Teksten

Waarom de extreemrechtse strijd tegen moderne architectuur van belang is – Jan-Werner Müller

Waarom de extreemrechtse strijd tegen moderne architectuur van belang is – Jan-Werner Müller

Hoewel de extreemrechtse partij Alternative für Deutschland (AfD) al twee jaar aan populariteit wint in de peilingen, is zij tot nu toe van de macht geweerd doordat andere partijen weigeren met haar in een regeringscoalitie te treden. Maar aangezien deze “brandmuur“ erop berust dat de AfD nooit een absolute meerderheid behaalt, zou deze door de deelstaatverkiezingen van dit weekend in Saksen-Anhalt fataal kunnen worden ondermijnd [de AfD haalde op 6 september 43,8 procent van de stemmen, maar heeft drie zetels tekort voor een absolute meerderheid, nvdr].

Het is waar dat de AfD, zelfs als ze in Saksen-Anhalt een regering kan vormen, niet veel zal kunnen doen aan haar huidige favoriete thema: migratiebeleid en vluchtelingenrecht. Maar de zestien Duitse deelstaten (Länder) beschikken wel over ruime bevoegdheden op het gebied van cultuur- en onderwijsbeleid, en juist hier is het programma van de AfD het meest onthullend (en weerzinwekkend) gebleken.

Extreemrechtse populisten voeren altijd cultuuroorlogen. Hoewel ze soms proberen munt te slaan uit crises rond de kosten van levensonderhoud of andere economische uitdagingen, is het hun kernopdracht om het idee te verkondigen dat zij als enigen het zogenaamde “echte volk“ vertegenwoordigen. Omdat zij volhouden dat alleen burgers met de “juiste“ kenmerken in aanmerking komen, laten zij geen enkele gelegenheid voorbijgaan om aan te dringen op de “remigratie” van niet alleen vluchtelingen, maar ook van “onechte“ of  “nepburgers“, dat wil zeggen mensen met de verkeerde etnische achtergrond (of zelfs degenen die de verkeerde politieke standpunten aanhangen).

Gezien hun fixatie op identiteitskwesties kunnen extreemrechtse partijen hun economische agenda steeds weer aanpassen – van neoliberalisme naar steun voor een sterke verzorgingsstaat – zonder op te houden extreemrechts te zijn. Alleen door hun standpunt over vluchtelingen en migranten te wijzigen, zouden ze werkelijk een andere politieke entiteit worden.

Dit brengt ons terug bij het programma van de AfD voor Saksen-Anhalt. De AfD beschuldigt de zogenaamde gevestigde partijen (Altparteien) op slimme wijze niet van corruptie of kwaadwilligheid, maar van een zwakke wil die voortkomt uit “nationaal masochisme” en een laag “zelfvertrouwen”. Deze tekortkomingen zouden “culturele” wortels hebben, namelijk een “traditie van het vernietigen van tradities” die het land weerloos heeft gemaakt tegen “regenboogideologieën”.

Als alles naar wens verloopt, hoopt de AfD van Saksen-Anhalt een model van “patriottisch cultuurbeleid” voor de andere deelstaten te maken. De partij pleit voor “Duits denken” (#deutschdenken), wat inhoudt dat zij zich verzet tegen de door het Bauhaus geïnspireerde campagne van de huidige deelregering voor artistieke vrijheid en moderne ideeën.

De Bauhaus-school voor kunst, vormgeving en architectuur, opgericht in Weimar maar uiteindelijk verhuisd naar Dessau in Saksen-Anhalt, wordt nog steeds met veel waardering herinnerd vanwege opmerkelijke gebouwen zoals die Walter Gropius halverwege de jaren twintig in Dessau ontwierp. Maar volgens de AfD staat het Bauhaus voor “anti-Duitse kunst“, dat wil zeggen “Duitse kunst die niet Duits wil zijn”. Als de partij aan de macht zou komen, zou zij eisen dat elk nieuw gebouw dat met financiële steun van de staat wordt gebouwd, een weerspiegeling is van wat zij beschouwt als een herkenbare Duitse traditie (een categorie waartoe de eigen, meest invloedrijke architectuurschool van de deelstaat blijkbaar niet behoort).

