleen om de rationaliteit ervan te onderstrepen. In een beroemd artikel dat eind jaren negentig verscheen, stelde de historicus en strateeg Michael Mandelbaum dat een oorlog tussen grootmachten waarschijnlijk achterhaald aan het raken was. Maar hij erkende dat er twee gevallen waren die zijn betoog zouden kunnen ondermijnen: Oekraïne en Taiwan.
Hetzelfde geldt voor het Midden-Oosten, waar zowel het Israëlisch-Palestijnse conflict als de oorlog tussen de VS/Israël en Iran ernstige gevolgen heeft gehad. Wat opnieuw het meest opvalt, is niet de irrationaliteit ervan, maar de hardnekkigheid. Het is al lang duidelijk dat alleen een compromis – waarbij wat grondgebied wordt ingeruild voor het vooruitzicht op duurzame vrede – het geschil over het Heilige Land kan beslechten. Toch zijn we verder dan ooit verwijderd van die uitkomst. Het conflict is alleen maar gewelddadiger en verschrikkelijker geworden; maar dat maakt het niet irrationeel of onbegrijpelijk.
Net als onze eerdere voorbeelden vindt de oorlog met Iran zijn oorsprong in gebeurtenissen die decennia geleden plaatsvonden, namelijk de revolutie van 1979. De Islamitische Republiek werd opgericht in openlijke oppositie tegen het Westen, dat zelf een deel van de verantwoordelijkheid draagt voor de manier waarop de zaken zich hebben ontwikkeld. De basislijnen van het conflict zijn niet veranderd: Iran wil zijn hegemonie in de regio doen gelden ten koste van Israël, de VS en de Golfstaten, die op hun beurt Iran in zijn macht willen inperken.
Dit is al decennia lang het geval, en in die periode begon de Islamitische Republiek een nucleair programma na te streven. De regering-Obama pakte dat probleem aan via het Gezamenlijk Alomvattend Actieplan (JCPOA) uit 2015, dat internationale nucleaire inspecteurs toegang gaf tot Iraanse faciliteiten zonder de bredere regionale veiligheidskwestie op te lossen. Maar Trump schrapte het JCPOA in 2018.
Al deze gevallen laten zien dat wat commentatoren gemakshalve als chaos omschrijven, het hoogtepunt is van ontwikkelingen die al lang in de maak waren en plaatsvonden op een moment dat het internationale systeem niet langer in staat was om geopolitieke schokken te voorkomen of te temperen. We beschikken niet langer over de institutionele stabilisatoren die we ooit hadden, en Trump draagt daar een groot deel van de schuld voor.
Maar de huidige situatie weerspiegelt ook een bredere hegemonische transitie: de herverdeling van macht van de VS naar China. De reactie van de VS op deze verandering is strategisch onsamenhangend geweest. Trump lijkt te streven naar een modus vivendi met China, zelfs als dat ertoe zou kunnen leiden dat hij Taiwan in de steek laat. Maar een president die zo grillig en beïnvloedbaar is als Trump, zou ook de andere kant op kunnen slaan en Taiwan op een manier omarmen die China zou provoceren.
China handhaaft ondertussen zijn eigen strategische ambiguïteit. Het wil een grotere internationale rol spelen, in overeenstemming met zijn macht, maar het heeft geen zin in het zware werk dat het opbouwen van internationale allianties met zich meebrengt. Het resultaat is een vacuüm dat de internationale betrekkingen instabiel maakt. Zelfs wanneer China zich vrijheden veroorlooft ten opzichte van internationale regels, doet het dat nooit op een flagrante manier, behalve in de Zuid-Chinese Zee.
Zonder Chinese steun zou Rusland zijn mislukte oorlog in Oekraïne niet kunnen voortzetten. Maar dat betekent niet dat het irrationeel is om Poetin te steunen. China steunt Rusland als middel om het Westen te verzwakken, en dezelfde logica geldt voor zijn relatie met Iran.
Geconfronteerd met zoveel conflicten en verstoringen waarbij veel op het spel staat, is het niet verwonderlijk dat velen het internationale systeem dood verklaren. Maar de werkelijkheid is genuanceerder. Ondanks de onzekerheid die bijvoorbeeld door de invoertarieven van Trump wordt aangewakkerd, blijft de wereldhandel groeien, en worden toeleverings- en waardeketens simpelweg geherstructureerd, niet vernietigd.
Als de wereld gek lijkt, komt dat omdat we niet over de instrumenten beschikken om haar te begrijpen. Voordat we onbekende wegen inslaan, moeten we ons richten op het herstellen van de begrijpelijkheid van internationale aangelegenheden.
Zaki Laïdi
De auteur is voormalig speciaal adviseur van de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid (2020–24), hoogleraar aan Sciences Po, en medeauteur (samen met Yves Tiberghien) van The Hedgers: How the Global South Navigates the Sino-American Competition (Cambridge University Press, 2026).
© Project Syndicate, 2026 – www.project-syndicate.org