Aanvallen op moderne architectuur zijn geen eigenaardigheid van extreemrechts in Duitsland. Van de voormalige Hongaarse premier Viktor Orbán tot de Amerikaanse president Donald Trump, die meerdere uitvoeringsbesluiten heeft uitgevaardigd om het classicisme tot de voorkeursstijl van nieuwe federale gebouwen te maken, streven extreemrechtse leiders er al lang naar de gebouwde omgeving te veranderen zodat deze aansluit bij wat zij beschouwen als de juiste nationale tradities.

Hun redenen zijn divers. Om te beginnen biedt architectuur – van de enorme moskeeën die onder de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan zijn opgericht tot de prominente hindoetempels in opdracht van de Indiase premier Narendra Modi – tastbare, alom zichtbare aanwijzingen over wie “het echte volk” geacht wordt te zijn. “Schoonheid” – een van Trumps sleutelwoorden, maar ook een begrip dat wordt gepromoot door meer verfijnde figuren zoals de Nederlandse intellectueel-dandy en extreemrechtse leider Thierry Baudet – staat kortweg voor het verdedigen van traditionele hiërarchieën, van het huishouden tot de economie en de politiek. De AfD zou eisen dat alle nieuwe openbare gebouwen door de meerderheid als “mooi” worden beschouwd (wat lijkt te suggereren dat elk ontwerp aan een volksreferendum moet worden onderworpen).

Tal van bewust traditionalistische organisaties en online accounts steunen deze visie, en in tegenstelling tot professionele politici geven zij zich vaker bloot. Velen stellen klassieke architectuur expliciet tegenover “globalisme” – een term die vaak als een hellend vlak naar antisemitisme dient – of herhalen beschrijvingen uit het interbellum (namelijk nazi-beschrijvingen) van het modernisme als “ontaarde kunst”. Ondanks alle nadruk op eigenheid is het antimodernisme zelf een deprimerend homogeen wereldwijd fenomeen.

De beschrijving van de AfD van het Bauhaus als een symbool van” is al beantwoord met een nieuw “Bauhaus-manifest”, op initiatief van de Duitse bondsminister van Cultuur. Maar hoe prijzenswaardig dit document ook is als politieke verklaring, het leidt uiteindelijk tot een enorme simplificatie van de geschiedenis van de 20e-eeuwse architectuur. In tegenstelling tot de centrale bewering van het manifest is het verre van vanzelfsprekend dat alle protagonisten van het Bauhaus voor een “open samenleving” stonden. Sommigen waren zelfs bereid om met en voor de nazi’s (die de school officieel hadden verboden) samen te werken. Een architect [Fritz Ertl, nvdr] die aan het Bauhaus was opgeleid, behoorde tot de ontwerpers van Auschwitz.

Het punt is niet dat iedereen die van traditionele architectuur houdt, stiekem een rechtsextremist moet zijn. Het gaat er veeleer om dat de culturele agenda van extreemrechts nauw verweven is met de onderliggende, uitsluitende politieke agenda. En aangezien de gebouwde omgeving altijd dient om waarden zichtbaar te maken, zoals de filosofe Susan Neiman het ooit verwoordde, zou het een vergissing zijn om de strijd rond moderne architectuur af te doen als bijzaak.

 

Jan-Werner Müller

De auteur is hoogleraar politicologie aan de Princeton University, is de auteur van het binnenkort te verschijnen boek:  Street, Palace, Square: The Architecture of Democratic Spaces (Penguin Books, 2026).

Copyright: Project Syndicate, 2026 https://www.project-syndicate.org/

Print Friendly and PDF
De middelgrote mogendheden vormen nu de ‘vrije wereld’ - Michael Ignatieff

De middelgrote mogendheden vormen nu de ‘vrije wereld’ - Michael Ignatieff